woensdag 12 november 2025

De blog is verhuisd naar de website van het Netwerk VN-Vrouwenverdrag

De blog van het Netwerk VN-Vrouwenverdrag is voortaan rechtstreeks beschikbaar via onze website. Het volledige archief van de eerdere Blogspot-omgeving is geïmporteerd, zodat alle berichten nu op één centrale plaats te vinden zijn. Nieuwe berichten worden voortaan op de website gepubliceerd. De blog is te vinden via de pagina Blog onder “Actueel”.

zondag 6 april 2025

General Discussion on Gender Stereotypes VI – de NGO’s

Al in mijn eerste blog over de General Discussion on Gender Stereotypes, geschreven vóór de start van de bijeenkomst, gaf ik een impressie van de schriftelijke bijdragen van NGO’s, die toen op CEDAW’s website waren geplaatst. Inmiddels is deze lijst gegroeid tot zo’n 60, plus vijf individuele bijdragen. De nieuwe papers betreffen deels nagekomen schriftelijke bijdragen. De diversiteit is alleen maar groter geworden: van erg korte statements zonder veel argumenten tot meer doorwrochte van vele referenties voorzien, c.q. onderbouwd met onderzoek en Recommendations, Comments, Statements en Views van CEDAW en andere ‘treatybodies’.

Op de bijeenkomst zelf zouden na de States Parties volgens CEDAW-voorzitter Haldar eerst zes Civil Society Organisaties drie minuten spreken en daarna zouden elf door NGOs ingezonden drie minuten video’s vertoond worden, waarna de afsluitende statements gehouden zouden worden. Dat bleek te optimistisch. Er waren meer sprekers dan aanvankelijk voorzien en sommigen spraken langer. Vertoning van de video’s is niet meer gelukt op de bijeenkomst zelf. Op het YouTube kanaal ‘UN Human Rights-meetings’ zijn er bij ‘Day General Discussion 2025’ veertien te vinden (twee dubbel geplaatste en de in blog III genoemde videoboodschap van Nyaradzayi Gumbonzvanda (Deputy ED UN Women) niet meegeteld). Een deel van die video’s is bovendien direct toegankelijk via de hierboven genoemde webpagina over de bijeenkomst onder het kopje Oral Statements. Sommige blauwe NGO-namen linken door naar een Word document en andere naar een video.

Nadeel van de videoboodschappen is niet alleen dat de geluids- en beeldkwaliteit verre van optimaal is, maar ook dat te controleren verwijzingen ontbreken. Als Netwerk VN-Vrouwenverdrag proberen we zoveel mogelijk onze standpunten en aanbevelingen in position papers en schaduwrapportages te onderbouwen met argumenten en verwijzing naar onderzoek en jurisprudentie. Dat was ook gebruikelijk bij CEDAW-sessies en General Discussions. Nu niet meer: verschillende video’s, maar ook op papier gestelde mondelinge bijdragen van max. drie minuten lijken eerder pamfletten, zonder veel argumentatie en zonder bronverwijzing. Een voorbeeld hiervan is de Schotse NGO Lesbian Persistence, die aandacht vraagt voor de noodzaak discriminatie van lesbische vrouwen te bestrijden, waarvan ze verschillende voorbeelden geeft. Tot zover kan ik het volgen, maar ik haak af bij de stelling dat een van de urgentste vormen van lesbo-discriminatie is dat jonge lesbische vrouwen door hun ouders gedwongen zouden worden zich te laten opereren tot transman onder het motto ‘liever man dan lesbisch’. Zoiets mag toch wel onderbouwd worden: komt deze dwang voor?, zo ja hoe vaak? in absolute cijfers en relatieve - ten opzichte van andere vormen van lesbo-discriminatie. Met complot-denken schiet niemand op. Dit lijkt eerder trans-hetze dan een serieuze bijdrage aan een debat over mensenrechten van vrouwen en seksuele minderheden. Medisch ingrijpen zonder toestemming van betrokkenen, waaronder medische behandeling van intersekse personen, is een mensenrechtenschending waar CEDAW en andere VN-organisaties zich in de loop der jaren tegen uitgesproken hebben. Dat geldt dus ook voor gedwongen transitie behandelingen. ILGA World onderstreepte dan dat het belangrijk is “to uphold the principle of non-regression in international human right law, ensuring that the advancements made by CEDAW and other treaty bodies cannot be reversed or undermined.”

Het Netwerk VN-Vrouwenverdrag staat niet onder Oral Statements, maar twee maal bij Written Contributions: als Dutch CEDAW Network met de mondelinge interventie die Zaza van de Koppel, penvoerder van het position paper, uitsprak. Het position paper zelf is te vinden onder The Dutch CEDAW Network. De meeste NGO’s die zowel een schriftelijke bijdrage als een mondelinge interventie (of een videofilm van drie minuten) aandroegen kozen er voor om hun schriftelijke inbreng samen te vatten of te herhalen. Wij kozen ervoor iets toe te voegen: we hebben de aandacht gevestigd op het in vele landen/culturen voorkomende gender stereotype dat vrouwen altijd beschikbaar zouden moeten zijn voor seks met hun echtgenoot. Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) oordeelde namelijk in een recente uitspraak dat het concept van echtelijke plichten geen enkele rekening hield met het vereiste van instemming tot seksueel contact en in strijd was met seksuele autonomie. Het EHRM oordeelde dan ook unaniem in deze Franse zaak dat sprake was van schending van artikel 8 van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens. Het Hof verwees expliciet naar verplichtingen voortvloeiend uit het Verdrag van Istanbul. CEDAW verwijst in Algemene Aanbevelingen vaker naar uitspraken van het EHRM, vandaar dat we deze nieuwe informatie graag onder de aandacht wilden brengen. Verder bevatte onze interventie een pleidooi om te waken voor backtracking – laat staan het uitwissen van het concept gender.

Onder de na 17 februari geplaatste schriftelijke bijdragen zijn er een aantal van mij onbekende, wellicht pas opgerichte, organisaties. Women’s Declaration International claimt namens tienduizenden individuen, honderden organisaties uit bijna alle landen ter wereld te schrijven met een kort pleidooi om af te stappen van de term ‘gender stereotypes’ en terug te keren tot de term ‘sex stereotypes’, zoals in het Vrouwenverdrag zelf zou staan (quod non). CEDAW zouden moeten afstappen van het gebruik van de term gender omdat staten gender gebruiken om de reikwijdte van art. 2 VN-vrouwenverdrag te ondermijnen. Ik begrijp niet hoe dat dan werkt. De organisatie legt dat ook niet uit, maar citeert een onbegrijpelijk statement op X (!) van december 2024 waarin de huidige Special Rapporteur on Violence against Women en Girls (UNSRVAWG) haar zorgen uit. Ik ben het eens met haar oproep aan media en iedereen “to uphold the dignity of women and respect their human rights”, maar zie niet waarom CEDAW of anderen daarom het concept gender, zoals onder andere gedefinieerd in GR 33 para 7, niet mag gebruiken. Het is niet of-of! Ons position paper stelt niet voor niets dat art. 5 een unieke mogelijkheid biedt om het Verdrag te interpreteren als zou het alle vormen van discriminatie op basis van “sex, gender and gender identity” te verbieden. Om te vervolgen met “This interpretation is grounded in the understanding that the construction of gender stereotypes and rigid gender roles is rooted in the wrong assumption of two opposite and mutually exclusive biological sexes who are attracted to each other”. (3).

Ook de Franse afdeling van Women’s Declaration International heeft een schriftelijke bijdrage ingezonden. Hierin wordt het begrip seksistische stereotypen gebruikt, zonder gender stereotypen uit te sluiten. De Franse afdeling wil aan de hand van twee voorbeelden de aandacht vestigen op het paradoxale effect van de strijd tegen seksistische/gender stereotypen die stereotypen zouden versterken in plaats van verzwakken. Het eerste voorbeeld zijn dragqueens die voorlichting geven aan jongeren onder de ‘dekmantel’ van inclusiviteit, tolerantie en vrijheid van meningsuiting. Door uitvergroten van verondersteld vrouwelijke kenmerken als kapsels, decolletés en naaldhakken versterken ze misogyne stereotypen, volgens de inzenders. Tsja, zo kun je het ook bekijken, maar of dit nu de meest schadelijke gender of seksistische stereotypen zijn? Je kunt het ook anders bekijken, zo blijkt uit wetenschappelijk onderzoek, gepubliceerd in 2015: “Heteronormativity within our society has a significant impact on how we come to view and understand gender identity. Drag queens allow a break in the heteronormative gender guideline while also reinforcing the social image of what it means to look like a woman. Although drag queens merely reflect the preexisting image of a woman, they still present an image of both gender bending and the ways that gender is socially taught.”[1] Kort samengevat: Juist door de stereotypes te benadrukken bevraag je ze tegelijkertijd.

