maandag 12 juli 2021

Pre-sessie 5 juli: Oral Statement

Afgelopen maandag, 5 juli, was het zover: tijd voor het Oral Statement. In 5 minuten mochten we een voorbereidingswerkgroep van CEDAW briefen over de schaduwrapportage en de meest prangende kwesties wat betreft vrouwenrechten in Nederland. Namens het Netwerk VN-Vrouwenverdrag waren Petra Snelders (schrijfteam), Linda Mans (schrijfteam), Luna Vollebregt (schrijfteam) en Saida Derrazi (S.P.E.A.K.) aanwezig bij deze digitale bijeenkomst. Saida sprak namens het Netwerk en de 76 ondertekenaars van het schaduwrapportage het Statement uit. Jammer dat we via een beeldscherm ‘samen’ waren, maar een groepschat bood uitkomst voor snelle uitwisselingen. 

Tijdens de achterbanconsultatie op 28 juni (zie vorige blogpost) was er gelegenheid voor de ondertekenaars van de schaduwrapportage om aan te geven welke issues ze in het Oral Statement nog graag wilden benadrukken. Als top 4 kwam daar uit: de (on)veiligheid van vrouwen, het gebrek aan gendersensitief beleid, de (non-)implementatie van het Verdrag en het belang van duurzame betrokkenheid van vrouwenorganisaties bij overheidsbeleid. We hebben op basis van deze input vervolgens een zo sterk en ‘pitchy’ mogelijk Oral Statement opgesteld. Hierbij hebben we dankbaar gebruik gemaakt van de hulp van Quirine Lengkeek (CHOICE), die dankzij haar ervaringen als NGO-vertegenwoordiger CSW goed weet hoe je moet overtuigen bij de VN. 

In het Statement verwijzen we allereerst naar de grote zorgen die de ondertekenaars hebben over het feit dat Nederlands beleid nog altijd (voornamelijk) genderneutraal is. Dit zorgt ervoor dat bepaalde groepen worden genegeerd en onzichtbaar worden gemaakt en leidt zelfs tot averechtse resultaten. Tijdens de covid-19 pandemie lieten Nederlandse cijfers geen toename in huiselijk geweld zien. Maar was Nederland echt het enige land waar deze schaduwpandemie niet was toegeslagen? En is Nederland veiliger geworden voor vrouwen, of niet? Het extreme geweld tegen sekswerkers tijdens de covid-19 pandemie en de (seksuele) intimidatie en hatespeech waar vrouwen, met name zwarte, migranten, vluchtelingen, moslim en LBTI+ vrouwen mee te maken hebben doen anders vermoeden. Dat maakt het des te schrijnender dat het huidige subsidiemodel het voor een groot deel van de organisaties die deze vrouwen vertegenwoordigen lastig wordt gemaakt om bij te dragen aan beleid. 

Benieuwd naar het hele statement? Lees het hier

Naast een delegatie van het Netwerk was ook NNID aanwezig om de gezamenlijke schaduwrapportage van NNID, TNN en COC toe te lichten. Annelies Tukker van NNID vertelde op indrukwekkende wijze over de problematiek die speelt bij lesbische transgender en intersekse personen. Verder gaf ook het College van de Rechten voor de Mens, bij monde van collegelid Geneviève Lieuw, een statement. Net als het Netwerk ging het College (o.a.) in op de onveiligheid die vrouwen ervaren door huiselijk geweld, seksuele intimidatie en hatespeech.

