Posts tonen met het label VN-vrouwenverdrag. Alle posts tonen
Posts tonen met het label VN-vrouwenverdrag. Alle posts tonen

maandag 12 april 2010

Van conclusies naar acties

De publieksbijeenkomst "De 'Concluding Observations' van het CEDAW-Comité; Hoe nu verder?" van afgelopen vrijdag 9 april begon feestelijk. Dagvoorzitter Mieke van der Burg (voorzitter van de Vereniging Vrouw en Recht) vertelde het heugelijke nieuws dat de SGP volgens de Hoge Raad vrouwen niet mag uitsluiten van kandidatenlijsten voor de verkiezingen. Daarmee verklaarde de Hoge Raad het VN-Vrouwenverdrag, althans art. 7, bindend.

Maar liefst vanuit veertig verschillende organisaties waren de deelnemers aan de publieksbijeenkomst vertegenwoordigd, aldus de dagvoorzitter. Wederom een aanduiding dat meer organisaties dan ooit bij het schaduwproces betrokken zijn (geweest). En die zich ook bij het vervolgproces willen en kunnen inzetten. De politiek is daarbij natuurlijk van belang. We waren blij dat Tineke Strik, lid van de Eerste Kamer voor Groen Links, er was, net als verschillende gemeenteraadsleden. Strik stelde al eerder vragen aan de regering over uitvoering van de Concluding Observations.

Leontine legde kort uit waar het VN-Vrouwenverdrag over gaat en wat de verplichtingen voor de regering zijn. Ze stipte de ambigue houding van de regering aan ten opzichte van het verdrag. Een voorbeeld: de regering negeert prompt aanbeveling nr. 8, zorgdragen voor de verspreiding van de Concluding Observations. Want die liggen alleen onvertaald ter inzage bij het Centraal Informatiepunt. Subsidie voor een publieksuitgave werd geweigerd. Daar staat tegenover dat de regering op verzoek van de NGO’s in haar statement aandacht had voor lesbische en biseksuele vrouwen. Daardoor kon het VN-Comité in eindconclusies zijn waardering daarover uitspreken. Ook besprak Leontine het proces rondom de Constructieve Dialoog in Genève.

Als opstart voor de werkgroepen gaf Linda een samenvatting van de Concluding Observations van het CEDAW-Comité. Iets uitgebreider stond ze stil bij de twee onderwerpen waarover de regering over twee jaar al moet rapporteren: geweld tegen vrouwen en vrouwenhandel. Als voorbeeld dat organisaties elkaar al weten te vinden voor actie, vertelde ze over het emailverkeer tussen verschillende organisaties over het wetsvoorstel regulering prostitutie. “Wat kunnen we doen om te voorkomen dat het wetsvoorstel alsnog nu wordt behandeld?” Contacten met politici?

Laurien Koster, Voorzitter van de Commissie Gelijke Behandeling, gaf haar visie op de Concluding Observations en besprak vanuit het perspectief van de CGB de Constructieve Dialoog tussen de regering en het VN-Comité.

Niet eerder zijn de eindconclusies zo concreet verwoord en bieden ze zoveel aanknopingspunten voor acties en activiteiten. Maar zonder actieve inzet van vrouwenorganisaties en andere maatschappelijke organisaties gebeurt er niets. In een uur tijd hebben de aanwezigen in werkgroepen dan ook de tanden gezet in de verschillende onderwerpen van de Concluding Observations. Binnenkort verschijnt er een samenvatting van wat er allemaal de revue passeerde.

Tenslotte presenteerde het Netwerk VN-Vrouwenverdrag afgelopen vrijdag ook de publieksuitgave 'Vrouwenrechten in Nederland anno 2010; Enige vooruitgang, nog veel te doen - de conclusies van het VN-Comité'. Dat bevat een samenvatting van zowel de schaduwrapportage als de Concluding Observations van het VN-Comité. Zodat nog meer organisaties en activisten weten wat er speelt en de regering kritisch kunnen volgen op naleving van het VN-Vrouwenverdrag.

Het boekje is namens het Netwerk uitgegeven door E-Quality, kenniscentrum voor emancipatie, gezin en diversiteit, waar het (gratis) te bestellen is. Het is ook in PDF te raadplegen.