Het andere voorbeeld betreft meisjes die niet of in mindere mate aan sociale meisjesrollen voldoen, de zogenaamde ‘tomboys’ of in het Frans ‘garçon manqués’. Vroeger werden ze gedisciplineerd met gedwongen huwelijken, afkick behandelingen voor lesbiennes e.d., nu gaan ze in drie fases in transitie. 75 % van de personen in transitie bestaat uit jonge vrouwen volgens de inzenders, die dat duidelijk geen goede zaak vinden (niet duiden om hoeveel personen dat gaat en geen referentie geven). Zelf heb ik meer geleerd van de goed gedocumenteerde Engelstalige inzending van psychologe Laura Scarrone Bonheur, medeoprichter van online training platform Affirm, dat gericht is op verbetering van de gezondheidszorg voor transgender en non-binary mensen.

De laatste schriftelijke inbreng was een late inzending van Women’s Platform for Action International (WoPAI) uit Zweden. De organisatie omschrijft zichzelf als een ‘new global Non-Profit Women’s Association. It is an umbrella of members and informal women’s rights groups globally’. WoPAI ondersteunt de inbreng van van ‘Nordic Model Now’ en wil dat CEDAW teruggaat naar de oorspronkelijke tekst van het Verdrag die gericht is (of moet zijn) op het bestrijden van discriminatie gebaseerd op sekse en stereotype rollen van vrouwen (en mannen). “Gender as used in the Concept Note [voor GR41 LWB] does not address root causes. Sex and gender are not interchangeable.” Zelf heb ik in geen enkele schriftelijke of mondelinge bijdrage aan de General Discussion de stelling vernomen dat sekse en gender uitwisselbaar zijn.

De enige die dat luid en duidelijk stelt is Donald Trump: “There are two genders, male and female.” Te horen in de drie potcasts die de nieuwe voorstelling Foekje van Tryater begeleiden – naar Foekje Dillema, de Friese atlete die als grote kanshebber zou deelnemen aan de Europese Atletiek Kampioenschappen in 1950, maar geschorst werd voor het leven omdat ze de net ingevoerde seksetekst weigerde. Op 9 april a.s. gaat de voorstelling in première – ook op Oerol te zien.

De belangrijkste reden dat ik WoPAI hier noem is dat vier dagen na de General Discussion door WoPAI een email verzonden is naar allerlei VN-organen met als bijlage een “GLOBAL SUPPORT LETTER FOR the United Nations Special Rapporteur on Violence Against Women and Girls, its causes and consequences, Reem Alsalem”. De brief d.d. 21 februari 2025 is geïnitieerd door WoPAI en de Zweedse Vrouwenlobby in samenwerking met de European Network of Migrant Women. Het is een lofzang op de kwaliteiten van de huidige mandaathouder, haar inzet en haar “independent and objective presentations” en een klaagzang over de “smear campaigns and unfounded attacks against her and her work that have recently escalated (…)”. Ik zou niet weten waar dit over gaat, maar velen kennelijk wel, want de brief is ondertekend door ruim 500 organisaties over de hele wereld en zo’n 5.000 individuen. Onder de organisaties zitten in ieder geval vele die zich zeer actief te weer stellen tegen elke vorm van prostitutie, die per definitie altijd gedwongen is in hun ogen. De woorden sekswerk en sekswerker passen niet in het vocabulaire. Ook de in deze blog genoemde organisaties die zich met verve, maar vaak zonder referenties keren tegen het gebruik van het begrip gender zijn vertegenwoordigd. Het heeft allemaal een hoog ‘aanval is de beste verdediging gehalte’. Een andere associatie die ik had is met het in het discours rond geweld tegen vrouwen en dwingende controle benoemde fenomeen dat daders (vaak M) zich met succes als slachtoffers presenteren en er mee wegkomen – boeiende debatten op LinkedIn.[2]

WoPAI is vorige maand, tijdens CSW 69 officieel gelanceerd, maar is dus al veel langer geleden begonnen met het werven van handtekeningen - de genoemde brief staat op hun website. De mailtekst naar CEDAW is van hetzelfde laken een pak en bevat nog een paar vreemde uitspraken: zo zou CEDAW het werk van Ms Alsalem moeten erkennen in het GR 41 proces, maar die heeft helemaal geen schriftelijke inbreng geleverd, terwijl dat wel gekund had. In de VN-hiërarchie staat CEDAW trouwens boven de ‘special rapporteurs’, maar dat is kennelijk nog niet doorgedrongen. Wat betreft de General Discussion zelf werd CEDAW in de mailtekst verweten dat keynote speakers niet betrokken zouden zijn bij of op de grassroots women’s movement en dat er eentje het initiatief had genomen tot een ongefundeerde en weerzinwekkende aanval op de UNSRVAWG. Als uitsmijter: ”This does not at all add to the good image of the committee so much previously appreciated.” Je moet maar durven.
Ondergetekende grassroots activist adviseert alle betrokkenen om te focussen op de inhoud, argumenten uit te wisselen en eerst te proberen na te gaan waar men het over eens kan zijn. Vaak kunnen bruggen geslagen worden met andere formuleringen en als het helemaal niet lukt dan kun je altijd nog afspreken het niet eens te zijn (‘agree to disagree’). Zo werkt het Netwerk VN-Vrouwenverdrag al jaren en CEDAW nog veel langer. Het komt goed.

Leontine Bijleveld, vertegenwoordigt de Vereniging voor Vrouw en Recht in het Netwerk VN-Vrouwenverdrag.
Met dank aan Zaza van de Koppel


[1]: Greaf, Caitlin; “Dragqueens and gender identity” in Journal of Gender Studies (2015) pp 655-665 published online 20 September 2015]
[2]: Zie ook Alsalem, Reem; “Response to a Political Critique and Personal Attack Against a United Nations Report that Presented New Evidence About Prostitution as a Cause and Consequence of Violence Against Women and Girls, in Dignity: a Journal of Analysis of Exploitation and Violence Vol. 10 (2025) Issue 1 Article 6.

woensdag 19 maart 2025

General Discussion on Gender Stereotypes V – de States Parties

Alle States Parties, die het woord vroegen en kregen, onderstreepten het belang van General Recommendation 41 over Gender Stereotypen. Aan een schriftelijke inbreng hadden alleen Malta en Oostenrijk zich gewaagd.

Malta beschreef zijn eerste Gender Equality and Mainstreaming Strategy and Action Plan (2022-2027). Dit actieplan verbindt Malta aan de 2030 Agenda for Sustainable Development en de 17 SDGs, de Beijing Declaration and Platform for Action, maar ook de Gender Equality Strategies van de Raad van Europa en van de Europese Commissie. Het paper noemt veelvuldig het begrip gender en onderstreept het belang van intersectionaliteit. Het onderwerp bestrijden van gender stereotypen kwam vooral aan de orde in de paragrafen over politieke participatie van vrouwen en bij onderwijs. Na een geslaagde pilot in 2024 ter bestrijding van het stigma verbonden aan menstruatie zullen in 2025 in alle scholen menstruatie artikelen volop verkrijgbaar zijn. De BTW op dergelijke artikelen is per 2025 afgeschaft. De mondelinge interventie van Malta vatte de de boven samengevatte schriftelijke inbreng kort samen, na grote waardering voor het werk van het CEDAW te hebben uitgesproken.

Oostenrijk spitste de schriftelijke inbreng toe op gender en gezondheidszorg en vroeg aandacht voor de “significant barriers rooted in gender-based inequalities, often reinforced by intersectional effects”. De bias van het androcentrische medische systeem zorgt ervoor dat er te weinig aandacht is voor symptomen en ziekten die disproportioneel of zelfs alleen maar vrouwen en gender-diverse individuen treffen. Aldus het paper dat ook het geïnstitutionaliseerde concept van cis- en heteronormativiteit ter discussie stelt. “Health equality should be guaranteed regardless the gender identity and sex characteristics.” Autonomie en zelfbeschikking, de kernprincipes van biomedische ethiek, moeten gewaarborgd worden en vertaald in het uitgangspunt van volledige, vrije geïnformeerde toestemming voor al het medisch handelen en in het bijzonder hetgeen effect kan hebben op sekse karakteristieken kunnen – geen FGM (genitale verminking van vrouwen) en ook geen IGM (intersekse genitale verminking). Ook vroeg Oostenrijk in navolging van de WHO aandacht voor de gezondheidseffecten van gendergerelateerd geweld. Kortom: een verstrekkende interessante inbreng!

