Posts tonen met het label schaduwrapportage. Alle posts tonen
Posts tonen met het label schaduwrapportage. Alle posts tonen

maandag 1 februari 2010

De tevredenheid van de regeringsdelegatie nader bezien

Op de receptie die staatssecretaris Dijksma de NGO’s, de CGB en haar ambtenaren aanbood na afloop van de Constructive Dialogue op 27 januari aanbood bleek dat de regeringsdelegatie tevreden terug keek. Wie je ook sprak, de impressie dat men het er goed had afgebracht overheerste. Men voelde zich gesterkt door positieve reacties van Comité-leden. Nu we nog een aantal dagen bij andere sessies aanwezig zijn geweest en regelmatig Comite-leden tegen het lijf lopen, in de pauzes, bij side events, ook in hotel en restaurant, dringt zich een genuanceerder beeld op.

Het blijkt dat de Comité-leden het openingsstatement van de ‘Minister for Education , Culture and Science’ niet hebben ontvangen. Dat is ongebruikelijk. Toen het Nederlandse CEDAW-lid, professor Flinterman, ons dat vertelde dachten we nog dat het kwam doordat hij zich, volgens de CEDAW-spelregels, niet met de Nederlandse sessie mag bemoeien. Gaandeweg kregen we meer meldingen en zelfs met onze aanwijzingen dat het onopvallend was (grauw papier, geen logo van Koninkrijk of regering, verkeerde datum – 26-1) konden niemand het vinden.
Ook Violeta Neubauer, de rapporteur voor Nederland, niet. Ze vroeg ons om een website waar ze de speech zou kunnen vinden. We hebben tevergeefs gezocht - volgens de website van OC&W heeft Dijksma in 2010 geen toespraken gehouden. En de website van de PV (Permanente Vertegenwoordiging) van Nederland bij de VN in Genève gaf geen enkele hit bij CEDAW. We hebben mevrouw Neubauer ons eigen exemplaar gegeven (met veel moeite woensdagochtend gekregen van de Directie Emancipatie, die de toezegging om ons later meer exemplaren te verstrekken om de een of andere reden niet kon waarmaken).

Dat zowel Dijksma als de enkele ambtenaren die aan het woord kwamen in antwoord op een aantal vragen vrijwel letterlijk herhaalden wat al in de schriftelijke antwoorden op de List of Issues & Questions had gestaan viel niet goed bij een aantal Comité-leden. Die redeneerden dat het toch duidelijk genoeg was dat ze niet tevreden waren met het schriftelijk antwoord, want anders zouden ze er in de korte tijd die ze hadden toch niet op doorvragen. Ook dat andere vragen, zelfs als ze bij herhaling onder de aandacht waren gebracht, in het geheel niet beantwoord werden, stemde de betreffende Comité-leden niet tot tevredenheid. Waarom dan toch zo’n grote delegatie aan ambtenaren meegenomen? Het Comité voerde met 8 landen een constructieve dialoog en de delegatie van het Koninkrijk der Nederlanden was de allergrootste (35)!

Art. 8 gedachtig – vertegenwoordiging door vrouwen op internationaal niveau – vroeg een comité-lid naar het aantal vrouwen in de High Commissions en wat de regering deed om hun aandeel te vergroten. De staatssecretaris zei het niet te weten en ook de te hulp geroepen ambtenaar kon geen uitsluitsel geven. Bij de receptie bleek waarom: geen flauw idee wat de High Commission was. Kennelijk hoort het niet tot de essentiële wetenswaardigheden op het Ministerie dat de ambassades van Gemenebestlanden High Commission heten. Maar wellicht was er sprake van een black out.

Ook het feit dat staatssecretaris Dijksma geen slotstatement uitsprak heeft her en der tot irritatie geleid. Ook het CEDAW-Comité hecht aan bepaalde rituelen. Dat de regeringsdelegatie in plaats van een slotstatement het korte MDG3 filmpje ‘ Invest in Equality’ vertoonde werd als een affront opgevat – MDG3 staat voor Millenium Development Goal 3, het in VN-verband overeengekomen ontwikkelingdoel om de gender ongelijkheid te verkleinen. Niet alleen is het CEDAW-Comité niet de meest geschikte kijkersgroep voor een filmpje dat probeert uit te leggen waarom investeren in vrouwen belangrijk is. Het uit internationaal gerenommeerde experts bestaande comité gaat immers jaarlijks met veel landen een constructieve dialoog aan teneinde hun inspanningen voor het bereiken van ‘substantive equality’ te vergroten. Maar ook vonden de in de zaal aanwezige experts en NGO-vertegenwoordigers uit ‘the Global South’ het nogal aanmatigend zo door Nederland een inzet voorgeschreven te krijgen. De nadruk in het filmpje op de ‘gender efficiency’ argumenten viel evenmin erg goed in een gezelschap waar de mensenrechten benadering centraal staat.

Er zijn meer voorbeelden te geven, maar ik laat het hierbij. In hoeverre dit soort irritaties toon en inhoud van de Concluding Observations zal beïnvloeden weten we niet. Maar voortaan iets meer rekening houden met de gebruiken en rituelen in de CEDAW-sessies kan geen kwaad. Waarom zouden enige ambtenaren niet eens enige sessies van andere landen bijwonen? De studentes van Prof. Flinterman uit Maastricht hadden er ook een hoop van opgestoken, zeiden ze.

