zondag 6 april 2025

General Discussion on Gender Stereotypes VI – de NGO’s

Al in mijn eerste blog over de General Discussion on Gender Stereotypes, geschreven vóór de start van de bijeenkomst, gaf ik een impressie van de schriftelijke bijdragen van NGO’s, die toen op CEDAW’s website waren geplaatst. Inmiddels is deze lijst gegroeid tot zo’n 60, plus vijf individuele bijdragen. De nieuwe papers betreffen deels nagekomen schriftelijke bijdragen. De diversiteit is alleen maar groter geworden: van erg korte statements zonder veel argumenten tot meer doorwrochte van vele referenties voorzien, c.q. onderbouwd met onderzoek en Recommendations, Comments, Statements en Views van CEDAW en andere ‘treatybodies’.

Op de bijeenkomst zelf zouden na de States Parties volgens CEDAW-voorzitter Haldar eerst zes Civil Society Organisaties drie minuten spreken en daarna zouden elf door NGOs ingezonden drie minuten video’s vertoond worden, waarna de afsluitende statements gehouden zouden worden. Dat bleek te optimistisch. Er waren meer sprekers dan aanvankelijk voorzien en sommigen spraken langer. Vertoning van de video’s is niet meer gelukt op de bijeenkomst zelf. Op het YouTube kanaal ‘UN Human Rights-meetings’ zijn er bij ‘Day General Discussion 2025’ veertien te vinden (twee dubbel geplaatste en de in blog III genoemde videoboodschap van Nyaradzayi Gumbonzvanda (Deputy ED UN Women) niet meegeteld). Een deel van die video’s is bovendien direct toegankelijk via de hierboven genoemde webpagina over de bijeenkomst onder het kopje Oral Statements. Sommige blauwe NGO-namen linken door naar een Word document en andere naar een video.

Nadeel van de videoboodschappen is niet alleen dat de geluids- en beeldkwaliteit verre van optimaal is, maar ook dat te controleren verwijzingen ontbreken. Als Netwerk VN-Vrouwenverdrag proberen we zoveel mogelijk onze standpunten en aanbevelingen in position papers en schaduwrapportages te onderbouwen met argumenten en verwijzing naar onderzoek en jurisprudentie. Dat was ook gebruikelijk bij CEDAW-sessies en General Discussions. Nu niet meer: verschillende video’s, maar ook op papier gestelde mondelinge bijdragen van max. drie minuten lijken eerder pamfletten, zonder veel argumentatie en zonder bronverwijzing. Een voorbeeld hiervan is de Schotse NGO Lesbian Persistence, die aandacht vraagt voor de noodzaak discriminatie van lesbische vrouwen te bestrijden, waarvan ze verschillende voorbeelden geeft. Tot zover kan ik het volgen, maar ik haak af bij de stelling dat een van de urgentste vormen van lesbo-discriminatie is dat jonge lesbische vrouwen door hun ouders gedwongen zouden worden zich te laten opereren tot transman onder het motto ‘liever man dan lesbisch’. Zoiets mag toch wel onderbouwd worden: komt deze dwang voor?, zo ja hoe vaak? in absolute cijfers en relatieve - ten opzichte van andere vormen van lesbo-discriminatie. Met complot-denken schiet niemand op. Dit lijkt eerder trans-hetze dan een serieuze bijdrage aan een debat over mensenrechten van vrouwen en seksuele minderheden. Medisch ingrijpen zonder toestemming van betrokkenen, waaronder medische behandeling van intersekse personen, is een mensenrechtenschending waar CEDAW en andere VN-organisaties zich in de loop der jaren tegen uitgesproken hebben. Dat geldt dus ook voor gedwongen transitie behandelingen. ILGA World onderstreepte dan dat het belangrijk is “to uphold the principle of non-regression in international human right law, ensuring that the advancements made by CEDAW and other treaty bodies cannot be reversed or undermined.”

Het Netwerk VN-Vrouwenverdrag staat niet onder Oral Statements, maar twee maal bij Written Contributions: als Dutch CEDAW Network met de mondelinge interventie die Zaza van de Koppel, penvoerder van het position paper, uitsprak. Het position paper zelf is te vinden onder The Dutch CEDAW Network. De meeste NGO’s die zowel een schriftelijke bijdrage als een mondelinge interventie (of een videofilm van drie minuten) aandroegen kozen er voor om hun schriftelijke inbreng samen te vatten of te herhalen. Wij kozen ervoor iets toe te voegen: we hebben de aandacht gevestigd op het in vele landen/culturen voorkomende gender stereotype dat vrouwen altijd beschikbaar zouden moeten zijn voor seks met hun echtgenoot. Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) oordeelde namelijk in een recente uitspraak dat het concept van echtelijke plichten geen enkele rekening hield met het vereiste van instemming tot seksueel contact en in strijd was met seksuele autonomie. Het EHRM oordeelde dan ook unaniem in deze Franse zaak dat sprake was van schending van artikel 8 van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens. Het Hof verwees expliciet naar verplichtingen voortvloeiend uit het Verdrag van Istanbul. CEDAW verwijst in Algemene Aanbevelingen vaker naar uitspraken van het EHRM, vandaar dat we deze nieuwe informatie graag onder de aandacht wilden brengen. Verder bevatte onze interventie een pleidooi om te waken voor backtracking – laat staan het uitwissen van het concept gender.