Linda Mans

donderdag 11 maart 2010

Concluding Observations ter inzage in de Tweede Kamer

Op 4 maart 2010 heeft staatssecretaris van Bijsterveld de Tweede Kamer geïnformeerd over de publikatie van de Concluding Observations van het CEDAW-Committee, ten onrechte ‘het verslag’ genoemd. Concluding Observations zijn het oordeel van het toezichthoudend Comité over de manier waarop Nederland uitvoering geeft aan het VN-Vrouwenverdrag. Dat heeft toch echt juridisch een zwaarder gewicht dan ‘verslag’. Overigens zal CEDAW over enige tijd op de OHCHR-website nog een verslag (Proceedings) over de bespreking met de regeringsdelegatie publiceren.
De staatssecretaris heeft er van afgezien de Concluding Observations bij de brief (zie vrouwenverdrag.nl) te voegen. Volstaan is met het ter inzage leggen bij het Centraal Informatiepunt van de Tweede Kamer en in algemene zin verwijzen naar de website van het Ministerie van OC&W. Ze kondigt aan nog voor het zomerreces met een kabinetsreactie “inhoudelijk op de punten van zorg van het CEDAW-comité en de aanbevelingen (te) reageren.”
Het lijkt aangewezen dat Kamerleden de staatssecretaris nog even herinneren aan de toezegging van haar voorganger als coördinerend bewindspersoon emancipatie (minister Plasterk) de Kamer ook een vertaling in het Nederlands te verstrekken. Dat kan dan bij het regeringsstandpunt gevoegd worden. Daarmee zou de regering meteen uitvoering geven aan een deel van de aanbevelingen van het CEDAW-Comité.

Het Netwerk VN-Vrouwenverdrag zal in ieder geval leden van de Tweede en Eerste Kamer uitnodigen voor de publieksbijeenkomst over de Concluding Observations in Utrecht op 9 april a.s. Daar kunnen ze dan meteen de publieksuitgave Vrouwenrechten in Nederland - enige vooruitgang, nog veel te doen over de schaduwrapportage en de concluding observations in ontvangst nemen. Deze publieksuitgave zal breed verspreid worden. Aanvraag en aanmelding voor de publieksbijeenkomst internwhr2@aimforhumanrights.nl.

Leontine Bijleveld

zaterdag 6 februari 2010

Extra aandacht voor – oudere - vrouwen op het platteland?

Omdat het CEDAW-Comité tijdens de vorige ‘constructive dialogue’ gevraagd had naar het regeringsbeleid met betrekking tot vrouwen op het platteland (Art. 14), was er in de regeringsrapportageenige informatie opgenomen (p. 91 e.v.). In de Schaduwrapportage leverden de NGO’s kritisch commentaar (p. 73 e.v.): ten onrechte was geen aandacht besteed aan de grotere verschillen tussen mannen en vrouwen op het platteland, vergeleken met stedelijke omgeving. De participatie op de arbeidsmarkt van vrouwen is lager, maar de werkloosheid is hoger. Bij mannen is het omgekeerde beeld: de verschillen tussen mannen en vrouwen zijn groter op het platteland dan in de stad. De NGO’s wezen er op dat uit recente studies in opdracht van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) wel degelijk naar voren kwam dat vrouwen meer moeilijkheden ondervinden dan mannen op het platteland. Dat heeft echter nog niet tot een intensivering van beleid van minister Verburg geleid.
Ook wees de schaduwrapportage op toenemende vervoersproblemen die oudere vrouwen op het platteland ondervinden. Ze stoppen vaak eerder met fietsen dan mannen en hebben minder vaak een rijbewijs (of een auto), terwijl het openbaar vervoer veel minder goed is dan in stedelijke gebieden.

Het CEDAW-Comité, dat altijd alert is op specifieke problemen van specifieke groepen vragen, stelde vragen aan de Nederlandse delegatie, maar daarin was LNV niet vertegenwoordigd. Staatssecretaris Dijksma maakte van de gelegenheid gebruik zich als niet-randstedeling te presenteren: het is maar twee uur rijden van de Oostgrens, waar ze woont (Enschede), naar de zee waar ze werkt (Den Haag). Dat klopt, als je met de auto rijdt, vlakbij de A1 woont en niet in files verzeild raakt. Omdat ze ook wel voelde dat dit niet helemaal het antwoord was wat het Comité wilde horen, voegde ze er aan toe dat eenzaamheid en isolement onder oudere vrouwen inderdaad een probleem was, net als armoede. Maar dat het niet zo was dat deze problemen groter waren onder vrouwen op het platteland dan in de stad.