In de mondelinge interventie bepleitte Oostenrijk het integreren van gender in ontwikkelingsbeleid, zoals bijvoorbeeld met behulp van Gender Guidelines die een gender transformatieve benadering voorschrijven. Ook onderstreepte de Oostenrijkse vertegenwoordiger de noodzaak om mannen en jongens te betrekken bij het ter discussie stellen van schadelijke normen en het hervormen van schadelijke ‘masculinities’ – eveneens het onderwerp van het Oostenrijkse, samen met het OECD Development Centre georganiseerde side event op de CSW.

Van vijf landen zijn de mondelinge interventies niet gepubliceerd op de website. Mogelijk hadden Bolivia, Cyprus, Israël, Polen en Oekraïne de deadline van 10 februari voor het inleveren van de tekst van hun mondelinge interventie niet gehaald. Vooral die van Polen was interessant: tot voor kort hadden we niet kunnen denken dat de vertegenwoordiger van Polen uitdrukkelijk zou wijzen op de schadelijke invloed van gender stereotypen op LGBTIQ mensen en het belang van voortborduren op GR 28 zou onderstrepen, inclusief de intersectionele benadering die daarin benoemd is. Alle genders hebben belang bij het ontmaskeren van gender stereotypen, volgens de vertegenwoordiger van Polen die ook in herinnering riep dat CEDAW aanbeveelt om vrouwenorganisaties te steunen.
Oekraïne vroeg als een van de weinige sprekers aandacht voor de noodzaak om gendergerelateerd geweld in conflictzones te bestrijden. Niet verrassend wellicht, maar belangrijk genoeg. In GR 30 over vrouwen in conflict preventie, conflict en postconflict situaties komt het woord stereotypen slechts eenmaal voor (in para 43, in relatie tot belemmeringen voor vrouwen om volledig te participeren in vredesprocessen en post conflict wederopbouw). GR 41 biedt kansen om het bestrijden van schadelijke gender stereotypen in (post) conflict situaties aan de orde te stellen.

Dertien andere landen voerden kort het woord. Deze interventies zijn opgenomen op de webpagina over de General Discussion. Ik vond het opmerkelijk dat geen van de woordvoerders afstand nam van het gebruik van het begrip gender. Naast genderstereotypen kwamen de woorden gender equality, gender based violence, gender based discrimination e.d. vaak voor. Een aantal woordvoerders bepleitte expliciet om ook in GR 41 te beschouwen hoe gender interacteert met andere factoren, zoals leeftijd, handicap, seksuele oriëntatie, inkomen, ras, inheemsheid, religie en huwelijkse staat – al noemden ze niet allemaal de hele opsomming, het belang van intersectionaliteit werd van verschillende kanten onderstreept (onder meer Canada, Chili, Spanje, naast de boven al genoemde landen).

In haar slotwoorden stelde CEDAW-voorzitter Nahla Haidar dat de bewoordingen over intersectionaliteit uit GR 28 zullen worden gevolgd in GR 41.

Steun aan het werk van het Comité en aan de co-voorzitters van de CEDAW werkgroep over genderstereotypen werd door de meeste landenvertegenwoordigers uit gesproken. Of dat ook daadwerkelijke financiële steun zal betekenen is echter de vraag. En dat heeft CEDAW wel nodig om GR 41 te kunnen formuleren en in oktober 2026 te aanvaarden.

Leontine Bijleveld, vertegenwoordigt de Vereniging voor Vrouw en Recht in het Netwerk VN-Vrouwenverdrag.

maandag 10 maart 2025

General Discussion over Gender Stereotypes IV – het panel

Na de openingstoespraken kwamen de panelsprekers aan de beurt, die allen iets meer spreektijd kregen dan alle anderen (8 minuten). Drie van de vijf teksten zijn op CEDAW’s website te vinden. Die van Ms Adriana Quinones (UN Women) (nog?) niet. Ze pleitte er, als een van de weinigen, voor om in de nieuwe GR 41 ook aandacht te besteden aan de voedingsbodem voor gender stereotypen, waarin ook nieuwe vormen van stereotypen goed gedijen.

De hoofdlijnen van het verhaal van Joni van de Sand, co-director van MenEngage Global Alliance, staan wel al online. Dat Joni bepleitte om juist ook de patriarchale masculinities en de schadelijke gender normen en stereotypen rond wat het betekent om man te zijn bij GR 41 te betrekken is vanuit haar organisatie bezien loge meeste sprekers beperkten hun interventie tot de schadelijke effecten van gender stereotypen op vrouwen. Joni riep echter ook op om te vermijden gender te reduceren tot de binaire oppositie mannen en vrouwen. Genderidentiteiten vormen een spectrum en het zijn juist stereotypen die mensen beperken tot rigide categorieën, met alle schadelijke effecten voor (hetero en homo) mannen en vrouwen, intersekse personen, trans vrouwen en mannen en noem maar op.

Het was goed om te zien hoe Joni zich ontwikkeld had. In 2012 reisde ik met haar namens WO=MEN Dutch Gender Platform naar de CSW in New York. Ik was haar mentor toen legde ze nu uit aan Rhoda Reddock, die tot haar vreugde ook Jan Reynders bleek te kennen: één van de actieve leden, grondleggers zelfs, van het MenEngage Netwerk. Joni woont tegenwoordig in een dorp in Catalonië niet ver van Barcelona met haar Catelaanse man, zoon van 6 en dochter van 2.

De bijdrage van Paola Daher (Women Deliver) is niet gepubliceerd. Daher memoreerde dat het dit jaar 30 jaar geleden is dat het Beijing Platform for Action tot stand kwam. Met de nieuwe GR 41 kunnen stappen vooruit worden gezet: ze pleitte ervoor om essentialistische stereotypen te deconstrueren, inclusief stereotypen die vooral trans vrouwen raken. Ze wees er op dat gender stereotypen vaak gepaard gaan met rassen stereotypen en pleitte daarom ook voor een intersectionele benadering. Ook ging ze in op de invloed van digitale media bij het voortleven van gender stereotypen die niets meer met het werkelijk geleefde leven te maken hebben. In die context noemde ze ook de zogenaamde ‘trad wives’.

Gelukkig staat het verhaal van Alexandra Xanthaki, Special Rapporteur in the field of cultural rights, wel online. Ik vond het een inspirerend betoog dat goed gebruikt kan worden in de dialoog met meer behoudende groepen/personen. Cultuur wordt vaak aangehaald als legitimatie van bepaalde gender stereotypen en traditionele waarden. Ten onrechte volgens Xanthaki, die ook citeerde uit het werk van eerder bekleders van dit VN-mandaat. Cultuur is geen statisch begrip: dominante culturele normen en waarden, die vaak ten faveure van elites uitpakken, worden betwist en veranderd door specifieke actoren, waaronder vrouwen. Volgens Xanthaki moet CEDAW in GR 41 duidelijk maken dat cultuur een transformatief concept is, dat individuen de mogelijkheid geeft om hun potentieel waar te maken en niet gebruikt mag worden om mensenrechten te beperken. Ze memoreerde de View van CEDAW in de zaak Rosanna Flamer-Caldera v. Sri Lanka uit 2022 (individuele klacht bij CEDAW), waarin het Comité stelde dat de rechten gewaarborgd door de Conventie álle vrouwen toekomen, inclusief lesbische, biseksuele, transgender en intersekse vrouwen. 1 Deze nadruk op diversiteit van vrouwen moeten we hoog houden, aldus Xanthaki. Om vervolgens door te pakken: in haar optiek moet GR 41 afstand nemen van het stereotype dat het vrouw zijn alleen maar kan worden vastgesteld op basis van biologie en getest door externe actoren en geridiculiseerd als ze niet overeenkomen met de gender stereotypen. Zelf identificatie moet de basis vormen van vrouw zijn, op dezelfde manier als dat gaat bij ‘behorend tot een minderheid’ of lid zijn van een ‘indigenous group’. Xanthaki besloot haar betoog met een paragraaf over hoe juist sport hierbij als een uitmuntend voorbeeld kan dienen. Hierbij verwees ze naar een joint statement van haarzelf als Independent Special Rapporteur met andere mandaathouders in relatie tot de bescherming van mensenrechten in sport zonder discriminatie gebaseerd op seksuele oriëntatie, gender identiteit, en sekse karateristieken uit oktober 2023. Expliciet wordt hierin gesteld dat in principe alle vrouwen, of ze nu zo geboren zijn of niet, in staat moeten worden gesteld mee te doen met vrouwenwedstrijden. Het algemene uitgangspunt moet non-discriminatie en zelfidentificatie zijn; in specifieke ad hoc gevallen kan nader onderzoek gewenst zijn. Bij mij komt hierbij onmiddellijk het grootste schandaal in de Nederlandse sportgeschiedenis in beeld: de levenslange schorsing van Foekje Dillema in juli 1950 omdat ze man zou zijn. Pas postuum kwam er in 2007 eerherstel voor de atlete met intersekse conditie. Zie ook het uitvoerig gedocumenteerde artikel over Foekje Dillema op Wikipedia.