Onder de na 17 februari geplaatste schriftelijke bijdragen zijn er een aantal van mij onbekende, wellicht pas opgerichte, organisaties. Women’s Declaration International claimt namens tienduizenden individuen, honderden organisaties uit bijna alle landen ter wereld te schrijven met een kort pleidooi om af te stappen van de term ‘gender stereotypes’ en terug te keren tot de term ‘sex stereotypes’, zoals in het Vrouwenverdrag zelf zou staan (quod non). CEDAW zouden moeten afstappen van het gebruik van de term gender omdat staten gender gebruiken om de reikwijdte van art. 2 VN-vrouwenverdrag te ondermijnen. Ik begrijp niet hoe dat dan werkt. De organisatie legt dat ook niet uit, maar citeert een onbegrijpelijk statement op X (!) van december 2024 waarin de huidige Special Rapporteur on Violence against Women en Girls (UNSRVAWG) haar zorgen uit. Ik ben het eens met haar oproep aan media en iedereen “to uphold the dignity of women and respect their human rights”, maar zie niet waarom CEDAW of anderen daarom het concept gender, zoals onder andere gedefinieerd in GR 33 para 7, niet mag gebruiken. Het is niet of-of! Ons position paper stelt niet voor niets dat art. 5 een unieke mogelijkheid biedt om het Verdrag te interpreteren als zou het alle vormen van discriminatie op basis van “sex, gender and gender identity” te verbieden. Om te vervolgen met “This interpretation is grounded in the understanding that the construction of gender stereotypes and rigid gender roles is rooted in the wrong assumption of two opposite and mutually exclusive biological sexes who are attracted to each other”. (3).

Ook de Franse afdeling van Women’s Declaration International heeft een schriftelijke bijdrage ingezonden. Hierin wordt het begrip seksistische stereotypen gebruikt, zonder gender stereotypen uit te sluiten. De Franse afdeling wil aan de hand van twee voorbeelden de aandacht vestigen op het paradoxale effect van de strijd tegen seksistische/gender stereotypen die stereotypen zouden versterken in plaats van verzwakken. Het eerste voorbeeld zijn dragqueens die voorlichting geven aan jongeren onder de ‘dekmantel’ van inclusiviteit, tolerantie en vrijheid van meningsuiting. Door uitvergroten van verondersteld vrouwelijke kenmerken als kapsels, decolletés en naaldhakken versterken ze misogyne stereotypen, volgens de inzenders. Tsja, zo kun je het ook bekijken, maar of dit nu de meest schadelijke gender of seksistische stereotypen zijn? Je kunt het ook anders bekijken, zo blijkt uit wetenschappelijk onderzoek, gepubliceerd in 2015: “Heteronormativity within our society has a significant impact on how we come to view and understand gender identity. Drag queens allow a break in the heteronormative gender guideline while also reinforcing the social image of what it means to look like a woman. Although drag queens merely reflect the preexisting image of a woman, they still present an image of both gender bending and the ways that gender is socially taught.” [Noot: Greaf, Caitlin; “Dragqueens and gender identity” in Journal of Gender Studies (2015) pp 655-665 published online 20 September 2015] Kort samengevat: Juist door de stereotypes te benadrukken bevraag je ze tegelijkertijd.

Het andere voorbeeld betreft meisjes die niet of in mindere mate aan sociale meisjesrollen voldoen, de zogenaamde ‘tomboys’ of in het Frans ‘garçon manqués’. Vroeger werden ze gedisciplineerd met gedwongen huwelijken, afkick behandelingen voor lesbiennes e.d., nu gaan ze in drie fases in transitie. 75 % van de personen in transitie bestaat uit jonge vrouwen volgens de inzenders, die dat duidelijk geen goede zaak vinden (niet duiden om hoeveel personen dat gaat en geen referentie geven). Zelf heb ik meer geleerd van de goed gedocumenteerde Engelstalige inzending van psychologe Laura Scarrone Bonheur, medeoprichter van online training platform Affirm, dat gericht is op verbetering van de gezondheidszorg voor transgender en non-binary mensen.

De laatste schriftelijke inbreng was een late inzending van Women’s Platform for Action International (WoPAI) uit Zweden. De organisatie omschrijft zichzelf als een ‘new global Non-Profit Women’s Association. It is an umbrella of members and informal women’s rights groups globally’. WoPAI ondersteunt de inbreng van van ‘Nordic Model Now’ en wil dat CEDAW teruggaat naar de oorspronkelijke tekst van het Verdrag die gericht is (of moet zijn) op het bestrijden van discriminatie gebaseerd op sekse en stereotype rollen van vrouwen (en mannen). “Gender as used in the Concept Note [voor GR41 LWB] does not address root causes. Sex and gender are not interchangeable.” Zelf heb ik in geen enkele schriftelijke of mondelinge bijdrage aan de General Discussion de stelling vernomen dat sekse en gender uitwisselbaar zijn.