Na afloop van alle Oral Statements (niet alleen Nederland, maar ook Armenië, Georgie, Djibouti, Finland, Niger, Honduras en Turkije kwamen aan bod) kregen de comitéleden de gelegenheid om vragen te stellen aan de aanwezige ngo’s. Deze vragen moesten de ngo’s binnen 24 uur schriftelijk beantwoorden. Aan ons als Nederlandse ngo’s werd één vraag gesteld, namelijk of gedwongen sterilisatie van vrouwen is geregeld in de Nederlandse wet, en of er wat betreft de gedwongen sterilisatie van intersekse kinderen jurisprudentie is, die in lijn is met het VN-Vrouwenverdrag. Deze vraag kwam van het comitélid Ana Peláez Narváez. Samen met NNID hebben we vliegensvlug een antwoord op deze vraag geformuleerd, met dank aan de snelle reacties op onze vragen aan organisaties in het veld die zich met dit thema bezighouden. In het antwoord gaan we in op de zorgen die er zijn over het programma ‘Nu niet Zwanger’, waartegen Bureau Clara Wichmann met succes heeft geprocedeerd. Suggesties voor vragen die het comité aan Nederland zou kunnen stellen zijn: hoe waarborgt de regering de bescherming van de zelfbeschikking van alle vrouwen, ook van de vrouwen die als "kwetsbaar" worden aangemerkt? En welke maatregelen zijn genomen om de rechten van intersekse personen te beschermen?

En nu?

Nu is het wachten op de vragen die het comité zal stellen aan de Nederlandse regering. Waarschijnlijk worden de vragen deze week gepubliceerd. En dan moet Nederland aan de bak om een antwoord te formuleren op de, hopelijk kritische, vragen. 

Laten we hopen dat de regering de schaduwrapportage en de vragen van CEDAW serieus neemt, en dat we gezamenlijk, NGOs en regering, stappen kunnen gaan zetten ter verbetering van de positie van alle vrouwen in Nederland, inclusief zwart, migrant, vluchteling, moslim en LBT+ vrouwen. 

Het schrijfteam


maandag 14 juni 2021


Update van het schrijfteam

Het is alweer een tijdje geleden dat we onszelf introduceerden. Ondertussen is er flink wat werk verzet, tijd voor een update dus! Als schrijfteam zijn we de eerste paar maanden van het jaar druk bezig geweest met het verzamelen van input en informatie. Helaas was het vanwege de beperkingen die de COVID-19 pandemie met zich meebracht niet mogelijk om fysieke bijeenkomsten te organiseren. Hier baalden we van, we hadden graag verschillende organisaties bij elkaar gebracht om ideeën uit te wisselen en te netwerken. Gelukkig hebben we wel veel online en telefonische gesprekken kunnen voeren en zelfs een paar kleine online expertmeetings georganiseerd. Uit de hoeveelheid input en informatie die we ontvingen blijkt maar weer dat gendergelijkheid in Nederland nog niet ‘af’ is. Het kostte ons bloed zweet, tranen en vele online vergadersessies om de tekst te reduceren tot het maximale toegestane woordaantal van 6600, maar het is gelukt. De definitieve versie is op 5 juni naar CEDAW verstuurd en heeft maar liefst 75 ondertekenaars. Via deze link kunnen jullie de schaduwrapportage bekijken. 

En nu?

Op basis van de ontvangen schaduwrapportages zal een werkgroep van het CEDAW-comité een lijst met vragen aan Nederland, een List of Issues Prior to Reporting (LOIPR), opstellen. De antwoorden op deze vragen vormen straks de 7e regeringsrapportage. Vervolgens zullen wij in schaduwrapportage 2.0 reageren op de regeringsrapportage. Daarna vindt de constructieve dialoog plaats, waarin het CEDAW-comité in gesprek gaat met zowel de Nederlandse delegatie als met vertegenwoordigers van NGOs. Na dit alles gaat het comité in beraad, en neemt vervolgens de concluding observations aan, waarin het comité op de (volgens het comité) belangrijkste punten een aantal aanbevelingen aan Nederland doet. 

Pre-sessie en overleg over kernpunten in Oral Statement

Voordat de voorbereidingswerkgroep met de LOIPR aan de slag gaat is er op 5 juli aanstaande, tijdens een online bijeenkomst, gelegenheid voor NGOs om in een Oral Statement hun schaduwrapportage toe te lichten. Tijdens deze bijeenkomst zullen wij namens het Netwerk kort ingaan op een aantal kernpunten uit de schaduwrapportage.

