Posts tonen met het label CEDAW-Committee. Alle posts tonen
Posts tonen met het label CEDAW-Committee. Alle posts tonen

maandag 1 maart 2010

LBT cadeautje voor rapporteur Violeta Neubauer


Vanochtend stonden we ouderwets actie te voeren: het uitdelen van de krant The New Times for Women voor de officiële opening van de 54ste vergadering van de Commission on the Status of Women in het VN-gebouw in New York. Een van de eersten die ik vanochtend tegen kwam in het portaal voor de vergaderzaal was ‘onze’ CEDAW-rapporteur Violeta Neubauer. Zij vertegenwoordigt nu de Sloveense regering bij de CSW.
Het was een hartelijk weerzien. Ik had een klein cadeautje voor haar meegenomen, om de waardering uit te drukken van de internationale LBT-community voor haar inspanningen om mensenrechten van lesbische, biseksuele en transgendervrouwen in de CEDAW-Concluding Observations te krijgen. Ruth Hopkins doet in het komende nummer van Wordt Vervolgd (Amnesty International) verslag van Neubauers wederwaardigheden.

Ik begreep dat de PV in Genève, de Permanente Vertegenwoordiging van het Koninkrijk der Nederlanden bij de Verenigde Naties, nog allerlei pogingen in het werk had gesteld om de Concluding Observations qua inhoud gewijzigd te krijgen. Met weinig succes, want het kon alleen om correctie van feitelijke onjuistheden gaan. Wel is gecorrigeerd dat Deputy Minister of Education, Science and Culture aan het hoofd van het Nederlandse deel van de delegatie stond, hoewel de oorspronkelijke titel van minister ontleend was aan de delegatielijst die de PV aan CEDAW had gestuurd (en er dus vanuit CEDAW’s perspectief geen sprake was van correctie). We konden elkaar maar kort spreken nu. Hopelijk zal daar later de komende weken nog gelegenheid voor zijn – de CSW duurt tot 12 maart. Van onze wederwaardigheden in New York doen Ama van Dantzig en ik, als vertegenwoordigers van WO=MEN Dutch Gender Platform, verslag op het WO=MEN-blogspot. Dat zal ook andere leden van WO=MEN aan het woord laten.

Leontine Bijleveld

PS: transgender vrouwen = volgens Microsoft Word voor Apple trancendeervrouwen

zondag 31 januari 2010

Concrete vragen – veelal globale en ontwijkende antwoorden

De Comité-leden stelden scherp geformuleerde en concrete vragen. Zoals van een geleerd gezelschap, met een behoorlijk aantal juridische professors, verwacht mag worden, waren er ook vragen met een sterk juridisch karakter. Daar leek de regeringsdelegatie niet helemaal op voorbereid. De vragen over de doorwerking van CEDAW in de Nederlandse rechtsorde ook in relatie tot het Optionele protocol werden, door staatssecretaris en ambtenaren, op vergelijkbare wijze beantwoord als al eerder in de schriftelijke ronde. Bij de vragen over de rechtszaken waarbij het Verdrag aan de orde was ontging het de delegatie dat expliciet gevraagd werd naar de inzet van de Staat bij de procedures. Het mag dan wel zo zijn dat uiteindelijk de rechter bepaalt of en in hoeverre een bepaald artikel van de Conventie direct door werkt in de Nederlandse rechtsorde. Dat neemt volgens de Comité-leden niet weg dat de Staat, als verdragspartij, de rechter moet meegeven zich gebonden te achten aan het verdrag.

Het CEDAW-Comité vroeg verder bijvoorbeeld welke concrete maatregelen de regering trof om het aantal vrouwen op hogere functies te vergroten dat te veranderen. Staatssecretaris Dijksma kwam niet veel verder dan: ‘het is inderdaad een groot probleem’,‘we moeten er hard aan werken’ en ‘ik heb alle vertrouwen in het Charter Talent naar de Top, waar al honderd bedrijven en instellingen zich bij hebben aangesloten’. De Comité-leden bleven zitten met de vraag wat de regering nu eigenlijk doet, ze hadden in hun vraag immers al geconstateerd dat door het lage aantal vrouwen op besluitvormende posities de regering te kort schiet in het bereiken van feitelijke gelijkheid, waartoe het Verdrag verplicht. Wijzen op het Charter Talent naar de Top overtuigde niet, mede omdat geen concrete resultaten genoemd werden (en waarschijnlijk ook niet genoemd konden worden).