De enige die dat luid en duidelijk stelt is Donald Trump: “There are two genders, male and female.” Te horen in de drie potcasts die de nieuwe voorstelling Foekje van Tryater begeleiden – naar Foekje Dillema, de Friese atlete die als grote kanshebber zou deelnemen aan de Europese Atletiek Kampioenschappen in 1950, maar geschorst werd voor het leven omdat ze de net ingevoerde seksetekst weigerde. Op 9 april a.s. gaat de voorstelling in première – ook op Oerol te zien. De belangrijkste reden dat ik WoPAI hier noem is dat vier dagen na de General Discussion door WoPAI een email verzonden is naar allerlei VN-organen met als bijlage een “GLOBAL SUPPORT LETTER FOR the United Nations Special Rapporteur on Violence Against Women and Girls, its causes and consequences, Reem Alsalem”. De brief d.d. 21 februari 2025 is geïnitieerd door WoPAI en de Zweedse Vrouwenlobby in samenwerking met de European Network of Migrant Women. Het is een lofzang op de kwaliteiten van de huidige mandaathouder, haar inzet en haar “independent and objective presentations” en een klaagzang over de “smear campaigns and unfounded attacks against her and her work that have recently escalated (…)”. Ik zou niet weten waar dit over gaat, maar velen kennelijk wel, want de brief is ondertekend door ruim 500 organisaties over de hele wereld en zo’n 5.000 individuen. Onder de organisaties zitten in ieder geval vele die zich zeer actief te weer stellen tegen elke vorm van prostitutie, die per definitie altijd gedwongen is in hun ogen. De woorden sekswerk en sekswerker passen niet in het vocabulaire. Ook de in deze blog genoemde organisaties die zich met verve, maar vaak zonder referenties keren tegen het gebruik van het begrip gender zijn vertegenwoordigd. Het heeft allemaal een hoog ‘aanval is de beste verdediging gehalte’. Een andere associatie die ik had is met het in het discours rond geweld tegen vrouwen en dwingende controle benoemde fenomeen dat daders (vaak M) zich met succes als slachtoffers presenteren en er mee wegkomen – boeiende debatten op LinkedIn. [Noot 2: Zie ook Alsalem, Reem; “Response to a Political Critique and Personal Attack Against a United Nations Report that Presented New Evidence About Prostitution as a Cause and Consequence of Violence Against Women and Girls, in Dignity: a Journal of Analysis of Exploitation and Violence Vol. 10 (2025) Issue 1 Article 6.]

WoPAI is vorige maand, tijdens CSW 69 officieel gelanceerd, maar is dus al veel langer geleden begonnen met het werven van handtekeningen - de genoemde brief staat op hun website. De mailtekst naar CEDAW is van hetzelfde laken een pak en bevat nog een paar vreemde uitspraken: zo zou CEDAW het werk van Ms Alsalem moeten erkennen in het GR 41 proces, maar die heeft helemaal geen schriftelijke inbreng geleverd, terwijl dat wel gekund had. In de VN-hiërarchie staat CEDAW trouwens boven de ‘special rapporteurs’, maar dat is kennelijk nog niet doorgedrongen. Wat betreft de General Discussion zelf werd CEDAW in de mailtekst verweten dat keynote speakers niet betrokken zouden zijn bij of op de grassroots women’s movement en dat er eentje het initiatief had genomen tot een ongefundeerde en weerzinwekkende aanval op de UNSRVAWG. Als uitsmijter: ”This does not at all add to the good image of the committee so much previously appreciated.” Je moet maar durven.
Ondergetekende grassroots activist adviseert alle betrokkenen om te focussen op de inhoud, argumenten uit te wisselen en eerst te proberen na te gaan waar men het over eens kan zijn. Vaak kunnen bruggen geslagen worden met andere formuleringen en als het helemaal niet lukt dan kun je altijd nog afspreken het niet eens te zijn (‘agree to disagree’). Zo werkt het Netwerk VN-Vrouwenverdrag al jaren en CEDAW nog veel langer. Het komt goed.

Leontine Bijleveld, vertegenwoordigt de Vereniging voor Vrouw en Recht in het Netwerk VN-Vrouwenverdrag.
Met dank aan Zaza van de Koppel

woensdag 19 maart 2025

General Discussion on Gender Stereotypes V – de States Parties

Alle States Parties, die het woord vroegen en kregen, onderstreepten het belang van General Recommendation 41 over Gender Stereotypen. Aan een schriftelijke inbreng hadden alleen Malta en Oostenrijk zich gewaagd.