Ter voorbereiding op het Oral Statement organiseert het Netwerk op 28 juni, van 10:00u tot 11:30u een online bijeenkomst voor de ondertekenaars van schaduwrapportage 1.0, om gezamenlijk de inhoud van het Oral Statement af te stemmen. Wij zullen tijdens deze bijeenkomst kort de inhoud van schaduwrapportage 1.0 presenteren. Verder krijgen deelnemers de gelegenheid om aan te geven waar in het Oral Statement de nadruk op gelegd zo moeten worden. Het Oral Statement duurt slechts 5 á 10 minuten, dus er kunnen maar enkele onderwerpen aan bod komen. Tijdens de bijeenkomst zullen we gezamenlijk nadenken over welke onderwerpen het meest geschikt zijn om te benoemen, onder meer op basis van actualiteit en strategische waarde. Om de inbreng zo efficiënt mogelijk te houden wordt de keuze ook afgestemd met het College voor de Rechten van de Mens en de Nederlandse organisatie voor seksediversiteit, COC en Transgender Netwerk Nederland (die ook een schaduwrapportage hebben ingediend). Zien we je daar? Aanmelden kan via deze link 

Bedankt!

Tot slot nogmaals een woord van grote dank voor alle organisaties en individuen die een bijdrage hebben geleverd aan schaduwrapportage 1.0. Muchas gracias! 


woensdag 17 februari 2021

Introductie schrijfteam 7e rapportagecyclus VN-Vrouwenverdrag

De 7e rapportagecyclus van het VN-Vrouwenverdrag is inmiddels gestart. Het team dat zich de komende rapportageperiode zal bezighouden met het samenstellen van de schaduwrapportages en het presenteren ervan bij het VN-Comité (CEDAW) bestaat uit Linda Mans, Petra Snelders en Luna Vollebregt.

In het kort: wie zijn ze?
Linda Mans werkt als onafhankelijk onderzoeker en consultant onder de naam Manskracht. Linda heeft een achtergrond in gezondheidswetenschappen met als specialisatie gezondheidsvoorlichting en genderstudies. Haar loopbaan meanderde van werken bij een afdeling communicatie in een ggz-instelling en het doen van actie-onderzoek om sekse en gender te integreren in het medische basisonderwijs tot het geven van participerende video-workshops en het agenderen van mondiale gezondheid bij beleidsmakers, nationaal en internationaal. Als Manskracht balt Linda haar kennis en kunde samen met als leidraad ‘gezonde mensen op een gezonde planeet’. Samen met Leontine Bijleveld was Linda co-rapporteur van de 5e rapportagecyclus VN-Vrouwenverdrag. Deze ervaring komt haar nu van pas als lid van het schrijfteam. Voor meer informatie, zie https://nl.linkedin.com/in/lindamans.

Petra Snelders werkt al ruim 35 jaar op het gebied van Mensenrechten, Vrouwen en Migratie. Ze heeft bij verschillende non-profit organisaties gewerkt ten behoeve van de structurele verbetering van de sociale, economische en juridische rechten van (migranten- en vluchtelingen) vrouwen. Tot eind 2015 werkte ze bij Movisie landelijk kennisinstituut voor sociale vraagstukken, programmalijn huiselijk en seksueel geweld. Sindsdien is ze als zelfstandige werkzaam op het gebied van mensenrechten, vrouwen en migratie, zowel op lokaal, landelijk als internationaal niveau. Via haar werk bij de RESPECT Netwerk Europe, een netwerk van organisaties van migrant domestic workers en ondersteuners, is zij betrokken bij verschillende internationale (VN) processen op het terrein van migratie en ontwikkeling. Petra was co-rapporteur voor de 6de rapportagecyclus VN-Vrouwenverdrag en voor de 1ste schaduwrapportage over de implementatie van het Istanbul Verdrag. Focus van Petra’s werk is het agenderen en het dichten van de kloof tussen het beleid en de dagelijkse ervaringen van (migranten/vluchtelingen) vrouwen sociaal, economisch en juridisch.