Leontine Bijleveld

zondag 31 januari 2010

Wat voor vragen stelde het Comité aan de Nederlandse delegatie?

Over het algemeen was het niveau van de vragen die de Comité-leden stelden hoog. Ze bleken zowel de regeringsrapportage als de schaduwrapportage goed gelezen te hebben. Veel vragen vloeide direct of indirect voort uit de schaduwrapportage. Overigens bleken ook de ambtenaren uit de regeringsdelegatie de schaduwrapportage goed gelezen te hebben en er alvast antwoorden op te hebben voorbereid, maar dat ter zijde. Verschillende leden hadden ook nog pogingen in het werk gesteld om op andere wijze aanvullende informatie over Nederland te verkrijgen: ze hadden bij voorbeeld Eurostat geraadpleegd, (vergelijkende) onderzoeken van de Europese Commissie gelezen en zelfs tevergeefs geprobeerd informatie over ‘gender equality’ op de website van het ministerie van OC&W te vinden.
Soms klonk enig ongeduld door, omdat het niet de eerste keer was dat de onderwerpen werden aangesneden door het Comite (‘not convinced’, ‘disturbed’).

In vogelvlucht hier een aantal vragen en onderwerpen die Comité-leden aansneden, voor zover niet eerder in het blog genoemd:
- Hoe sterk en dwingend is de coördinatie van gender mainstreaming?
- Hoe vaak worden gender mainstreaming instrumenten zoals emancipatie-effect rapportage en gender budgetting?
- Waarom zijn de rapportages van de drie landen binnen het Koninkrijk niet gecoördineerd en op elkaar afgestemd?
- Waarom ontvangen women’s rights NGO’s geen structurele subsidie?
- De wetgeving lijkt in Nederland vooral op formele gelijke behandeling gericht, hoe wordt dan gelijkheid in de praktijk (‘substantive equality’) gerealiseerd?
- Welke tijdelijke speciale maatregelen treft de regering voor vrouwen uit etnische minderheden ‘and other disadvantaged groups’, zoals oudere vrouwen, vrouwen op het platteland en gehandicapte vrouwen?
- Stelt de regering evenveel middelen ter beschikking voor (organisaties gericht op) empowerment van prostituees als aan exit-programma’s?
- Op welke manier bestrijdt de regering gender en etnische stereotypen?
- Waarom zijn de streefcijfers voor politieke participatie verlaten?
- Waarom zijn er zo weinig vrouwelijke ambassadeurs?
- Waarom heeft de regering de Gelijk Loondag afgeblazen?
- Wat doet de regering eigenlijk wel om de loonkloof te dichten? “I do not think you can escape by reducing the pay gap by pointing at socalled explanaining factors.”
- Vrouwen zijn oververtegenwordigd onder de armen en onder de werklozen. Wat is de regering van plan daaraan te doen?
- Hoe gaat de regering de precaire positie van huishoudelijk personeel verbeteren?
- Wat zijn de effecten van de bezuinigingen op de gezondheidszorg voor vrouwen?
- Krijgen vrouwelijke slachtoffers van (huiselijk) geweld gratis rechtshulp?
Dit is nog maar een fractie van alle vragen die in blokken op de delegatie werden afgevuurd (art.1-3, 46, 7-9, 10-12, 13-14 en 15-16). Dijksma verzuchtte op een bepaald moment dat ze wel 14 vragen had geteld – of zei ze nu 40?

Niet op alle vragen kwam een antwoord – dat hield de rapporteur voor Nederland, mevrouw Neubauer goed bij. Maar ook als er wel een antwoord kwam stelde dat lang niet altijd het Comité tevreden – onderwerp voor een volgend blog.

Leontine Bijleveld

zondag 24 januari 2010

Klaar voor de vuurdoop

Zaterdag en zondag (23 en 24 januari) hebben co-rapporteur Linda Mans, Hellen Felter (Tiye International) en ik voorbereidende training van IWRAW-Asia Pacific gevolgd. Zo'n training biedt deze NGO al sinds 1997 aan afgevaardigden van NGO's die hun CEDAW Schaduwrapportage willen toelichten aan het CEDAW-Comite. We bevonden ons in het gezelschap van drie vrouwen uit Botswana, twee uit Panama en een (oorspronkelijk Ierse) man die mee had gewerkt aan het schaduwrapport over de eerste rapportage van de Verenigde Arabische Emiraten. Daarnaast waren er maar liefst 12 deelneemsters (een man) uit Egypte.
We kregen alle ins en outs over de procedures te horen. De interesses van de verschillende leden van het CEDAW-Comite werden ons geduid. En we hebben geoefend. We slaagden er gedrieelijk in het te voren voorbereide statement binnen de 10 minuten tot een goed einde te brengen.
Toch kon hier en daar de tekst nog verhelderd, zodat de punten die door de deelnemers aan de publieksbijeenkomst op 24 november als prioriteit waren bijbehorende aanbevelingen uit de Schaduwrapportage tussen gevoegd, al gaan we die niet oplezen. De Comite-leden die de tekst ook op papier krijgen hebben dan snel scherp wat ze de regeringsdelegatie zouden moeten vragen als het aan ons ligt. Wie ons Oral Statement wil lezen kan dat via de website van de Vereniging voor Vrouw en Recht.
Wie wil oefenen met speeches binnen de tijd houden, hier is een link.

Leontine Bijleveld
co-rapporteur