Malta beschreef zijn eerste Gender Equality and Mainstreaming Strategy and Action Plan (2022-2027). Dit actieplan verbindt Malta aan de 2030 Agenda for Sustainable Development en de 17 SDGs, de Beijing Declaration and Platform for Action, maar ook de Gender Equality Strategies van de Raad van Europa en van de Europese Commissie. Het paper noemt veelvuldig het begrip gender en onderstreept het belang van intersectionaliteit. Het onderwerp bestrijden van gender stereotypen kwam vooral aan de orde in de paragrafen over politieke participatie van vrouwen en bij onderwijs. Na een geslaagde pilot in 2024 ter bestrijding van het stigma verbonden aan menstruatie zullen in 2025 in alle scholen menstruatie artikelen volop verkrijgbaar zijn. De BTW op dergelijke artikelen is per 2025 afgeschaft. De mondelinge interventie van Malta vatte de de boven samengevatte schriftelijke inbreng kort samen, na grote waardering voor het werk van het CEDAW te hebben uitgesproken.

Oostenrijk spitste de schriftelijke inbreng toe op gender en gezondheidszorg en vroeg aandacht voor de “significant barriers rooted in gender-based inequalities, often reinforced by intersectional effects”. De bias van het androcentrische medische systeem zorgt ervoor dat er te weinig aandacht is voor symptomen en ziekten die disproportioneel of zelfs alleen maar vrouwen en gender-diverse individuen treffen. Aldus het paper dat ook het geïnstitutionaliseerde concept van cis- en heteronormativiteit ter discussie stelt. “Health equality should be guaranteed regardless the gender identity and sex characteristics.” Autonomie en zelfbeschikking, de kernprincipes van biomedische ethiek, moeten gewaarborgd worden en vertaald in het uitgangspunt van volledige, vrije geïnformeerde toestemming voor al het medisch handelen en in het bijzonder hetgeen effect kan hebben op sekse karakteristieken kunnen – geen FGM (genitale verminking van vrouwen) en ook geen IGM (intersekse genitale verminking). Ook vroeg Oostenrijk in navolging van de WHO aandacht voor de gezondheidseffecten van gendergerelateerd geweld. Kortom: een verstrekkende interessante inbreng!

In de mondelinge interventie bepleitte Oostenrijk het integreren van gender in ontwikkelingsbeleid, zoals bijvoorbeeld met behulp van Gender Guidelines die een gender transformatieve benadering voorschrijven. Ook onderstreepte de Oostenrijkse vertegenwoordiger de noodzaak om mannen en jongens te betrekken bij het ter discussie stellen van schadelijke normen en het hervormen van schadelijke ‘masculinities’ – eveneens het onderwerp van het Oostenrijkse, samen met het OECD Development Centre georganiseerde side event op de CSW.

Van vijf landen zijn de mondelinge interventies niet gepubliceerd op de website. Mogelijk hadden Bolivia, Cyprus, Israël, Polen en Oekraïne de deadline van 10 februari voor het inleveren van de tekst van hun mondelinge interventie niet gehaald. Vooral die van Polen was interessant: tot voor kort hadden we niet kunnen denken dat de vertegenwoordiger van Polen uitdrukkelijk zou wijzen op de schadelijke invloed van gender stereotypen op LGBTIQ mensen en het belang van voortborduren op GR 28 zou onderstrepen, inclusief de intersectionele benadering die daarin benoemd is. Alle genders hebben belang bij het ontmaskeren van gender stereotypen, volgens de vertegenwoordiger van Polen die ook in herinnering riep dat CEDAW aanbeveelt om vrouwenorganisaties te steunen.
Oekraïne vroeg als een van de weinige sprekers aandacht voor de noodzaak om gendergerelateerd geweld in conflictzones te bestrijden. Niet verrassend wellicht, maar belangrijk genoeg. In GR 30 over vrouwen in conflict preventie, conflict en postconflict situaties komt het woord stereotypen slechts eenmaal voor (in para 43, in relatie tot belemmeringen voor vrouwen om volledig te participeren in vredesprocessen en post conflict wederopbouw). GR 41 biedt kansen om het bestrijden van schadelijke gender stereotypen in (post) conflict situaties aan de orde te stellen.

Dertien andere landen voerden kort het woord. Deze interventies zijn opgenomen op de webpagina over de General Discussion. Ik vond het opmerkelijk dat geen van de woordvoerders afstand nam van het gebruik van het begrip gender. Naast genderstereotypen kwamen de woorden gender equality, gender based violence, gender based discrimination e.d. vaak voor. Een aantal woordvoerders bepleitte expliciet om ook in GR 41 te beschouwen hoe gender interacteert met andere factoren, zoals leeftijd, handicap, seksuele oriëntatie, inkomen, ras, inheemsheid, religie en huwelijkse staat – al noemden ze niet allemaal de hele opsomming, het belang van intersectionaliteit werd van verschillende kanten onderstreept (onder meer Canada, Chili, Spanje, naast de boven al genoemde landen).

In haar slotwoorden stelde CEDAW-voorzitter Nahla Haidar dat de bewoordingen over intersectionaliteit uit GR 28 zullen worden gevolgd in GR 41.

Steun aan het werk van het Comité en aan de co-voorzitters van de CEDAW werkgroep over genderstereotypen werd door de meeste landenvertegenwoordigers uit gesproken. Of dat ook daadwerkelijke financiële steun zal betekenen is echter de vraag. En dat heeft CEDAW wel nodig om GR 41 te kunnen formuleren en in oktober 2026 te aanvaarden.