Luna Vollebregt is internationaal jurist met specifieke interesse in mensen- en vrouwenrechten. Na haar studies rechtsgeleerdheid en Europese studies heeft zij zich aan SOAS, University of London gespecialiseerd in internationaal recht en ‘law and gender’. Haar afstudeerscriptie schreef ze over ‘women’s access to justice’. Sinds 2018 is Luna bestuurslid van de Vereniging voor Vrouw en Recht Clara Wichmann, en daardoor goed bekend met de activiteiten van het Netwerk. Momenteel is Luna werkzaam als netwerkcoördinator van het Breed Mensenrechten Overleg (BMO), een samenwerkingsverband van mensenrechten- en ontwikkelingsorganisaties die gezamenlijk werken om de aandacht voor mensenrechten in het Nederlands buitenlands beleid te bevorderen. Daarvoor werkte ze als onderzoeksmedewerker op de Universiteit van Amsterdam. Luna zal zich, naast haar werkzaamheden voor het BMO, één dag per week voor het schrijfteam inzetten.

dinsdag 15 augustus 2017

Minister Bussemaker over CEDAW en over NGO’s



Onlangs verscheen in het Tijdschrift voor Genderstudies een interview met Hedy d’Ancona en Jet Bussemaker over dertig jaar emancipatiebeleid.[i] De eerste geafficheerd als grondlegger van het emancipatiebeleid in haar korte staatssecretariaat 1981/82, de laatste op het moment van schrijven laatste bewindspersoon, gedurende een volle kabinetsperiode, in de rij. Historici zullen later beoordelen of de betekenis van Bussemaker voor het emancipatiebeleid die van d’Ancona benadert. Voor de cedaw-blogspot is vooral interessant dat Bussemaker tweemaal refereert aan de constructieve dialoog met het CEDAW-Comité (november 2016).
Ik was vorige week in Geneve waar ik uitgebreid ondervraagd ben door zo’n panel en daar zijn dan ook een heleboel NGO’s bij. Sommige daarvan lopen al heel lang mee en wat verjonging en vernieuwing zou denk ik geen kwaad kunnen, terwijl ik daarbij ook hele interessante organisaties zie, zoals Femmes for freedom die zich bezig houdt met vrouwen die opgesloten zitten in hun thuissituaties.’ (p. 126)

Intrigerende opmerkingen. Al valt niet uit te sluiten dat een en andere door de interviewers iets te kort door de bocht is opgeschreven, de tekst zal toch goedgekeurd zijn door de (woordvoerder van de) minister. Het CEDAW-Comité een panel? Ter zitting op 16 juni j.l. in de procedure van de zwangere zelfstandigen die met de uitspraak van CEDAW in de hand alsnog een uitkering aanvroegen door de Centrale Raad van Beroep (CRvB) een gezaghebbend orgaan genoemd. Waarvan je de opvattingen niet zo maar naast je neer kunt leggen, volgens de CRvB in de uitspraak op 27 juli 2017. Dat deed Bussemakers collega en partijgenoot Lodewijk Asscher wel toen hij besloot CEDAW’s uitspraak in de individuele klachtprocedure naast zich neer te leggen, overigens zonder haar, de minister voor emancipatie, te consulteren.