Iets soortgelijks gebeurde met de vraag over de prevalentie van deeltijdwerk onder vrouwen. Het Comité is hier al vanaf de eerste rapportagecyclus niet gelukkig mee, om het mild uit te drukken. Dat het aandeel in deeltijd werkende vrouwen was toegenomen ten koste van de fulltimers baarde diverse comité-leden dan ook zorgen. En wat de regering daaraan deed om te zorgen dat meer vrouwen full-time zouden gaan werken.
De staatssecretaris verklaarde dat ook de Nederlandse regering zich ernstig zorgen maakt over het geringe aantal uren dat vrouwen in Nederland gemiddeld werken. Dat moet echt omhoog, zodat meer vrouwen economisch zelfstandig kunnen zijn, maar vooral om er voor te zorgen dat in de toekomst het draagvlak onder de verzorgingsstaat verstrekt wordt. Gevraagd naar concrete maatregelen kwam Dijksma niet veel verder dan te stellen dat in de Nederlandse cultuur nu eenmaal de keuzevrijheid van vrouwen een groot goed is en dat het niet gemakkelijk is cultuur te veranderen. We zagen Comité-leden wat geïrriteerd raken: niemand had voorgesteld de keuzevrijheid aan banden te leggen. Wel waren vraagtekens gesteld of vrouwen inderdaad uit vrije wil voor deeltijdwerk of non-participatie kiezen of toch ook gedwongen door de omstandigheden. Maar vooral was gevraagd naar welke maatregelen de regering trof om de keuze van vrouwen voor full-time werk (of grote deeltijdbanen) te vergemakkelijken. En of de regering had overwogen maatregelen die in ander landen tot succes hadden geleid in te voeren (bijvoorbeeld voorrang voor deeltijdwerkers bij interne, en mogelijk zelfs externe sollicitatieprocedures). Dijksma gaf geen sjoege meer. Dat is jammer, want ze had ook kunnen vragen of het Comité suggesties had hoe de noodzakelijke cultuurverandering versneld zou kunnen worden. De Ministers van de Antillen en Aruba kozen vaker voor deze strategie (to ask the guidance of the Committee).

Leontine Bijleveld

Wat voor vragen stelde het Comité aan de Nederlandse delegatie?

Over het algemeen was het niveau van de vragen die de Comité-leden stelden hoog. Ze bleken zowel de regeringsrapportage als de schaduwrapportage goed gelezen te hebben. Veel vragen vloeide direct of indirect voort uit de schaduwrapportage. Overigens bleken ook de ambtenaren uit de regeringsdelegatie de schaduwrapportage goed gelezen te hebben en er alvast antwoorden op te hebben voorbereid, maar dat ter zijde. Verschillende leden hadden ook nog pogingen in het werk gesteld om op andere wijze aanvullende informatie over Nederland te verkrijgen: ze hadden bij voorbeeld Eurostat geraadpleegd, (vergelijkende) onderzoeken van de Europese Commissie gelezen en zelfs tevergeefs geprobeerd informatie over ‘gender equality’ op de website van het ministerie van OC&W te vinden.
Soms klonk enig ongeduld door, omdat het niet de eerste keer was dat de onderwerpen werden aangesneden door het Comite (‘not convinced’, ‘disturbed’).

In vogelvlucht hier een aantal vragen en onderwerpen die Comité-leden aansneden, voor zover niet eerder in het blog genoemd:
- Hoe sterk en dwingend is de coördinatie van gender mainstreaming?
- Hoe vaak worden gender mainstreaming instrumenten zoals emancipatie-effect rapportage en gender budgetting?
- Waarom zijn de rapportages van de drie landen binnen het Koninkrijk niet gecoördineerd en op elkaar afgestemd?
- Waarom ontvangen women’s rights NGO’s geen structurele subsidie?
- De wetgeving lijkt in Nederland vooral op formele gelijke behandeling gericht, hoe wordt dan gelijkheid in de praktijk (‘substantive equality’) gerealiseerd?
- Welke tijdelijke speciale maatregelen treft de regering voor vrouwen uit etnische minderheden ‘and other disadvantaged groups’, zoals oudere vrouwen, vrouwen op het platteland en gehandicapte vrouwen?
- Stelt de regering evenveel middelen ter beschikking voor (organisaties gericht op) empowerment van prostituees als aan exit-programma’s?
- Op welke manier bestrijdt de regering gender en etnische stereotypen?
- Waarom zijn de streefcijfers voor politieke participatie verlaten?
- Waarom zijn er zo weinig vrouwelijke ambassadeurs?
- Waarom heeft de regering de Gelijk Loondag afgeblazen?
- Wat doet de regering eigenlijk wel om de loonkloof te dichten? “I do not think you can escape by reducing the pay gap by pointing at socalled explanaining factors.”
- Vrouwen zijn oververtegenwordigd onder de armen en onder de werklozen. Wat is de regering van plan daaraan te doen?
- Hoe gaat de regering de precaire positie van huishoudelijk personeel verbeteren?
- Wat zijn de effecten van de bezuinigingen op de gezondheidszorg voor vrouwen?
- Krijgen vrouwelijke slachtoffers van (huiselijk) geweld gratis rechtshulp?
Dit is nog maar een fractie van alle vragen die in blokken op de delegatie werden afgevuurd (art.1-3, 46, 7-9, 10-12, 13-14 en 15-16). Dijksma verzuchtte op een bepaald moment dat ze wel 14 vragen had geteld – of zei ze nu 40?

Niet op alle vragen kwam een antwoord – dat hield de rapporteur voor Nederland, mevrouw Neubauer goed bij. Maar ook als er wel een antwoord kwam stelde dat lang niet altijd het Comité tevreden – onderwerp voor een volgend blog.