Leontine Bijleveld, vertegenwoordigt de Vereniging voor Vrouw en Recht in het Netwerk VN-Vrouwenverdrag.

maandag 10 maart 2025

General Discussion over Gender Stereotypes IV – het panel

Na de openingstoespraken kwamen de panelsprekers aan de beurt, die allen iets meer spreektijd kregen dan alle anderen (8 minuten). Drie van de vijf teksten zijn op CEDAW’s website te vinden. Die van Ms Adriana Quinones (UN Women) (nog?) niet. Ze pleitte er, als een van de weinigen, voor om in de nieuwe GR 41 ook aandacht te besteden aan de voedingsbodem voor gender stereotypen, waarin ook nieuwe vormen van stereotypen goed gedijen.

De hoofdlijnen van het verhaal van Joni van de Sand, co-director van MenEngage Global Alliance, staan wel al online. Dat Joni bepleitte om juist ook de patriarchale masculinities en de schadelijke gender normen en stereotypen rond wat het betekent om man te zijn bij GR 41 te betrekken is vanuit haar organisatie bezien loge meeste sprekers beperkten hun interventie tot de schadelijke effecten van gender stereotypen op vrouwen. Joni riep echter ook op om te vermijden gender te reduceren tot de binaire oppositie mannen en vrouwen. Genderidentiteiten vormen een spectrum en het zijn juist stereotypen die mensen beperken tot rigide categorieën, met alle schadelijke effecten voor (hetero en homo) mannen en vrouwen, intersekse personen, trans vrouwen en mannen en noem maar op.

Het was goed om te zien hoe Joni zich ontwikkeld had. In 2012 reisde ik met haar namens WO=MEN Dutch Gender Platform naar de CSW in New York. Ik was haar mentor toen legde ze nu uit aan Rhoda Reddock, die tot haar vreugde ook Jan Reynders bleek te kennen: één van de actieve leden, grondleggers zelfs, van het MenEngage Netwerk. Joni woont tegenwoordig in een dorp in Catalonië niet ver van Barcelona met haar Catelaanse man, zoon van 6 en dochter van 2.

De bijdrage van Paola Daher (Women Deliver) is niet gepubliceerd. Daher memoreerde dat het dit jaar 30 jaar geleden is dat het Beijing Platform for Action tot stand kwam. Met de nieuwe GR 41 kunnen stappen vooruit worden gezet: ze pleitte ervoor om essentialistische stereotypen te deconstrueren, inclusief stereotypen die vooral trans vrouwen raken. Ze wees er op dat gender stereotypen vaak gepaard gaan met rassen stereotypen en pleitte daarom ook voor een intersectionele benadering. Ook ging ze in op de invloed van digitale media bij het voortleven van gender stereotypen die niets meer met het werkelijk geleefde leven te maken hebben. In die context noemde ze ook de zogenaamde ‘trad wives’.

Gelukkig staat het verhaal van Alexandra Xanthaki, Special Rapporteur in the field of cultural rights, wel online. Ik vond het een inspirerend betoog dat goed gebruikt kan worden in de dialoog met meer behoudende groepen/personen. Cultuur wordt vaak aangehaald als legitimatie van bepaalde gender stereotypen en traditionele waarden. Ten onrechte volgens Xanthaki, die ook citeerde uit het werk van eerder bekleders van dit VN-mandaat. Cultuur is geen statisch begrip: dominante culturele normen en waarden, die vaak ten faveure van elites uitpakken, worden betwist en veranderd door specifieke actoren, waaronder vrouwen. Volgens Xanthaki moet CEDAW in GR 41 duidelijk maken dat cultuur een transformatief concept is, dat individuen de mogelijkheid geeft om hun potentieel waar te maken en niet gebruikt mag worden om mensenrechten te beperken. Ze memoreerde de View van CEDAW in de zaak Rosanna Flamer-Caldera v. Sri Lanka uit 2022 (individuele klacht bij CEDAW), waarin het Comité stelde dat de rechten gewaarborgd door de Conventie álle vrouwen toekomen, inclusief lesbische, biseksuele, transgender en intersekse vrouwen. 1 Deze nadruk op diversiteit van vrouwen moeten we hoog houden, aldus Xanthaki. Om vervolgens door te pakken: in haar optiek moet GR 41 afstand nemen van het stereotype dat het vrouw zijn alleen maar kan worden vastgesteld op basis van biologie en getest door externe actoren en geridiculiseerd als ze niet overeenkomen met de gender stereotypen. Zelf identificatie moet de basis vormen van vrouw zijn, op dezelfde manier als dat gaat bij ‘behorend tot een minderheid’ of lid zijn van een ‘indigenous group’. Xanthaki besloot haar betoog met een paragraaf over hoe juist sport hierbij als een uitmuntend voorbeeld kan dienen. Hierbij verwees ze naar een joint statement van haarzelf als Independent Special Rapporteur met andere mandaathouders in relatie tot de bescherming van mensenrechten in sport zonder discriminatie gebaseerd op seksuele oriëntatie, gender identiteit, en sekse karateristieken uit oktober 2023. Expliciet wordt hierin gesteld dat in principe alle vrouwen, of ze nu zo geboren zijn of niet, in staat moeten worden gesteld mee te doen met vrouwenwedstrijden. Het algemene uitgangspunt moet non-discriminatie en zelfidentificatie zijn; in specifieke ad hoc gevallen kan nader onderzoek gewenst zijn. Bij mij komt hierbij onmiddellijk het grootste schandaal in de Nederlandse sportgeschiedenis in beeld: de levenslange schorsing van Foekje Dillema in juli 1950 omdat ze man zou zijn. Pas postuum kwam er in 2007 eerherstel voor de atlete met intersekse conditie. Zie ook het uitvoerig gedocumenteerde artikel over Foekje Dillema op Wikipedia.