Daarmee deed de staatssecretaris ons inziens de problematiek van – oudere – vrouwen op het platteland te kort. Het was voorts onduidelijk op welke gegevens ze zich baseerde. Wegens tijdgebrek kon het Comité geen aanvullende vragen meer stellen. Het is daarom maar de vraag of er in de Concluding Observations specifiek aandacht aan wordt besteed, althans meer dan een algemeen verzoek een volgende keer adequatere informatie te geven over specifieke groepen. Het zou echter erg onbevredigend zijn als op deze manier het onderwerp geheel en al verdwijnt.
Daarom hoop ik dat de oudere vrouwen- en de plattelandsvrouwen organisaties met een vervolg zullen komen. Het moet toch mogelijk zijn Tweede Kamerleden te informeren en na te gaan of ze minister Verburg willen vragen een regeringsstandpunt te formuleren over de recente onderzoeken waaruit de grotere moeilijkheden van vrouwen op het platteland zijn gebleken? Mochten de nieuwe netwerken, ontstaan uit het schaduwproces daarbij behulpzaam kunnen zijn, dan valt dat vast wel te organiseren.

Leontine Bijleveld

donderdag 4 februari 2010

Openingsspeech staatssecretaris Dijksma nu online

Gisteren, 3 februari 2009, ontvingen we de openingsspeech van staatssecretaris Dijksma voor de sessie van 27 januari digitaal. Het document is meteen geplaatst op vrouwenverdrag.nl. Het is gisteren ook geplaatst bij het persbericht van OC&W en op de website van de Office of the United Nations High Commissioner for Human Rights.

Leontine Bijleveld

maandag 1 februari 2010

De tevredenheid van de regeringsdelegatie nader bezien

Op de receptie die staatssecretaris Dijksma de NGO’s, de CGB en haar ambtenaren aanbood na afloop van de Constructive Dialogue op 27 januari aanbood bleek dat de regeringsdelegatie tevreden terug keek. Wie je ook sprak, de impressie dat men het er goed had afgebracht overheerste. Men voelde zich gesterkt door positieve reacties van Comité-leden. Nu we nog een aantal dagen bij andere sessies aanwezig zijn geweest en regelmatig Comite-leden tegen het lijf lopen, in de pauzes, bij side events, ook in hotel en restaurant, dringt zich een genuanceerder beeld op.

Het blijkt dat de Comité-leden het openingsstatement van de ‘Minister for Education , Culture and Science’ niet hebben ontvangen. Dat is ongebruikelijk. Toen het Nederlandse CEDAW-lid, professor Flinterman, ons dat vertelde dachten we nog dat het kwam doordat hij zich, volgens de CEDAW-spelregels, niet met de Nederlandse sessie mag bemoeien. Gaandeweg kregen we meer meldingen en zelfs met onze aanwijzingen dat het onopvallend was (grauw papier, geen logo van Koninkrijk of regering, verkeerde datum – 26-1) konden niemand het vinden.
Ook Violeta Neubauer, de rapporteur voor Nederland, niet. Ze vroeg ons om een website waar ze de speech zou kunnen vinden. We hebben tevergeefs gezocht - volgens de website van OC&W heeft Dijksma in 2010 geen toespraken gehouden. En de website van de PV (Permanente Vertegenwoordiging) van Nederland bij de VN in Genève gaf geen enkele hit bij CEDAW. We hebben mevrouw Neubauer ons eigen exemplaar gegeven (met veel moeite woensdagochtend gekregen van de Directie Emancipatie, die de toezegging om ons later meer exemplaren te verstrekken om de een of andere reden niet kon waarmaken).