Marwa Sharafeldin (MUSAWAH) was de laatste panellist. Haar presentatie staat online op de CEDAW-pagina over de General Discussion. Focus ligt op de relatie tussen de artikelen 5 & 16 van het Verdrag en het bestrijden van stereotypen in en door religieuze familie wetgeving, met name van Islamitische origine. Sharafeldin pleit ervoor goed te onderzoeken wat de relatie is tussen macht en belangen, de ongelijkheid die er het gevolg van is en de stereotypen die de machtsverhoudingen bestendigen. Ze wijst er op dat naast de sharia rechtspraak ook een meer aardse rechtspraak traditie bestaat: de fiqh. Daar zitten volgens Sharafeldin meer aanknopingspunten in om schadelijke gender stereotypen te bestrijden. Islamitische landen als Tunesië, Marokko, Indonesië en Maleisië worden opgevoerd als landen waarin Musawah, als beweging, al resultaten zou hebben geboekt. Sharafeldin besluit met drie aanbevelingen om in GR 41 op te nemen. Dat zal nog een kluif zijn voor het Comité – mijn pet gaan ze in ieder geval te boven. De komende anderhalf jaar zou benut kunnen worden om in regionale dialogen een concretiseringsslag te maken.

In een volgende blog aandacht voor wat de verschillende State parties te melden hadden en tot slot ook de NGO’s die aan het woord kwamen, waaronder het Netwerk VN-Vrouwenverdrag/Dutch Cedaw Network.

Leontine Bijleveld, vertegenwoordiger van de Vereniging voor Vrouw en Recht ‘Clara Wichmann’ in het Netwerk VN-Vrouwenverdrag.

Met dank aan Zaza van de Koppel.

zondag 23 februari 2025

General Discussion over Gender Stereotypes III

17 februari 2025: de bijeenkomst over Gender Stereotypen in het Palais des Nations
Om 15 uur was het zover: de voorzitter van CEDAW, Nahla Haidar uit Libanon, opende de bijeenkomst en gaf snel het woord aan drie officials van VN-organisaties voor hun openingswoorden, gevolgd door de co-chairs van CEDAW’s Working Group on gender stereotypes. Het was de start van een lange zit met speeches van 3 of 5 (of 8 minuten voor de panellisten), waarin veel sprekers met (erg) snel spreken zo veel mogelijk woorden in de hen toegemeten tijd propten en sommigen die gewoon met één of meer minuten oprekten. Ter oriëntatie: 3 minuten spreken is iets minder dan de helft van deze blog. Inmiddels is op de speciale pagina op CEDAW’s website gewijd aan deze General Discussion een sectie toegevoegd met de Oral Interventions. Hierop zullen in de loop van deze en volgende week alle bijdragen worden geplaatst, inclusief de video boodschappen vanuit civil society, waarvoor op de middag zelf geen tijd meer was. Een paar opmerkelijke uitspraken hieronder.

Peggy Hicks (director at OHCHR) achtte het van groot belang te erkennen dat gender stereotypen nooit gerechtvaardigd kunnen worden onder de vlag van traditie, cultuur, religie of zelfs natuur. De constructie van gender is diep geworteld in cultuur, maar ook culturen zijn dynamisch en veranderen. Ze benoemde het schadelijke effect en de blootstelling aan discriminatie, geweld en criminalisering voor die vrouwen die niet voldoen aan gender stereotypen of deze openlijk betwisten, inclusief alleenstaande vrouwen, weduwen, lesbisch, biseksuele, transgender en intersekse vrouwen, sekswerkers en ‘women human rights defenders’.
Natalia Kanem (ED UNFPA) wees op het gevaar dat de ‘push backs of reproductive and sexual health and rights’ tientallen jaren van vooruitgang bedreigen. “Language long upon agreed on now seems disappearing.” Ook zij noemde de intersectie met seksuele oriëntatie en met handicap. Heel specifiek wees ze op het gangbare stereotype of stigma dat gehandicapte vrouwen geachte worden niet seksueel actief te zijn. Gender stereotypen raken iedereen, inclusief mannen, “I expect men to step up!”. Ze eindigde met citaten van bel hooks en Audre Lorde.
Nyaradzayi Gumbonzvanda (Deputy ED UN Women) wond er in haar video boodschap geen doekjes om: “gender stereotypes keep women from economic power” en verbond het vrouwen discriminerende erfrecht daar mee. En: “child and forced marriages = rape of girls”. Ze sprak de hoop uit dat GR41 aanknopingspunten biedt om gender stereotypen in het privé domein aan te pakken.
Co-Chair Bandana Rana, Comité lid uit Nepal, riep in herinnering dat CEDAW al in februari 2022 besloot om een Algemene Aanbeveling over art. 5 van het Vrouwenverdrag te gaan maken en roemde de inzet van CEDAW-leden waarvan de termijn inmiddels verstreken was, waaronder Marion Bethel uit de Bahamas. De andere Co-chair Rhoda Reddock onderstreepte onder meer de noodzaak om het begrip intersectionaliteit goed in GR 41 te verankeren.

Na de panelsprekers, waarover in een ander blog meer, was het de beurt aan de State Parties. Dat zo’n 40 landen vertegenwoordigd waren, waarvan er 20 het woord namen, vond CEDAW voorzitter Haider enorm bemoedigend, zo zei ze in haar afsluitende woorden tegen 18 uur. De permanente vertegenwoordiging van Nederland bij de VN in Genève hoorde daar niet bij. Die ochtend was er een PV-brede gender workshop geweest. Pogingen om namens het Netwerk later op de maandag of de vroege dinsdagochtend vóór vertrek met de voor de ‘treaty bodies’ verantwoordelijke 2 de secretaris van de onderafdeling ‘human rights’ te maken zijn helaas op niets uitgelopen. Dit alles was een paar dagen vóór de Kamerbrief van Minister Klever met de beleidsnota Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp, waarin de stopzetting van financiële steun aan diverse programma’s onder meer op het terrein van gendergelijkheid werd aangekondigd. Inmiddels is het thema Feministische Buitenlands Beleid, dat tot voor kort prominent op de themapagina van de website van de PV te vinden was, daar verdwenen. Thuisgekomen bleek op vrijdag 21 februari wel een Nederlandse bijdrage bij de Oral Statements van 16 States Parties op de webpagina van de General Discussion geplaatst te zijn. Kennelijk was die voor 10 februari, de deadline voor de ‘oral interventions’ ingezonden, maar wij hebben niets horen uitspreken. De helft van het drie minuten verhaal gaat over de dit jaar van start gegane alliantie Worden Wie Je Bent, die bestaat uit VHTO, Stichting School en Veiligheid, Movisie en Emancipator. Het Ministerie van OCW ondersteunt de alliantie, die vooral gericht is op leerkrachten en leerlingen in het onderwijs, financieel.
De landen die wel spraken onderstreepten allen het belang van de nieuwe GR 41 over gender stereotypen. In een volgend blog licht ik er een paar opmerkelijke uitspraken uit.

Leontine Bijleveld, vertegenwoordigt de Vereniging voor Vrouw en Recht in het Netwerk VN- Vrouwenverdrag.

zaterdag 22 februari 2025

General Discussion over Gender Stereotypes II

 Op 17 februari sprak ik namens het Netwerk VN-Vrouwenverdrag ons Oral Statement uit tijdens de Half Day of General Discussion on Gender Stereotypes. Het was een bijzondere ervaring om door het VN-complex te lopen door de imposante gebouwen en de geschiedenis die in de lucht hangt. Dankzij Leontine, die me uitstekend rondleidde, konden we de lange rijen omzeilen en rustig genieten van een broodje met uitzicht op het meer van Genève.

Toch voelde de sfeer in Genève allesbehalve feestelijk. De stad lijkt haar rol als internationale gastheer langzaam te verliezen. Zoals Leontine in de vorige blogpost al beschreef, is de financiële situatie van VN-organisaties alleen maar zorgwekkender geworden sinds Trump zijn decreten heeft uitgevaardigd. Stagiairs die uitzicht hadden op een arbeidscontract moeten noodgedwongen naar huis. Zelfs werknemers die net naar Genève zijn verhuisd en van wie de kinderen al op een nieuwe school zitten, worden na slechts twee maanden weer teruggestuurd. Maar de grootste gevolgen zijn er natuurlijk voor de mensen voor wie het humanitaire beleid en de internationale verdragen bedoeld zijn.