Marwa Sharafeldin (MUSAWAH) was de laatste panellist. Haar presentatie staat online op de CEDAW-pagina over de General Discussion. Focus ligt op de relatie tussen de artikelen 5 & 16 van het Verdrag en het bestrijden van stereotypen in en door religieuze familie wetgeving, met name van Islamitische origine. Sharafeldin pleit ervoor goed te onderzoeken wat de relatie is tussen macht en belangen, de ongelijkheid die er het gevolg van is en de stereotypen die de machtsverhoudingen bestendigen. Ze wijst er op dat naast de sharia rechtspraak ook een meer aardse rechtspraak traditie bestaat: de fiqh. Daar zitten volgens Sharafeldin meer aanknopingspunten in om schadelijke gender stereotypen te bestrijden. Islamitische landen als Tunesië, Marokko, Indonesië en Maleisië worden opgevoerd als landen waarin Musawah, als beweging, al resultaten zou hebben geboekt. Sharafeldin besluit met drie aanbevelingen om in GR 41 op te nemen. Dat zal nog een kluif zijn voor het Comité – mijn pet gaan ze in ieder geval te boven. De komende anderhalf jaar zou benut kunnen worden om in regionale dialogen een concretiseringsslag te maken.

In een volgende blog aandacht voor wat de verschillende State parties te melden hadden en tot slot ook de NGO’s die aan het woord kwamen, waaronder het Netwerk VN-Vrouwenverdrag/Dutch Cedaw Network.

Leontine Bijleveld, vertegenwoordiger van de Vereniging voor Vrouw en Recht ‘Clara Wichmann’ in het Netwerk VN-Vrouwenverdrag.

Met dank aan Zaza van de Koppel.

zondag 23 februari 2025

General Discussion over Gender Stereotypes III

17 februari 2025: de bijeenkomst over Gender Stereotypen in het Palais des Nations
Om 15 uur was het zover: de voorzitter van CEDAW, Nahla Haidar uit Libanon, opende de bijeenkomst en gaf snel het woord aan drie officials van VN-organisaties voor hun openingswoorden, gevolgd door de co-chairs van CEDAW’s Working Group on gender stereotypes. Het was de start van een lange zit met speeches van 3 of 5 (of 8 minuten voor de panellisten), waarin veel sprekers met (erg) snel spreken zo veel mogelijk woorden in de hen toegemeten tijd propten en sommigen die gewoon met één of meer minuten oprekten. Ter oriëntatie: 3 minuten spreken is iets minder dan de helft van deze blog. Inmiddels is op de speciale pagina op CEDAW’s website gewijd aan deze General Discussion een sectie toegevoegd met de Oral Interventions. Hierop zullen in de loop van deze en volgende week alle bijdragen worden geplaatst, inclusief de video boodschappen vanuit civil society, waarvoor op de middag zelf geen tijd meer was. Een paar opmerkelijke uitspraken hieronder.

Peggy Hicks (director at OHCHR) achtte het van groot belang te erkennen dat gender stereotypen nooit gerechtvaardigd kunnen worden onder de vlag van traditie, cultuur, religie of zelfs natuur. De constructie van gender is diep geworteld in cultuur, maar ook culturen zijn dynamisch en veranderen. Ze benoemde het schadelijke effect en de blootstelling aan discriminatie, geweld en criminalisering voor die vrouwen die niet voldoen aan gender stereotypen of deze openlijk betwisten, inclusief alleenstaande vrouwen, weduwen, lesbisch, biseksuele, transgender en intersekse vrouwen, sekswerkers en ‘women human rights defenders’.
Natalia Kanem (ED UNFPA) wees op het gevaar dat de ‘push backs of reproductive and sexual health and rights’ tientallen jaren van vooruitgang bedreigen. “Language long upon agreed on now seems disappearing.” Ook zij noemde de intersectie met seksuele oriëntatie en met handicap. Heel specifiek wees ze op het gangbare stereotype of stigma dat gehandicapte vrouwen geachte worden niet seksueel actief te zijn. Gender stereotypen raken iedereen, inclusief mannen, “I expect men to step up!”. Ze eindigde met citaten van bel hooks en Audre Lorde.
Nyaradzayi Gumbonzvanda (Deputy ED UN Women) wond er in haar video boodschap geen doekjes om: “gender stereotypes keep women from economic power” en verbond het vrouwen discriminerende erfrecht daar mee. En: “child and forced marriages = rape of girls”. Ze sprak de hoop uit dat GR41 aanknopingspunten biedt om gender stereotypen in het privé domein aan te pakken.
Co-Chair Bandana Rana, Comité lid uit Nepal, riep in herinnering dat CEDAW al in februari 2022 besloot om een Algemene Aanbeveling over art. 5 van het Vrouwenverdrag te gaan maken en roemde de inzet van CEDAW-leden waarvan de termijn inmiddels verstreken was, waaronder Marion Bethel uit de Bahamas. De andere Co-chair Rhoda Reddock onderstreepte onder meer de noodzaak om het begrip intersectionaliteit goed in GR 41 te verankeren.