In de wetenschap is het goed gebruik om te argumenteren op inhoud en opposanten niet op leeftijd, anciënniteit en dergelijke weg te zetten. Bovendien hebben wetenschappers open oog voor verklarende factoren van waarnemingen, na een dubbelcheck of de waarneming wel klopt. Jet Bussemaker mag dan gepromoveerd zijn, op de universiteit gewerkt hebben, en rector van de Hogeschool van Amsterdam geweest zijn, als minister van OCW belast met de coördinatie van het emancipatiebeleid heeft ze deze wetenschappelijke benadering kennelijk verloren. Woorden als verjonging en vernieuwing zetten een toon en laten een bepaalde zuurgraad zien. Terwijl de waarneming niet klopt. Er waren in de NGO-delegatie inderdaad enige vrouwen van de leeftijd van de minister en mijzelve, generatiegenoten dus. Maar als totaal was er een grote diversiteit naar leeftijd, etniciteit, seksuele voorkeur bijvoorbeeld. Er waren tenminste drie aanmerkelijk jonger dan Shirin Musa van Femmes for Freedom, die zelf al weer aanmerkelijk jonger is dan de minister. Twee van hen hadden zelfs onbetaald verlof genomen om er in Genève bij te kunnen zijn. Bijna allemaal zijn ze actief in het arbeidsproces. Gepensioneerd was de collega uit Curaçao, die aanwezig kon zijn dankzij sponsoring door een internationale NGO (IWRAW-AP), nadat zowel de regering van Curaçao, als de Directie Emancipatie van OCW enigerlei subsidie voor het schaduwproces in het Caraïbisch deel van het Koninkrijk categorisch hadden afgewezen. Jongere collega’s van deze gepensioneerde konden zich niet permitteren om meer dan een week verlof op te nemen om naar Genève af te reizen. Vernieuwend vonden we zelf dat voor het eerst een vertegenwoordigster van sekswerkers organisaties PROUD in de NGO-delegatie deelnam.

Het door de minister beleden enthousiasme voor Femmes for freedom is opmerkelijk omdat zij tussen de datum van het interview en het moment van publicatie in het TvG de aanvraag van twee allianties waarin FFF deelnam voor een instellingssubsidie van OCW heeft afgewezen. Slechts aanvragen waarvan de penvoerder al een stevige en omvangrijke subsidierelatie had met OCW of een ander ministerie zijn gehonoreerd. Bussemaker verwacht verjonging en vernieuwing kennelijk vooral van anderen.
In dertig jaar emancipatiebeleid is er nog nooit een instellingssubsidie toegekend aan een ZMV-vrouwenorganisatie! Telkens verwezen naar het minderhedenbeleid of integratiebeleid (alsof ze daar wel aan de bak kwamen) of naar projectsubsidies, wat meestal ook al niet lukte. Geen wonder dat het CEDAW-Comité in steeds urgenter bewoordingen zijn zorgen hierover uitspreekt.

Wordt vervolgd.

Leontine Bijleveld


[i] Roggeband, Conny en Inge Plaisier; ‘Het is nooit af! Een interview met Hedy d’Ancona en Jet Bussemaker over dertig jaar emancipatiebeleid’, in Tijdschrift voor Genderstudies 20 (2017) nr. 2 p.119-135

vrijdag 18 november 2016

Mensenrechten van sekswerkers



Het Netwerk VN-Vrouwenverdrag had voorgesteld om in de openingsspeech van minister Bussemaker bij de CEDAW-sessie op te nemen dat de Nederlandse regering groot belang hecht aan het bevorderen van de mensenrechten van sekswerkers. In de ogen van het Netwerk zou een dergelijk politiek statement belangrijk zijn in de CEDAW-contekst. Daarnaast echter zeer zeker ook in het internationale vrouwenrechten en gender equality debat.

De internationale context
Een deel van de vrouwenorganisaties –zich ook wel ‘radicale feministen’  noemend -  vindt dat prostitutie uit den boze is en altijd gedwongen en dat sekswerk een vies woord is. De meeste van deze (vrouwen) organisaties zijn voorstander van het strafbaar stellen van klanten. Zonder klant geen prostitutie is de redenering van deze “End demand” beweging. In een aantal landen heeft deze abolitionistische stroming politiek succes geboekt: daar zijn klanten strafbaar gesteld – met name in Scandinavische landen en Frankrijk. De meningen lopen uiteen over de vraag of deze aanpak inderdaad prostitutie of vrouwenhandel (in de visie van deze groep hetzelfde ) doet verminderen. Er zijn geen overtuigende cijfers.
Diverse feministische gremia zijn  gekidnapt of verlamd door het prostitutiedebat. Een van de drijvende krachten in het ‘abo-kamp’ is de Europese Vrouwen Lobby (EWL). Na jaren proberen zijn abolitionisten erin geslaagd op een vrijdagachternamiddag een resolutie van die strekking aangenomen te krijgen (de meeste afgevaardigden hadden de vergaderzaal op dat moment al verlaten op weg naar huis).