Dat zowel Dijksma als de enkele ambtenaren die aan het woord kwamen in antwoord op een aantal vragen vrijwel letterlijk herhaalden wat al in de schriftelijke antwoorden op de List of Issues & Questions had gestaan viel niet goed bij een aantal Comité-leden. Die redeneerden dat het toch duidelijk genoeg was dat ze niet tevreden waren met het schriftelijk antwoord, want anders zouden ze er in de korte tijd die ze hadden toch niet op doorvragen. Ook dat andere vragen, zelfs als ze bij herhaling onder de aandacht waren gebracht, in het geheel niet beantwoord werden, stemde de betreffende Comité-leden niet tot tevredenheid. Waarom dan toch zo’n grote delegatie aan ambtenaren meegenomen? Het Comité voerde met 8 landen een constructieve dialoog en de delegatie van het Koninkrijk der Nederlanden was de allergrootste (35)!

Art. 8 gedachtig – vertegenwoordiging door vrouwen op internationaal niveau – vroeg een comité-lid naar het aantal vrouwen in de High Commissions en wat de regering deed om hun aandeel te vergroten. De staatssecretaris zei het niet te weten en ook de te hulp geroepen ambtenaar kon geen uitsluitsel geven. Bij de receptie bleek waarom: geen flauw idee wat de High Commission was. Kennelijk hoort het niet tot de essentiële wetenswaardigheden op het Ministerie dat de ambassades van Gemenebestlanden High Commission heten. Maar wellicht was er sprake van een black out.

Ook het feit dat staatssecretaris Dijksma geen slotstatement uitsprak heeft her en der tot irritatie geleid. Ook het CEDAW-Comité hecht aan bepaalde rituelen. Dat de regeringsdelegatie in plaats van een slotstatement het korte MDG3 filmpje ‘ Invest in Equality’ vertoonde werd als een affront opgevat – MDG3 staat voor Millenium Development Goal 3, het in VN-verband overeengekomen ontwikkelingdoel om de gender ongelijkheid te verkleinen. Niet alleen is het CEDAW-Comité niet de meest geschikte kijkersgroep voor een filmpje dat probeert uit te leggen waarom investeren in vrouwen belangrijk is. Het uit internationaal gerenommeerde experts bestaande comité gaat immers jaarlijks met veel landen een constructieve dialoog aan teneinde hun inspanningen voor het bereiken van ‘substantive equality’ te vergroten. Maar ook vonden de in de zaal aanwezige experts en NGO-vertegenwoordigers uit ‘the Global South’ het nogal aanmatigend zo door Nederland een inzet voorgeschreven te krijgen. De nadruk in het filmpje op de ‘gender efficiency’ argumenten viel evenmin erg goed in een gezelschap waar de mensenrechten benadering centraal staat.

Er zijn meer voorbeelden te geven, maar ik laat het hierbij. In hoeverre dit soort irritaties toon en inhoud van de Concluding Observations zal beïnvloeden weten we niet. Maar voortaan iets meer rekening houden met de gebruiken en rituelen in de CEDAW-sessies kan geen kwaad. Waarom zouden enige ambtenaren niet eens enige sessies van andere landen bijwonen? De studentes van Prof. Flinterman uit Maastricht hadden er ook een hoop van opgestoken, zeiden ze.

Leontine Bijleveld

Actie geslaagd: seksuele minderheden zichtbaar binnen CEDAW en VN

Zoals eerder gemeld, konden we niets teruglezen over de problematiek van lesbische en biseksuele vrouwen en transgenders in de (Engelstalige) persberichten van de VN. Niets over het statement van de regering, vragen vanuit het Comite kwamen niet terug, noch de antwoorden erop van de Nederlandse regeringsdelegatie.

Tijd voor actie: aankaarten bij de persredactie en het CEDAW secretariaat. Bovendien hadden we verschillende comitéleden ingeseind.

Met succes! Zie hier de herziene versie van het persbericht, inclusief verwijzing naar LBT. Nu hopen dat de verwijzingen naar LBT ook terugkomen in de 'concluding observations'.