Na de panelsprekers, waarover in een ander blog meer, was het de beurt aan de State Parties. Dat zo’n 40 landen vertegenwoordigd waren, waarvan er 20 het woord namen, vond CEDAW voorzitter Haider enorm bemoedigend, zo zei ze in haar afsluitende woorden tegen 18 uur. De permanente vertegenwoordiging van Nederland bij de VN in Genève hoorde daar niet bij. Die ochtend was er een PV-brede gender workshop geweest. Pogingen om namens het Netwerk later op de maandag of de vroege dinsdagochtend vóór vertrek met de voor de ‘treaty bodies’ verantwoordelijke 2 de secretaris van de onderafdeling ‘human rights’ te maken zijn helaas op niets uitgelopen. Dit alles was een paar dagen vóór de Kamerbrief van Minister Klever met de beleidsnota Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp, waarin de stopzetting van financiële steun aan diverse programma’s onder meer op het terrein van gendergelijkheid werd aangekondigd. Inmiddels is het thema Feministische Buitenlands Beleid, dat tot voor kort prominent op de themapagina van de website van de PV te vinden was, daar verdwenen. Thuisgekomen bleek op vrijdag 21 februari wel een Nederlandse bijdrage bij de Oral Statements van 16 States Parties op de webpagina van de General Discussion geplaatst te zijn. Kennelijk was die voor 10 februari, de deadline voor de ‘oral interventions’ ingezonden, maar wij hebben niets horen uitspreken. De helft van het drie minuten verhaal gaat over de dit jaar van start gegane alliantie Worden Wie Je Bent, die bestaat uit VHTO, Stichting School en Veiligheid, Movisie en Emancipator. Het Ministerie van OCW ondersteunt de alliantie, die vooral gericht is op leerkrachten en leerlingen in het onderwijs, financieel.
De landen die wel spraken onderstreepten allen het belang van de nieuwe GR 41 over gender stereotypen. In een volgend blog licht ik er een paar opmerkelijke uitspraken uit.

Leontine Bijleveld, vertegenwoordigt de Vereniging voor Vrouw en Recht in het Netwerk VN- Vrouwenverdrag.

zaterdag 22 februari 2025

General Discussion over Gender Stereotypes II

 Op 17 februari sprak ik namens het Netwerk VN-Vrouwenverdrag ons Oral Statement uit tijdens de Half Day of General Discussion on Gender Stereotypes. Het was een bijzondere ervaring om door het VN-complex te lopen door de imposante gebouwen en de geschiedenis die in de lucht hangt. Dankzij Leontine, die me uitstekend rondleidde, konden we de lange rijen omzeilen en rustig genieten van een broodje met uitzicht op het meer van Genève.

Toch voelde de sfeer in Genève allesbehalve feestelijk. De stad lijkt haar rol als internationale gastheer langzaam te verliezen. Zoals Leontine in de vorige blogpost al beschreef, is de financiële situatie van VN-organisaties alleen maar zorgwekkender geworden sinds Trump zijn decreten heeft uitgevaardigd. Stagiairs die uitzicht hadden op een arbeidscontract moeten noodgedwongen naar huis. Zelfs werknemers die net naar Genève zijn verhuisd en van wie de kinderen al op een nieuwe school zitten, worden na slechts twee maanden weer teruggestuurd. Maar de grootste gevolgen zijn er natuurlijk voor de mensen voor wie het humanitaire beleid en de internationale verdragen bedoeld zijn.

De impact van de veranderende (geo)politieke situatie werd dan ook benoemd in alle opening statements tijdens de Half Day of Discussion. Een paar krachtige quotes die me bijbleven:

“We can no longer afford the false belief that inequality is inevitable.”

en

“Hold fast to those long-standing international norms. Seek what inspires you in this moment—your work is valuable.”

Ik ben heel benieuwd wat er uiteindelijk in de nieuwe General Recommendation 41 over genderstereotypen komt te staan. Het wordt interessant om te zien hoe de balancing act zal uitpakken tussen degenen die genderdiscriminatie weer willen terugbrengen naar sekse-discriminatie en degenen die juist meer aandacht willen voor genderdiscriminatie—waarvoor wij in ons position paper sterke suggesties hebben gedaan. 