Amnesty International en UN Women
Aan de andere kant staan vrouwenrechten, mensenrechten, sekswerkers en anti-mensenhandel organisaties, die sekswerk als werk erkennen. Zij gaan ervan uit dat niet criminaliseren maar rechten waarborgen de beste bescherming is tegen dwang en geweld. De opvatting van dit deel van de vrouwenbeweging vind je bijvoorbeeld in het “Feminist Manifestoin support of sex workers  Rights
. Veel internationale organisaties steunen inmiddels deze visie, zoals UNAIDS, UNDP en de WHO. In 2015 heeft ook Amnesty International  positie bepaald in dit debat.
Een beleidsnota waarin de noodzaak van decriminalisering van prostitutie met het oog op de bescherming van de mensenrechten van sekswerkers centraal stond haalde het uiteindelijk op de jaarvergadering in de zomer van 2016. Dit ondanks een storm aan reacties uit het abo-kamp.
In de zomer van 2016 startte UN Women een open internet consultatie over het onderwerp. Opnieuw een overvloed aan pro en contra reacties. De uitkomst is nog niet bekend.

CEDAW en prostitutie dan wel sekswerk
Het VN-Vrouwenverdrag kent in art. 6 een verplichting voor verdragstaten om alle vormen van handel in vrouwen en van het exploiteren van prostitutie te bestrijden met wetten en beleid. Dit artikel is tot dusver, ook in CEDAW-context,  opgevat als het bestrijden van gedwongen prostitutie,, zonder een standpunt over de term sekswerk in te nemen. Het CEDAW-Comité keek vooral naar de effecten van beleid en wetgeving op de positie van prostituees. Zo uitte het in de Conclusies enaanbevelingen aangaande Nederland in 2010 zijn zorgen over de effecten van de voorgenomen verplichte registratie en drong aan op een risico-analyse in samenspraak met betrokkenen en andere relevante organisaties. Het vroeg verder om in de volgende rapportage concrete informatie te verschaffen over de maatregelen die de Nederlandse regering heeft genomen om de arbeidsomstandigheid van prostituees te verbeteren en hun autonomie, privacy en veiligheid te bevorderen. De laatste jaren echter lijkt het aantal strijdbare abolitionisten in het comité toe te nemen.
In die context leek ons een uitspraak van de Nederlandse regering in de openingstoespraak strategisch van belang. Ze is immers voorstander van het bevorderen van mensenrechten van sekswerkers en subsidieert daarom ook PROUD, de vakbond van sekswerkers. Dat zou het de pro-mensenrechten-sekswerkers in het CEDAW-Comité gemakkelijker maken een compliment hiervoor op te nemen in de Concluding Observations.

Toch niet opgenomen in de toespraak van de minister
Met een positief advies van de PV (Permanente Vertegenwoordiging bij de VN in Geneve), het verantwoordelijk departement (Veiligheid & Justitie) en instemmende bewoordingen vanuit de Directie Emancipatie dachten we dat er geen beren meer op de weg zouden zijn. Misgerekend, al weten we nog niet wat nu de doorslag heeft gegeven om geen positief statement op te nemen in de toespraak.

Revanche?
Gelukkig heeft de minister zich later in de sessie wel positief over de mensenrechten van sekswerkers uitgelaten. In antwoord op een vraag naar programma’s ter bevordering van het verlaten van de prostitutie antwoordde ze: If it’s her decision (to engage in sex work) we want to support her and inform her about her rights and support her in exiting ONLY if she wants to.” Met dank aan Hella Dee van PROUD die deze uitspraak via Twitter onmiddellijk deelde.
Of met deze duidelijke uitspraak strategisch ook  de kansen voor een positieve uitspraak over mensenrechten van sekswerkers door CEDAW bevorderd zijn, valt te bezien.
Lukt dat niet dan kan de regering zich revancheren met een side-event tijdens de Commission on the Status of Women komende maart.