De impact van de veranderende (geo)politieke situatie werd dan ook benoemd in alle opening statements tijdens de Half Day of Discussion. Een paar krachtige quotes die me bijbleven:

“We can no longer afford the false belief that inequality is inevitable.”

en

“Hold fast to those long-standing international norms. Seek what inspires you in this moment—your work is valuable.”

Ik ben heel benieuwd wat er uiteindelijk in de nieuwe General Recommendation 41 over genderstereotypen komt te staan. Het wordt interessant om te zien hoe de balancing act zal uitpakken tussen degenen die genderdiscriminatie weer willen terugbrengen naar sekse-discriminatie en degenen die juist meer aandacht willen voor genderdiscriminatie—waarvoor wij in ons position paper sterke suggesties hebben gedaan. 

Al met al gaf deze dag me veel inspiratie om door te gaan. En daar ben ik blij om, want na de recente politieke ontwikkelingen voelde ik me behoorlijk terneergeslagen. Nu is het afwachten tot de GR 41 wordt gepubliceerd. 


Zaza van de Koppel, penvoerder Position Paper Netwerk VN-Vrouwenverdrag en (o.a.) bestuurslid voor Vrouw en Recht 



dinsdag 18 februari 2025

General Discussion over Gender Stereotypes

Op naar de General Discussion over Gender Stereotypes, vanmiddag 17 februari 2025 in het Palais des Nations. 

Gisteravond spraken Zaza van de Koppel en ik Rhoda Reddock uit Trinidad, al zes jaar lid van CEDAW. Rhoda gaf meer dan 40 geleden les op het Institute of Social Studies in Den Haag in het eerste curriculum Women and Development, terwijl ze ook een PHD aan de Universiteit van Amsterdam deed. Ireen Dubel, al 40 jaar mijn partner, was een van de studenten destijds met jongere en oudere feministes uit alle werelddelen. Zij zouden elkaar nog jarenlang tegenkomen op belangrijke internationale fora de afgelopen decennia.

 

We zijn hier om de half-day of general discussion on gender stereotypes bij te wonen. CEDAW gaat een nieuwe Algemene Aanbeveling 41 maken over dit onderwerp. Het Netwerkwerk VN-Vrouwenverdrag heeft een position paper ingediend, waarvan Zaza de penvoerder was. Inmiddels hebben 44 Nederlandse Ngo’s zich achter het paper geschaard (zie link hierboven). We hebben ook een mondelinge interventie voorbereid, die max. 3 minuten mag duren. Zaza zal ‘m uitspreken. Of het er van komt is de vraag. Rhoda vertelde gisteren dat er zich al 14 sprekers namens State Parties hebben aangemeld, hoeveel ngo’s wist ze niet, maar er zijn ook video boodschappen (maximale duur 3 minuten per presentatie). Ze vertelde ook dat ze net zelf het verzoek had gekregen om haar ‘Introductory remarks’ als co-Chair of the CEDAW Working Group on gender stereotypes te bekorten tot twee minuten.

 

Ter voorbereiding las ik de afgelopen dagen verschillende written submissions die op de CEDAW-website te vinden zijn (link zie boven). Ze waren niet allemaal te openen (die van het Netwerk ook niet – ik heb het CEDAW-secretariaat hiervan verwittigd en ze zou haar collega’s vragen de storing op te lossen). Wat er wel te openen was is een bont scala. Uitstekend gedocumenteerde bijdragen van bijvoorbeeld Amnesty International en bijvoorbeeld Advocates for Human Rights, the International Center for Advocates Against Disrcrimination (ICAAD) en de Global Allaince against Traffic in Women (GAATZ). Maar ook vele van organisaties als Nordic Model Now! en vergelijkbare ngo’s die sekswerk nog verder willen criminaliseren. Een andere lobby die sterk vertegenwoordigd lijkt zijn degenen die af willen van het begrip gender en het in ieder geval niet deze nieuwe Algemene Aanbeveling willen hebben staan. Soms in korte, stevige statements, andere is lange wat verwarrende betogen – zoals een gepensioneerd Australisch psychologe die kortweg een paper dat ze maanden geleden schreef voor de Australische Human Rights Commission inzond. Ook de Australian Feminist for Women’s Rights willen terug naar het bestrijden van sex-based violence en plaatsen stevige vraagtekens bij het begrip intersectionaliteit.

 

Daar krijgt de CEDAW Working Group nog een hele kluif aan. Hierbij moet opgemerkt worden dat het vervolg van dit traject met betrekking tot de Algemene Aanbeveling over gender Stereotypes nog hoogst onzeker is. CEDAW heeft geen stafcapaciteit om de werkgroep te ondersteunen. Er is nog geen State Party gevonden die het proces wil ondersteunen zodat een staflid kan worden aangetrokken, zoals Frankrijk dat deed met de vorige Algemene Aanbeveling No. 40 (2024) on the equal and inclusive representation of women in decision-making process (lees hierover meer).

 

Rhoda vertelde ook dat het werk van alle VN-mechanisms, zoals het in het jargon heet, op dit moment erg onzeker is, ook van CEDAW. Of er na april bijeenkomsten, zoals een CEDAW-sessie, kunnen plaatsvinden is nog niet bevestigd. De financiële situatie is alleen maar meer precair geworden sinds Trump met zijn decreten is begonnen. Stagiaires die een arbeidscontract in het vooruitzicht hadden, kunnen weer naar huis, om een ander voorbeeld te noemen.  

Kortom: of sessie 92 in oktober, inclusief de constructieve dialoog van CEDAW met Nederland, door gaat is hoogst onzeker.

 

Nu eerst zometeen de General Discussion on Gender Stereotypes.

 

Leontine Bijleveld, penningmeester Netwerk VN-Vrouwenverdrag

donderdag 12 december 2024

Gelijke politieke participatie: werk aan de winkel

In welk jaar ratificeerde Nederland het VN-Vrouwenverdrag? Op welke plek staat Nederland in de Global Gender Gap Index van 2024, op het gebied van Political Empowerment? Zo maar wat vragen uit de korte quiz die Politica, WO=MEN Dutch Gender Platform en het Gender Meer Partijen Initiatief (Gender MPI) samen met Eerste Kamerleden organiseerden op 9 december. Als onderdeel van een bijeenkomst met het thema: ‘Inclusieve besluitvorming maakt het verschil!’. Het Netwerk VN-Vrouwenverdrag verzorgde een korte introductie van het VN-Vrouwenverdrag en Algemene Aanbeveling nummer 40 in Nieuwspoort.

Het VN-Vrouwenverdrag: bindend en resultaatverplichting

Het VN-Vrouwenverdrag, officieel de Convention on the Elimination of All Forms of Discrimination against Women (CEDAW), is een belangrijk mensenrechtenverdrag dat Nederland in 1991 ratificeerde. Het verplicht staten (en is dus bindend) om vrouwen te beschermen tegen discriminatie en hun positie te verbeteren, niet alleen door wetten aan te passen, maar ook door concrete gelijkheid in de praktijk te realiseren. Het Verdrag verplicht de staat er ook voor te zorgen dat andere partijen zoals bedrijven en verenigingen vrouwen niet discrimineren.

Belang van monitoring en schaduwrapportages

Elke vier jaar wordt de naleving van het Verdrag door landen beoordeeld door het CEDAW-Comité, een groep van 23 onafhankelijke experts. Naast regeringsrapportages speelt de inbreng van maatschappelijke organisaties een cruciale rol. Deze organisaties leveren zogenaamde schaduwrapportages, waarin zij de situatie aanvullen en becommentariëren. Voor de komende Constructieve Dialoog met Nederland, gepland in oktober 2025, heeft het Netwerk VN-Vrouwenverdrag samen met veel andere ngo's en experts een schaduwrapportage opgesteld. Een coalitie van negentig ngo’s heeft zich erachter geschaard. Die schaduwrapportage dient als waardevolle input voor een objectieve beoordeling door het CEDAW-Comité.

Toekomstperspectief: reuring en samen werken aan (politieke) gelijkheid

Het VN-Vrouwenverdrag blijft een belangrijk instrument om gelijke rechten te bevorderen, maar de implementatie vraagt erom dat we ons voortdurend blijven inzetten en samen reuring maken. De uitdagingen van gelijke politieke participatie zijn niet de minste. Nederland staat op dit moment op plek 23 wat betreft 'Political Empowerment' in de Global Gender Gap Index. Dat kan veel beter.

Hoe zetten we, en houden we, gendergelijkheid en vrouwenrechten op de politieke agenda? Gelijke en inclusieve vertegenwoordiging van vrouwen in al hun diversiteit is essentieel voor effectieve besluitvorming. Wereldwijd staan we voor steeds complexere uitdagingen. Van de klimaatcrisis tot vredes- en veiligheidsprocessen, en technologische vraagstukken zoals AI tot de ongelijkheid in ons handelssysteem. Oplossingen zijn effectiever, wanneer vrouwen onderdeel zijn van de politieke besluitvorming over uitdagingen zoals deze. De nieuwe VN-Vrouwenverdrag, Aanbeveling 40, benadrukt dit.