Leontine Bijleveld

donderdag 28 januari 2010

Staatssecretaris Dijksma in gesprek met het Cedaw-Comité

Vol enthousiasme kweet staatssecretaris Dijksma zich van haar taak tijdens de Constructive Dialogue met het Cedaw-Comité op woensdag 27 januari. Het ministerie van OC&W had het tevoren al aangekondigd in een nieuwsbericht. Dijksma nam dit letterlijk. De meeste vragen die de leden van het CEDAW-Comité aan de regeringsdelegatie stelde beantwoordde ze zelf, al dan niet gebruik makend van de antwoorden die de ambtenaren uit de delegatie voor haar opschreven – wat dat betreft leek het wel op een overleg met de Tweede Kamer. Slechts een enkele keer gaf ze het woord aan Ferdi Licher (Directeur Emancipatie), die naast haar zat, of aan ambtenaren van andere departementen in de delegatiebanken. Deze taakverdeling had bijna onvermijdelijk tot gevolg dat de op de specifieke en concrete vragen van de Comitéleden vrij globale antwoorden vanuit de Nederlandse regering kwamen, vooral in de ochtendsessie. Dat ging in de middag sessie wat beter, het leek wel alsof de staatssecretaris en de ondersteunende ambtenaren wat beter op elkaar ingespeeld raakten. Bewonderenswaardig snel omdat ze van verschillende departementen kwamen. De antwoorden waren in de middagsessie wel concreter, maar niet altijd antwoord op de vraag. In sommige gevallen werd letterlijk herhaald wat al eerder in het schriftelijk antwoord op de schriftelijke vragen van het Cedaw-Comité was gemeld.

Hoe anders ging het bij de sessie van bijvoorbeeld de Verenigde Arabische Emiraten. Hoofd van de delegatie was een in het zwart geklede gesluierde vrouwelijke minister, die met haar optreden verschillende stereotypen ontkrachtte: consequent in (uitstekend) Engels pratend – en niet deels Arabisch zoals de Egyptische delegatie-leidster – stuurde ze als een generaal haar manschappen V/M aan. Bij elke vragenronde begon ze zelf en kondigde daarna aan welke geleerde dames en heren de andere vragen zouden beantwoorden. In de delegatie waren ook vertegenwoordigers van zogenaamde NGOs opgenomen, om kritische vragen van het Comité op voorhand te ontkrachten. Er is namelijk geen vrijheid van vereniging in de Verenigde Arabische Emiraten – dus geen vakbonden en de migrant domestic workers uit de verschillende Aziatische landen mogen niet eens een zeg Sri Lankese gezelligheidsvereniging oprichten. De betogen van de geleerde dames en heren gingen overigens, ondanks een indrukwekkend aantal verwijzingen naar wetsartikelen en andere referenties, meestal niet echt op de vragen in.

Hoewel op onderwerpen de antwoorden van de Nederlandse regering bekritiseerd kunnen worden – en dat zullen we in volgende blogs zeker doen – is de nadruk die Dijksma op het belang van het VN-Vrouwenverdrag legde bemoedigend.
Dat was in vorige rapportagecycli wel eens anders. Het biedt aanknopingspunten voor vrouwenrechtenorganisaties om de Nederlandse regering kritisch te blijven bevragen om de implementatie van het VN-vrouwenverdrag.

Leontine Bijleveld

zondag 24 januari 2010

Klaar voor de vuurdoop

Zaterdag en zondag (23 en 24 januari) hebben co-rapporteur Linda Mans, Hellen Felter (Tiye International) en ik voorbereidende training van IWRAW-Asia Pacific gevolgd. Zo'n training biedt deze NGO al sinds 1997 aan afgevaardigden van NGO's die hun CEDAW Schaduwrapportage willen toelichten aan het CEDAW-Comite. We bevonden ons in het gezelschap van drie vrouwen uit Botswana, twee uit Panama en een (oorspronkelijk Ierse) man die mee had gewerkt aan het schaduwrapport over de eerste rapportage van de Verenigde Arabische Emiraten. Daarnaast waren er maar liefst 12 deelneemsters (een man) uit Egypte.
We kregen alle ins en outs over de procedures te horen. De interesses van de verschillende leden van het CEDAW-Comite werden ons geduid. En we hebben geoefend. We slaagden er gedrieelijk in het te voren voorbereide statement binnen de 10 minuten tot een goed einde te brengen.
Toch kon hier en daar de tekst nog verhelderd, zodat de punten die door de deelnemers aan de publieksbijeenkomst op 24 november als prioriteit waren bijbehorende aanbevelingen uit de Schaduwrapportage tussen gevoegd, al gaan we die niet oplezen. De Comite-leden die de tekst ook op papier krijgen hebben dan snel scherp wat ze de regeringsdelegatie zouden moeten vragen als het aan ons ligt. Wie ons Oral Statement wil lezen kan dat via de website van de Vereniging voor Vrouw en Recht.
Wie wil oefenen met speeches binnen de tijd houden, hier is een link.

Leontine Bijleveld
co-rapporteur