Leontine Bijleveld
(met dank aan Marjan Wijers)




woensdag 16 november 2016

Foto's en nieuwsbericht

Precies een week geleden begon onze Lunch Briefing met het CEDAW comité; ons moment om de comité leden te laten zien welke belangrijke issues er de volgende dag besproken zouden moeten worden. We waren goed voorbereid door de vrouwen van het IWRAW (International Women's Rights Action Watch Asia Pacific) hoe we onszelf het beste konden presenteren.

Rondleiding door het Palais des Nations: de zaal van de Lunch Briefing 

Een deel van het geweldige IWRAW team




Na de Lunch Briefing was er 's avonds een welkomstreceptie met de regeringsdelegatie ter gelegenheid van de dialoog die de volgende dag gehouden werd. Hier spraken we met verschillende ambtenaren, mensen van de ambassade en de minister zelf.

Met Rochus Pronk (zoon van) van de PV (Permanente Vertegenwoordiging)

Met minister van OCW Jet Bussemaker

De Constructive Dialogue begon met een openingsspeech van minister Jet Bussemaker. Hierna kon het comité vragen stellen van 10.00 tot 13.00 uur en van 15.00 tot 17.00 uur. Over deze vragen en de betreffende issues is in de vorige blogs geschreven door teamleden.
In het daaropvolgende weekend plaatsten het VN-Vrouwenverdrag in samenwerking met Janneke van Heugten (Mediaplatform VIDM) een persbericht. Kort daarop werd de sessie ook in het nieuws opgemerkt.

Nu is het wachten op maandag 21 november, waarop de Concluding Observations (aanbevelingen) van het CEDAW comité zullen verschijnen. Leontine Bijleveld (voorzitter Netwerk VN-Vrouwenverdrag) is langer in Genève gebleven om nog te kunnen lobbyen voor deze aanbevelingen en het benoemen van onze punten. Het ziet er goed uit maar is nog altijd even afwachten. Maandag zal er een persbericht volgen over deze aanbevelingen!

Floor van Schagen
Secretaris Netwerk VN-Vrouwenverdrag 


The devil is in the detail


Minister Bussemaker doorstond het spervuur van vragen van de CEDAW-leden op het eerste gezicht bewonderenswaardig accuraat. Al kreeg de minister (uiteraard) allerlei papieren met antwoorden aangereikt van haar ambtelijke ondersteuners, ze maakte toch beslist de indruk de materie behoorlijk te beheersen. Bovendien straalde ze gedrevenheid en betrokkenheid uit. ‘Passie voor vrouwenrechten’  is wellicht wat overdreven, maar toch ook niet ver bezijden de waarheid. Verschillende NGO/CSO vertegenwoordigers kennen haar nog uit de vrouwenbeweging of vrouwenstudies, jaren geleden. Wat dat betreft is Bussemaker een van de beste emancipatieministers van de afgelopen tien, vijftien jaar. Mijn rapportcijfer zou dan ook beslist hoger zijn dan de NRC haar eerder deze maand toebedeelde.

Op het tweede gezicht
Op die accuratesse valt op het tweede gezicht wel wat af te dingen. Zoals uit verschillende eerdere blogs blijkt, verzuimde de minister op cruciale vragen of onderdelen daarvan antwoord te geven, waardoor het antwoord net niet to the point was of juist in een ander daglicht kwam te staan. Of ze herhaalde simpelweg was al in de regeringsrapportage of in de antwoorden op de List of Issues had gestaan. Dat valt vooral specialisten op de verschillende issues op. Leden van het CEDAW-Comité zijn beslist als specialist te kwalificeren - 23 deskundigen van hoog zedelijk aanzien en uitzonderlijke bekwaamheid op het terrein dat door dit Verdrag wordt bestreken (uit art. 17 VN-Vrouwenverdrag). Bovendien bereiden ze zich goed voor met de schriftelijke inbreng van de regering en laten ze zich graag door andere bronnen informeren – schaduwrapportages, informatie van andere verdragscomité’s, rapporten van regionale kennisinstellingen, zoals EIGE (European Institute for Gender Equality).