Linda Mans

zondag 31 januari 2010

Concrete vragen – veelal globale en ontwijkende antwoorden

De Comité-leden stelden scherp geformuleerde en concrete vragen. Zoals van een geleerd gezelschap, met een behoorlijk aantal juridische professors, verwacht mag worden, waren er ook vragen met een sterk juridisch karakter. Daar leek de regeringsdelegatie niet helemaal op voorbereid. De vragen over de doorwerking van CEDAW in de Nederlandse rechtsorde ook in relatie tot het Optionele protocol werden, door staatssecretaris en ambtenaren, op vergelijkbare wijze beantwoord als al eerder in de schriftelijke ronde. Bij de vragen over de rechtszaken waarbij het Verdrag aan de orde was ontging het de delegatie dat expliciet gevraagd werd naar de inzet van de Staat bij de procedures. Het mag dan wel zo zijn dat uiteindelijk de rechter bepaalt of en in hoeverre een bepaald artikel van de Conventie direct door werkt in de Nederlandse rechtsorde. Dat neemt volgens de Comité-leden niet weg dat de Staat, als verdragspartij, de rechter moet meegeven zich gebonden te achten aan het verdrag.

Het CEDAW-Comité vroeg verder bijvoorbeeld welke concrete maatregelen de regering trof om het aantal vrouwen op hogere functies te vergroten dat te veranderen. Staatssecretaris Dijksma kwam niet veel verder dan: ‘het is inderdaad een groot probleem’,‘we moeten er hard aan werken’ en ‘ik heb alle vertrouwen in het Charter Talent naar de Top, waar al honderd bedrijven en instellingen zich bij hebben aangesloten’. De Comité-leden bleven zitten met de vraag wat de regering nu eigenlijk doet, ze hadden in hun vraag immers al geconstateerd dat door het lage aantal vrouwen op besluitvormende posities de regering te kort schiet in het bereiken van feitelijke gelijkheid, waartoe het Verdrag verplicht. Wijzen op het Charter Talent naar de Top overtuigde niet, mede omdat geen concrete resultaten genoemd werden (en waarschijnlijk ook niet genoemd konden worden).

Iets soortgelijks gebeurde met de vraag over de prevalentie van deeltijdwerk onder vrouwen. Het Comité is hier al vanaf de eerste rapportagecyclus niet gelukkig mee, om het mild uit te drukken. Dat het aandeel in deeltijd werkende vrouwen was toegenomen ten koste van de fulltimers baarde diverse comité-leden dan ook zorgen. En wat de regering daaraan deed om te zorgen dat meer vrouwen full-time zouden gaan werken.
De staatssecretaris verklaarde dat ook de Nederlandse regering zich ernstig zorgen maakt over het geringe aantal uren dat vrouwen in Nederland gemiddeld werken. Dat moet echt omhoog, zodat meer vrouwen economisch zelfstandig kunnen zijn, maar vooral om er voor te zorgen dat in de toekomst het draagvlak onder de verzorgingsstaat verstrekt wordt. Gevraagd naar concrete maatregelen kwam Dijksma niet veel verder dan te stellen dat in de Nederlandse cultuur nu eenmaal de keuzevrijheid van vrouwen een groot goed is en dat het niet gemakkelijk is cultuur te veranderen. We zagen Comité-leden wat geïrriteerd raken: niemand had voorgesteld de keuzevrijheid aan banden te leggen. Wel waren vraagtekens gesteld of vrouwen inderdaad uit vrije wil voor deeltijdwerk of non-participatie kiezen of toch ook gedwongen door de omstandigheden. Maar vooral was gevraagd naar welke maatregelen de regering trof om de keuze van vrouwen voor full-time werk (of grote deeltijdbanen) te vergemakkelijken. En of de regering had overwogen maatregelen die in ander landen tot succes hadden geleid in te voeren (bijvoorbeeld voorrang voor deeltijdwerkers bij interne, en mogelijk zelfs externe sollicitatieprocedures). Dijksma gaf geen sjoege meer. Dat is jammer, want ze had ook kunnen vragen of het Comité suggesties had hoe de noodzakelijke cultuurverandering versneld zou kunnen worden. De Ministers van de Antillen en Aruba kozen vaker voor deze strategie (to ask the guidance of the Committee).

Leontine Bijleveld

Wat voor vragen stelde het Comité aan de Nederlandse delegatie?