Al met al gaf deze dag me veel inspiratie om door te gaan. En daar ben ik blij om, want na de recente politieke ontwikkelingen voelde ik me behoorlijk terneergeslagen. Nu is het afwachten tot de GR 41 wordt gepubliceerd. 


Zaza van de Koppel, penvoerder Position Paper Netwerk VN-Vrouwenverdrag en (o.a.) bestuurslid voor Vrouw en Recht 



dinsdag 18 februari 2025

General Discussion over Gender Stereotypes

Op naar de General Discussion over Gender Stereotypes, vanmiddag 17 februari 2025 in het Palais des Nations. 

Gisteravond spraken Zaza van de Koppel en ik Rhoda Reddock uit Trinidad, al zes jaar lid van CEDAW. Rhoda gaf meer dan 40 geleden les op het Institute of Social Studies in Den Haag in het eerste curriculum Women and Development, terwijl ze ook een PHD aan de Universiteit van Amsterdam deed. Ireen Dubel, al 40 jaar mijn partner, was een van de studenten destijds met jongere en oudere feministes uit alle werelddelen. Zij zouden elkaar nog jarenlang tegenkomen op belangrijke internationale fora de afgelopen decennia.

 

We zijn hier om de half-day of general discussion on gender stereotypes bij te wonen. CEDAW gaat een nieuwe Algemene Aanbeveling 41 maken over dit onderwerp. Het Netwerkwerk VN-Vrouwenverdrag heeft een position paper ingediend, waarvan Zaza de penvoerder was. Inmiddels hebben 44 Nederlandse Ngo’s zich achter het paper geschaard (zie link hierboven). We hebben ook een mondelinge interventie voorbereid, die max. 3 minuten mag duren. Zaza zal ‘m uitspreken. Of het er van komt is de vraag. Rhoda vertelde gisteren dat er zich al 14 sprekers namens State Parties hebben aangemeld, hoeveel ngo’s wist ze niet, maar er zijn ook video boodschappen (maximale duur 3 minuten per presentatie). Ze vertelde ook dat ze net zelf het verzoek had gekregen om haar ‘Introductory remarks’ als co-Chair of the CEDAW Working Group on gender stereotypes te bekorten tot twee minuten.

 

Ter voorbereiding las ik de afgelopen dagen verschillende written submissions die op de CEDAW-website te vinden zijn (link zie boven). Ze waren niet allemaal te openen (die van het Netwerk ook niet – ik heb het CEDAW-secretariaat hiervan verwittigd en ze zou haar collega’s vragen de storing op te lossen). Wat er wel te openen was is een bont scala. Uitstekend gedocumenteerde bijdragen van bijvoorbeeld Amnesty International en bijvoorbeeld Advocates for Human Rights, the International Center for Advocates Against Disrcrimination (ICAAD) en de Global Allaince against Traffic in Women (GAATZ). Maar ook vele van organisaties als Nordic Model Now! en vergelijkbare ngo’s die sekswerk nog verder willen criminaliseren. Een andere lobby die sterk vertegenwoordigd lijkt zijn degenen die af willen van het begrip gender en het in ieder geval niet deze nieuwe Algemene Aanbeveling willen hebben staan. Soms in korte, stevige statements, andere is lange wat verwarrende betogen – zoals een gepensioneerd Australisch psychologe die kortweg een paper dat ze maanden geleden schreef voor de Australische Human Rights Commission inzond. Ook de Australian Feminist for Women’s Rights willen terug naar het bestrijden van sex-based violence en plaatsen stevige vraagtekens bij het begrip intersectionaliteit.

 

Daar krijgt de CEDAW Working Group nog een hele kluif aan. Hierbij moet opgemerkt worden dat het vervolg van dit traject met betrekking tot de Algemene Aanbeveling over gender Stereotypes nog hoogst onzeker is. CEDAW heeft geen stafcapaciteit om de werkgroep te ondersteunen. Er is nog geen State Party gevonden die het proces wil ondersteunen zodat een staflid kan worden aangetrokken, zoals Frankrijk dat deed met de vorige Algemene Aanbeveling No. 40 (2024) on the equal and inclusive representation of women in decision-making process (lees hierover meer).

 

Rhoda vertelde ook dat het werk van alle VN-mechanisms, zoals het in het jargon heet, op dit moment erg onzeker is, ook van CEDAW. Of er na april bijeenkomsten, zoals een CEDAW-sessie, kunnen plaatsvinden is nog niet bevestigd. De financiële situatie is alleen maar meer precair geworden sinds Trump met zijn decreten is begonnen. Stagiaires die een arbeidscontract in het vooruitzicht hadden, kunnen weer naar huis, om een ander voorbeeld te noemen.  

Kortom: of sessie 92 in oktober, inclusief de constructieve dialoog van CEDAW met Nederland, door gaat is hoogst onzeker.

 

Nu eerst zometeen de General Discussion on Gender Stereotypes.

 

Leontine Bijleveld, penningmeester Netwerk VN-Vrouwenverdrag