Verschil met Tweede Kamer debatten
Daarin zal het verschil liggen met de AO’s (Algemeen Overleg) Emancipatie in de Tweede Kamer, waar de minister zo goed als nooit in de problemen komt als ze op dezelfde wijze als in Genève het woord voert, althans qua inhoud. Ze steekt er met kop en schouders bovenuit. Voor de emancipatiewoordvoerders in de Tweede Kamer is het onderwerp meestal maar een van de vele en meestal niet het belangrijkste. Daarnaast speelt er het politieke spel, de interrupties, voor de politieke buitenstaander gaat het vaak nergens meer over.

Uitgebreide ambtelijke voorbereiding
De ambtenaren hadden de CEDAW-sessie naar eigen zeggen goed voorbereid. Op alle mogelijke vragen waren al te voren antwoorden uitgeschreven. Het heeft er echter alle schijn van dat ze bij de voorbereiding een Tweede Kamer overleg voor ogen hadden, waar vaak niet doorgevraagd wordt als er maar een half antwoord komt, of een voor kenners cruciaal element genegeerd wordt. Bovendien schroomden ze er niet voor vrijwel letterlijk te herhalen wat in de schriftelijke stukken stond. Kortom: een defensieve benadering.

Wandelgangengemopper
Geen wonder dat in de pauze en na afloop ambtenaren klaagden over de mate van gedetailleerdheid van de vragen – waar ze zich overigens op hadden kunnen voorbereiden aan de hand van de schaduwrapportages. Terwijl comitéleden mopperden den over de vaagheid en algemeenheid van de antwoorden. Inderdaad: the devil is in the detail.
Bussemaker was goed begonnen door in haar openingsspeech ruiterlijk te erkennen dat er weliswaar veel bereikt was in ons land, maar dat er ook nog een aantal grote uitdagingen is. Ze noemde als voorbeelden het bestrijden van stereotypen, geweld tegen vrouwen en het tekort aan vrouwen aan de top.

Instapfeminisme
De minister besteedde in haar
openingsspeech relatief veel aandacht aan het essay van Chimamanda Adichie Waarom we allemaal feminist zijn), waarschijnlijk zonder te weten dat het net door Marja Pruis in de Groene Amsterdammer treffend als ‘instapfeminisme’  was gekwalificeerd. De aandacht voor Adiche was ongetwijfeld ingegeven door de recente gepubliceerde Nederlandse vertaling van het essay. Vanuit international perspectief gezien oud nieuws, de oorspronkelijk Engelstalige tekst was al ruim drie jaar oud. Kortom niet iets wat je gepokt en gemazelde CEDAW-leden hoeft uit te leggen. Strategisch gezien niet echt een winner (over een vanuit het Netwerk aangedragen alternatief een ander blog).

Gemiste kansen
De (ghostwriters van de) minister heeft (hebben) zich, met de beste bedoelingen ongetwijfeld, niet erg empatisch getoond. Het Comité hoeft niet overtuigd te worden om feminist te zijn en zit ook niet te wachten op mondelinge recycling van reeds eerder beleden schriftelijke uiteenzettingen. Ze zitten wel te wachten op een volledig en eerlijk antwoord op hun vragen. En op een werkelijke dialoog. Die was er op een aantal momenten, ten dele gevolgd door de toezegging van de minister ‘to take it into consideration’, maar merendeels  was het verdediging en halve antwoorden. Een en ander zal waarschijnlijk weerspiegeld worden in de Concluding Observations van het Comité die op 21 november a.s. gepubliceerd zullen worden – we gaan het zien. Voor de toekomst: waarom het Comité niet gevraagd om ideeën (guidance), wellicht ontleend uit andere landen, voor een succesvolle aanpak van hardnekkige problemen?

Leontine Bijleveld
op persoonlijke titel