Algemene Aanbeveling 40 als routekaart

Algemene Aanbeveling 40 geven staten, maar ook ons als maatschappelijk middenveld, een routekaart en handelingsperspectief om inclusieve besluitvorming werkelijkheid te maken. Werk aan de winkel. Iets dat alle drie de co-hosts van dit Gender MPI – Eerste Kamerleden: Fatimazhra Belhirch (D66), Artie Ramsodit (GroenLinks-PvdA) en Gaby Perin-Gopie (Volt) – tijdens het evenement meermaals bevestigden: als samenleving en als politieke partijen moeten we, nu nog meer dan ooit, meer doen dan alleen praten over gelijkheid. We moeten gendergelijkheid zichtbaar maken in al onze acties, in onze beleidsvorming, en we moeten het goede voorbeeld geven. Deze bijeenkomst was daarvoor een mooi startschot.

 

Linda Mans



 

maandag 22 juli 2024

Onze Schaduwrapportage 2.0: Een Belangrijke Stap voor Vrouwenrechten in Nederland

door Linda Mans, Janna Visser en Petra Snelders   

16 juli 2024

Als schrijfteam van het Netwerk VN-Vrouwenverdrag zijn we trots dat we namens maar liefst 90 ondertekenaars, onze schaduwrapportage 'Mind the Gap: Addressing Policy Gaps in Women’s Rights' met het CEDAW-comité hebben gedeeld. Deze schaduwrapportage is een belangrijk document dat de grootste knelpunten in de Nederlandse wetgeving en beleid op het gebied van vrouwenrechten blootlegt, zoals beschreven in de artikelen van het VN-Vrouwenverdrag.

De schaduwrapportage 'Mind the Gap' identificeert en analyseert de beleidslacunes die nog steeds bestaan in Nederland en biedt concrete informatie voor het CEDAW-comité om kritisch met de overheid in gesprek te gaan. Ondanks de vooruitgang die in de afgelopen jaren is geboekt, toont ons rapport aan dat er nog veel werk aan de winkel is voordat gendergelijkheid een realiteit is in ons land. Het VN-Vrouwenverdrag speelt in de bescherming van de rechten van alle vrouwen en meisjes in Nederland een kritieke rol.

De zorgen en vragen van het maatschappelijk middenveld over vrouwenrechten in Nederland vormen de leidraad van de schaduwrapportage. NGOs uiten hun bezorgdheid over het feit dat de regering vasthoudt aan genderneutraal beleid, terwijl een genderresponsieve en intersectionele benadering ontbreekt op cruciale gebieden zoals gendergerelateerd geweld, mensenhandel en discriminatie op de arbeidsmarkt. Het gevoerde beleid versterkt vaak genderstereotypen in plaats van ze tegen te gaan. Daarnaast komt naar voren dat de COVID-19 pandemie de bestaande genderongelijkheden nog verder heeft blootgelegd.  

Onze schaduwrapportage dient als leidraad voor het CEDAW-comité bij haar constructieve dialoog met de Nederlandse overheid, een belangrijk moment dat nu gepland staat voor februari 2025 in Genève. Deze sessie, oorspronkelijk gepland voor oktober 2024, is door omstandigheden verplaatst. Het feit dat zoveel maatschappelijke organisaties de schaduwrapportage hebben ondertekend, benadrukt het belang en de urgentie van de kwesties die we aan de orde stellen. Wij zullen ook in Genève zijn. Vlak voor de constructieve dialoog krijgen we nog een korte gelegenheid om onze visie te geven en hebben we de mogelijkheid om de comitéleden tijdens informele contacten (in de wandelgangen) van aanvullende informatie te voorzien.

We zijn de vele maatschappelijke organisaties die ons informatie hebben aangeleverd bijzonder erkentelijk. Alleen op die manier kan het CEDAW-comité goed inzicht krijgen in de situatie van vrouwen en meisjes in Nederland. Het grote aantal ondertekeningen van onze schaduwrapportage getuigt van een breed gedragen behoefte aan verandering en versterking van vrouwenrechten. Deze collectieve steun is cruciaal om de aandacht van beleidsmakers te vestigen op de urgente problemen die nog steeds bestaan en om hen aan te moedigen effectieve maatregelen te nemen.

Eind dit jaar, als voorbereiding op de constructieve dialoog, organiseert het Netwerk VN-Vrouwenverdrag een achterbanbijeenkomst om samen met het maatschappelijk middenveld prioriteiten vast te stellen voor onze lobby. Een uitnodiging hiervoor volgt.

Samen blijven we ons inzetten voor een Nederland waarin gendergelijkheid de norm is en waarin de rechten van alle vrouwen en meisjes volledig worden beschermd en gerespecteerd. We kijken uit naar de constructieve dialoog in februari 2025 en hopen dat onze schaduwrapportage een waardevolle bijdrage zal leveren aan dit belangrijke proces.


woensdag 19 juni 2024

Definitieve schaduwrapportage VN-Vrouwenverdrag 2.0 klaar: oproep tot ondertekenen

Het afgelopen jaar heeft het Netwerk VN-Vrouwenverdrag input verzameld voor de inhoud van de schaduwrapportage 2.0 in het kader van de 7de rapportagecyclus. Zo hebben we onder andere verschillende expertmeetings georganiseerd om tot een overzicht van prangende kwesties te komen die we aan het CEDAW-Comité voorleggen. Deze input zal het CEDAW-Comité gebruiken om de Nederlandse overheid, later dit jaar in oktober, te bevragen tijdens de constructieve dialoog. 

Oproep om de schaduwrapportage 2.0 te ondertekenen
Voordat we de definitieve schaduwrapportage 2.0 versturen naar het CEDAW-Comité, is er nog de gelegenheid voor maatschappelijke organisaties om deze te ondertekenen. Hoe meer ondertekenaars, hoe krachtiger het geluid van het maatschappelijk middenveld. 

Mocht je geïnteresseerd zijn om namens jouw organisatie de schaduwrapportage 2.0 te ondertekenen, neem dan contact op met het Netwerk via schaduwrapportage@gmail.com. Dan sturen we je graag de definitieve rapportage toe. Deadline voor de ondertekening is 18 juni 2024. 

Hoe nu verder?
In september zal het Netwerk VN-Vrouwenverdrag, in overleg met het maatschappelijk middenveld tijdens een georganiseerde middag prioriteiten bepalen voor haar lobby. Een uitnodiging hiervoor volgt nog voor de zomer!

In oktober (de exacte datum moet nog vastgesteld worden) zal een delegatie van het Netwerk VN-Vrouwenverdrag afreizen naar Genève om de constructieve dialoog bij te wonen. Dit is de dag waarop het CEDAW-Comité met de Nederlandse regering in gesprek gaat over de stand van zaken van vrouwenrechten in Nederland. Wij zijn aanwezig om aanvullende informatie te geven. 

zaterdag 30 maart 2024

Rapport “Dubbel benadeeld” veelvuldig onder de aandacht

De discriminatie van vrouwen en meisjes met een beperking is een groot probleem in Nederland, stelt het rapport “Dubbel benadeeld: Een overzicht van knelpunten en discriminatie van vrouwen en meisjes met een beperking in Nederland vanuit intersectioneel perspectief”. De inzichten die in het rapport naar voren komen hebben veel aandacht gekregen. Onder meer de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) besteedde er een nieuwsbericht aan.

 



Verhoogd risico op geweld, uitbuiting en misbruik

Met Internationale Vrouwendag in zicht, publiceerden het Netwerk VN-Vrouwenverdrag en de Alliantie VN-Verdrag Handicap het rapport over vrouwen met een beperking. Met dit overzicht wilden we voor het voetlicht brengen dat vrouwen met een beperking dubbel worden benadeeld. Ze lopen bijvoorbeeld een verhoogd risico op geweld, uitbuiting en misbruik komt door een combinatie van factoren, zoals financiële afhankelijkheid, afhankelijkheid van zorg, stereotypering en gebrek aan toegang tot hulp en ondersteuning.

Groot gebrek aan data

Ook het feit dat er een groot gebrek aan data is over de positie van mensen met een beperking in Nederland, met name genderspecifieke data, vraagt om aandacht. Dit maakt het monitoren van de positie van vrouwen met een beperking erg lastig, zo niet onmogelijk.

Schrijnend beeld

De bevindingen schetsen een schrijnend beeld van meervoudige discriminatie en ongelijkheid. Ook laten ze zien dat de verplichtingen die uit het VN-Verdrag Handicap en het VN-Vrouwenverdrag  voortvloeien, nog onvoldoende zijn geborgd. Nu we deze informatie op een rij hebben gezet, helpt het ons als Netwerk VN-Vrouwenverdrag en Alliantie VN-Verdrag Handicap om richting de Verenigde Naties (VN) te rapporteren over de specifieke situatie van vrouwen en meisjes (inclusief trans en non-binaire personen) met een beperking in Nederland.

Positie van vrouwen met een beperking flink verbeteren

Op LinkedIn, Facebook en andere socialmediakanalen is het rapport veelvuldig gedeeld. Daarnaast besteedden Sociaal Web, Nationale Zorggids, Zorgbestuurders, Ziekenhuismanagement, Zorg+Welzijn, Federatie van gehandicaptenorganisatie in Limburg (FGL), en dus ook VNG, aandacht aan het rapport. We hopen dat de bevindingen in het rapport nog verder hun weg vinden naar de nationale en lokale overheden om de positie van vrouwen met een beperking flink te verbeteren.


Lees het rapport hier.




 

 


maandag 2 oktober 2023

Reflectie expertbijeenkomst schaduwrapportage 2.0

Maandag 18 september kwamen activisten, ervaringsdeskundigen, vertegenwoordigers van non-gouvernementele organisaties en onderzoekers bijeen voor een inspirerende start van de Schaduwrapportage 2.0 van het VN-Vrouwenverdrag. De algemene expertbijeenkomst, gehouden in de sfeervolle setting van de Kargadoor te Utrecht, bracht een diverse groep samen om belangrijke kwesties te bespreken die in deze tweede schaduwrapportage aan het CEDAW-Comité voorgelegd moeten worden.

De middag stond in het teken van inhoudelijke gesprekken over strategie, lobby, en de essentiële thema's die in de Schaduwrapportage 2.0 moeten worden belicht. De deelnemers deelden hun expertise en inzichten over een breed scala aan kwesties die van invloed zijn op de rechten en positie van vrouwen in Nederland. Dit omvatte thema's zoals geweld tegen vrouwen, maatschappelijke participatie, discriminatie in al haar vormen, racisme, en het vluchtelingen- en migratiebeleid.


Een van de belangrijkste doelen van deze bijeenkomst was het verzamelen van waardevolle input voor het schrijfteam van de Schaduwrapportage 2.0. In dit opzicht was de bijeenkomst zeer geslaagd. De deelnemers brachten informatie en perspectieven naar voren, die nu als basis dienen voor het schrijfproces van de rapportage. Deze input, samen met de nog te verzamelen bijdragen, is van grote waarde bij het samenstellen van onze informatie en suggesties voor vragen aan de regering, die we met het CEDAW-Comité willen delen. 


Verdere planning schaduwrapportage 2.0

Het enthousiasme en de geweldige input tijdens de expertbijeenkomst hebben het momentum voor de Schaduwrapportage 2.0 versterkt. De verdere planning omvat een paar stappen. De eerste stap is het verzamelen van nog meer input en staat hieronder verder toegelicht. 


Graag organiseren we de komende maanden verschillende focusgroepen over specifieke onderwerpen, waarbij we heel graag samenwerken met organisaties en experts die zo’n bijeenkomst zouden willen hosten. Als je suggesties hebt hiervoor, laat het ons weten! (schaduwrapportage@gmail.com) 


Nadat we zoveel mogelijk input hebben verzameld (in het laatste kwartaal van dit jaar en eerste kwartaal van volgend jaar), stellen we conceptteksten op die we met de betrokken experts delen voor feedback. 


Een definitief concept van de gehele Schaduwrapportage 2.0 sturen we eind april 2024 rond voor ondertekening. Voor de zomer van 2024 sturen we de ondertekenende Schaduwrapportage 2.0 naar het CEDAW-Comité.


Ter voorbereiding op de Constructieve Dialoog tussen Nederland en het CEDAW-Comité, die eind september/ begin oktober 2024 plaatsvindt, organiseren we voor de zomer van 2024 nog een achterbanbijeenkomst.


Oproep om schriftelijke input te sturen

Terug naar de eerste vervolgstap: zoals eerder beschreven, was de algemene expertbijeenkomst slechts het begin van het proces. We nodigen alle experts uit om hun kennis en inzichten schriftelijk te delen voor woensdag 11 oktober 2023 met het schrijfteam via schaduwrapportage@gmail.com. Dit geldt voor activisten, ervaringsdeskundigen, vertegenwoordigers van non-gouvernementele organisaties en onderzoekers. Jouw input is van grote waarde en vormt mede de basis voor de Schaduwrapportage 2.0.


Wel merken we nog graag op dat we maar 6600 woorden hebben in totaal voor de Schaduwrapportage 2.0. Daarom vragen we je ons een bondige beschrijving toe te sturen van de kwestie die je wilt aankaarten. Waar mogelijk vragen we je om bronvermeldingen of verwijzingen naar relevant onderzoek als onderbouwing mee te sturen. Veel dank alvast!


Het schrijfteam,

Janna Visser, Petra Snelders, Linda Mans

woensdag 28 juni 2023

Nieuw schrijfteam lid: Janna Visser

Onlangs is Janna Visser toegetreden tot het schrijfteam van de schaduwrapportages. Hieronder een korte introductie:

Janna Visser werkt als onafhankelijk feministisch consultant, projectmanager en onderzoeker, met name op het gebied van gendergelijkheid, vrouwenrechten, inclusie en sociale verandering. Tijdens haar studies Bestuurskunde en Gender Studies heeft zij stage gelopen bij een Tweede Kamerfractie waarbij zij zich verder heeft verdiept in het VN-Vrouwenverdrag en het emancipatiebeleid in Nederland. Tot 2020 is Janna werkzaam geweest bij Solidaridad als genderadviseur. Naast haar huidige werk als onafhankelijk consultant is zij één van de medeoprichters van ‘TRIP - Learning for Social Impact’, een collectief dat leren en kennisdeling voor sociale impact faciliteert. Janna werkt graag samen met gepassioneerde individuen, groepen en organisaties die willen bijdragen aan een inclusieve en duurzame wereld.



dinsdag 27 juni 2023

Interview met Corinne Dettmeijer (CEDAW comité-lid)


De kracht van het recht en waarom iedereen het VN-Vrouwenverdrag zou moeten kennen: een interview met Corinne Dettmeijer van het CEDAW-comité

Corinne Dettmeijer is lid van het CEDAW-comité, het VN-comité dat de rechten van vrouwen en meisjes wereldwijd waarborgt aan de hand van het VN-Vrouwenverdrag. Alle 189 landen die het VN-Vrouwenverdrag hebben ondertekend worden eens in de vier jaar ondervraagd door Corinne en haar collega’s in een zogeheten Constructieve Dialoog. Dit formele gesprek gaat over hoe grondig het vrouwenrechtenverdrag wordt geïmplementeerd in het land. Ik sprak Corinne tijdens de 84e sessie van het comité, van 6 tot 24 februari 2023. Acht landen werden aan de tand gevoeld over hun vrouwenrechtenbeleid en kregen huiswerk in de vorm van aanbevelingen (Concluding Observations, in VN-taal) mee terug. Deze keer waren het Bahrein, Georgië, Costa Rica, Hongarije, Slovenië, Mauritanië, Noorwegen en Tunesië. Nederland is naar verwachting in 2024 weer aan de beurt. Hoe kijkt Corinne terug op deze sessie en waarom is het VN-Vrouwenverdrag ook voor Nederland zo belangrijk?

 

Corinne Dettmeijer 

Wat vond u het meest opvallend aan deze sessie?

Corinne: “Ik vind alle onderdelen buitengewoon interessant. De dialogen met overheden staan centraal en zijn van groot belang voor de implementatie van het verdrag. Daarnaast vind ik zelf de werkgroep over ‘communications’ heel belangrijk. Dat sluit aan bij mijn achtergrond als rechter.” 

 

De werkgroep communications behandelt de klachten van individuen die een beroep doen op het verdrag omdat hun rechten zijn geschonden. Alle landen die het Optional Protocol van het verdrag ook hebben ondertekend, hebben toestemming gegeven aan het comité om klachten van hun burgers te ontvangen. Nederland heeft het Optional Protocol ook ondertekend. Dat betekent dat individuele vrouwen in Nederland naar de rechter kunnen stappen als ze vinden dat hun rechten onder het Verdrag geschonden zijn. Als ze in hun eigen land alle rechtsmiddelen hebben gebruikt en uiteindelijk geen gelijk hebben gekregen, kunnen ze een klacht indienen bij CEDAW. De werkgroep communications binnen het comité, waar Corinne onderdeel van is, doet dan een uitspraak. Corinne kan meewerken aan alle zaken behalve die tegen Nederland, om objectiviteit te waarborgen. Ze vertelt over een belangrijke uitspraak van afgelopen sessie:

 

“Het comité heeft een uitspraak gedaan in een zaak over zogenaamde ‘comfort women’ uit de Filipijnen. Deze vrouwen zijn veelvuldig verkracht en mishandeld door Japanse bezetters tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ze werden tot seksslaaf gemaakt. Ze hebben daar van zowel de Japanse als de Filipijnse overheid nooit een schadevergoeding voor gehad. Een aantal van de slachtoffers spande daarom rechtszaken aan in de Filipijnen, om rechtvaardigheid te krijgen.” 

 

Toen dit niet succesvol bleek, klopten de vrouwen bij het comité aan. Corinne vertelt: “We concludeerden dat het verdrag inderdaad was geschonden. De Filipijnse overheid heeft namelijk de, voornamelijk mannelijke, oorlogsveteranen wel vergoed voor het leed uit de oorlog terwijl het leed van de tot seksslaaf gemaakte vrouwen niet wordt erkend. De oorlogsveteranen hebben een speciale status voor de overheid en krijgen bijvoorbeeld korting op onderwijs en gezondheidszorg en hebben toegang tot arbeidsongeschiktheidspensioenen. De vrouwen krijgen niets: geen hulp, geen erkenning en geen vergoeding.” 

 

De oorspronkelijke discriminatie tegen de tot seksslaaf gemaakte vrouwen begon vele jaren geleden. Toch oordeelde het comité de zaak ontvankelijk omdat, zolang de discriminatie niet is opgeheven, deze voortduurt. Ook oordeelde het comité dat er sprake was van een schending van het VN-Vrouwenverdrag. Het land dient de slachtoffers daarom te compenseren en wordt verwacht een officieel excuus te uiten naar de vrouwen. 

 

Wat is het belang van een uitspraak als deze?

Het is uiteraard van groot belang dat de slachtoffers in deze zaak rechtvaardigheid en compensatie krijgen. Daarnaast benadrukt Corinne dat de zaak een breder belang heeft en ook voor Nederland relevant is:

 

“In Nederland hebben we een enigszins vergelijkbare zaak gehad. Duizenden Nederlandse vrouwen zijn als ‘troostmeisjes’ in Japanse kampen misbruikt. Het heeft heel lang geduurd voordat deze meisjes en vrouwen naar buiten durfden te komen met wat hen was overkomen. Er heerste veel schaamte en schuldgevoel rondom dit onderwerp. Pas in de jaren ‘90 kwam er daarom meer aandacht voor wat deze vrouwen is overkomen. In een zaak in 2022 werd er geprobeerd rechtvaardigheid te krijgen voor het gebrek aan erkenning en compensatie van de Nederlandse overheid voor alle slachtoffers van de Japanse bezetting. De rechtbank oordeelde dat er sprake was van discriminatie omdat de slachtoffers van de Japanse bezetting niet dezelfde compensatie hebben gekregen als die van de Duitse bezetting. De rechtbank oordeelde echter ook, anders dan het comité, dat een beroep op discriminatie was verjaard en verklaarde de zaak op dat punt niet ontvankelijk. In de zaak tegen de Filipijnen komt CEDAW dus tot een andere conclusie. Wij zeggen: zolang de discriminatie niet is opgeheven duurt deze voort en kan van verjaring geen sprake zijn.”

 

Corinne benadrukt vervolgens de potentiële impact van het VN-Vrouwenverdrag in Nederlandse rechtszaken: “Helaas speelt het VN-Vrouwenverdrag, anders dan het Kinderrechtenverdrag, nauwelijks een rol in de Nederlandse rechtspraak. Vrouwen zouden daar in de rechtszaal vaker een beroep op moeten doen. Je zou dan kunnen denken aan het inroepen van artikel 5 van het VN-Vrouwenverdrag bij een beslissing op niet vervolgen in een zedenzaak in een artikel 12 Strafvordering procedure. Of de artikelen 5 en 16 van het verdrag, als bij gezag en omgangzaken voorafgaand huiselijk geweld niet wordt betrokken bij de beslissing. Ook in asielzaken vindt het comité met enige regelmaat dat het genderperspectief onvoldoende bij de beslissing is betrokken.”

 

Het is dus belangrijk dat er meer aandacht komt voor het VN-Vrouwenverdrag in Nederland. Wat zouden meer mensen in Nederland moeten weten over het verdrag?

 

“Alles. Te beginnen met het bestaan ervan.” antwoordt Corinne resoluut op deze vraag.

 

“Eigenlijk heeft Nederland heel sterk het gevoel dat we er wel zijn. Dat de emancipatie van vrouwen is afgerond. Maar niets is minder waar. Het ministerie van Buitenlandse Zaken heeft een belangrijke rol als het vrouwenrechten in andere landen betreft, maar… er mag ook wel wat meer in Nederland zelf gedaan worden. Aan genderstereotypering, bijvoorbeeld: er is geen dag die voorbijgaat dat ik niet in de krant weer voorbeelden zie van stereotiepe verwijzingen naar vrouwen. Daarnaast baart de economische afhankelijkheid van vrouwen me ernstige zorgen. Het is nog steeds niet makkelijk of ‘gewoon’ om als vrouw kinderen en een fulltimebaan te combineren. Kinderopvang is duur en onvoldoende aanwezig. Het is zeker belangrijk dat er meer vrouwen in topfuncties zijn, maar die vrouwen moeten eerst een hele weg afgaan. Een quota van 30 procent vrouwen in raden van toezicht en directies vind ik zinloos als je niet zorgt dat vrouwen in middenmanagement ook daadwerkelijk de weg naar boven kunnen maken. Van een parttimebaan kom je niet ineens in de directie. Zo werkt het niet.”

 

Ze vervolgt door het belang van het Optional Protocol te benadrukken: “Mijn achtergrond is in het recht en ik geloof in het recht. Voor mij is het Optional Protocol, waardoor we een individuele klacht zoals de zaak van de tot seksslaaf gemaakte vrouwen in de Filippijnen kunnen behandelen, buitengewoon belangrijk. Meer mensen zouden moeten weten dat deze mogelijkheid bestaat. Ik ben daarom blij dat de universiteiten van Leiden en Utrecht bijvoorbeeld aandacht aan het verdrag besteden in hun lesprogramma’s.” 

 

Wat is volgens u de kracht van het VN-Vrouwenverdrag in het aanpakken van deze problemen?

“De kracht van het VN-Vrouwenverdrag ligt in de hele ruime ratificatie. Vrijwel de hele wereld is partij bij het verdrag: maar liefst 189 landen. Daarnaast zijn de experts heel divers en zeer kundig. Als comité zijn we in staat om alle landen in hun eigen waarde te laten en in de juiste richting te laten bewegen door middel van specifieke aanbevelingen. De constructieve dialoog die wij met hen voeren in de sessie heet niet voor niets zo: het is ook daadwerkelijk constructief. Het is de bedoeling dat onze aanbevelingen een steun zijn voor de landen om het verdrag nog beter te implementeren. In een vorige sessie had het comité voor het eerst een constructieve dialoog met Zuid-Soedan. Die delegatie was echt op zoek naar hulp bij de implementatie van het verdrag. Er moet daar nog heel veel gebeuren, en het was goed te zien hoe open de delegatie in de dialoog stond.”

 

Ze vertelt daarnaast dat landen die in verhouding al veel voortgang hebben gemaakt op het gebied van gendergelijkheid daardoor niet milder worden benaderd: “In de dialoog met landen die veel verder zijn met gendergelijkheid is het comité vaak kritischer. Als er een hoge standaard is moet die ook hoog worden gehouden.”

 

De tijd tikt en Corinne moet snel door naar een volgende afspraak; de laatste week van de CEDAW-sessie is in volle gang wanneer ik haar spreek. Ze sluit af met een wens voor de toekomst: 

 

“Mijn droom voor de toekomst is dat vrouwen en meisjes wereldwijd weten dat er een comité bestaat dat zich druk maakt over hun rechten en ervoor zorgt dat die beschermd worden. En dat ze ons ook kunnen vinden als hun rechten toch geschonden worden.”

 

Bij deze wens sluit het Netwerk VN-Vrouwenverdrag zich volledig aan. We hopen het VN-Vrouwenverdrag in Nederland bekender te maken en lobbyen voor een goede implementatie van het verdrag door de Nederlandse overheid.


Meer weten?

Klik hier voor onze website met uitgebreide informatie over het VN-Vrouwenverdrag  

Klik hier voor meer informatie over de uitspraak van CEDAW over de ‘comfort women’.

Klik hier voor meer informatie over de zaak van de ‘troostmeisjes’ in Nederland.

 

Interview en tekst door Dana Huisman