Over het algemeen was het niveau van de vragen die de Comité-leden stelden hoog. Ze bleken zowel de regeringsrapportage als de schaduwrapportage goed gelezen te hebben. Veel vragen vloeide direct of indirect voort uit de schaduwrapportage. Overigens bleken ook de ambtenaren uit de regeringsdelegatie de schaduwrapportage goed gelezen te hebben en er alvast antwoorden op te hebben voorbereid, maar dat ter zijde. Verschillende leden hadden ook nog pogingen in het werk gesteld om op andere wijze aanvullende informatie over Nederland te verkrijgen: ze hadden bij voorbeeld Eurostat geraadpleegd, (vergelijkende) onderzoeken van de Europese Commissie gelezen en zelfs tevergeefs geprobeerd informatie over ‘gender equality’ op de website van het ministerie van OC&W te vinden.
Soms klonk enig ongeduld door, omdat het niet de eerste keer was dat de onderwerpen werden aangesneden door het Comite (‘not convinced’, ‘disturbed’).

In vogelvlucht hier een aantal vragen en onderwerpen die Comité-leden aansneden, voor zover niet eerder in het blog genoemd:
- Hoe sterk en dwingend is de coördinatie van gender mainstreaming?
- Hoe vaak worden gender mainstreaming instrumenten zoals emancipatie-effect rapportage en gender budgetting?
- Waarom zijn de rapportages van de drie landen binnen het Koninkrijk niet gecoördineerd en op elkaar afgestemd?
- Waarom ontvangen women’s rights NGO’s geen structurele subsidie?
- De wetgeving lijkt in Nederland vooral op formele gelijke behandeling gericht, hoe wordt dan gelijkheid in de praktijk (‘substantive equality’) gerealiseerd?
- Welke tijdelijke speciale maatregelen treft de regering voor vrouwen uit etnische minderheden ‘and other disadvantaged groups’, zoals oudere vrouwen, vrouwen op het platteland en gehandicapte vrouwen?
- Stelt de regering evenveel middelen ter beschikking voor (organisaties gericht op) empowerment van prostituees als aan exit-programma’s?
- Op welke manier bestrijdt de regering gender en etnische stereotypen?
- Waarom zijn de streefcijfers voor politieke participatie verlaten?
- Waarom zijn er zo weinig vrouwelijke ambassadeurs?
- Waarom heeft de regering de Gelijk Loondag afgeblazen?
- Wat doet de regering eigenlijk wel om de loonkloof te dichten? “I do not think you can escape by reducing the pay gap by pointing at socalled explanaining factors.”
- Vrouwen zijn oververtegenwordigd onder de armen en onder de werklozen. Wat is de regering van plan daaraan te doen?
- Hoe gaat de regering de precaire positie van huishoudelijk personeel verbeteren?
- Wat zijn de effecten van de bezuinigingen op de gezondheidszorg voor vrouwen?
- Krijgen vrouwelijke slachtoffers van (huiselijk) geweld gratis rechtshulp?
Dit is nog maar een fractie van alle vragen die in blokken op de delegatie werden afgevuurd (art.1-3, 46, 7-9, 10-12, 13-14 en 15-16). Dijksma verzuchtte op een bepaald moment dat ze wel 14 vragen had geteld – of zei ze nu 40?

Niet op alle vragen kwam een antwoord – dat hield de rapporteur voor Nederland, mevrouw Neubauer goed bij. Maar ook als er wel een antwoord kwam stelde dat lang niet altijd het Comité tevreden – onderwerp voor een volgend blog.

Leontine Bijleveld

De (on)zichtbaarheid van seksuele minderheden binnen CEDAW en VN

We weten dat binnen het CEDAW-comité frictie bestaat over het wel of niet opnemen van seksuele oriëntatie en gender identiteit in de eindconclusies. Maar dat de (Engelstalige) persberichten over de CEDAW-sessies volledig zouden zwijgen over problemen van lesbische en biseksuele vrouwen en transgenders (LBT), dat hadden we niet verwacht.

In de schaduwrapportage hebben we onder verschillende artikelen van het verdrag beschreven met welke problematiek LBT worden geconfronteerd. Onze bevindingen variëren van complimenten voor de regering dat ze seksuele oriëntatie en gender identiteit als grond ziet voor het aanvragen van asiel tot kritische opmerkingen over gezondheidsproblemen van lesbische vrouwen die te maken hebben met een gebrek aan sociale acceptatie. Bovendien moeten transgenders zich verplicht laten steriliseren als ze hun geslacht in het paspoort willen laten aanpassen en wordt het plaatsen van borstimplantaten bij transgendervrouwen niet vergoed door de zorgverzekering.

Problemen die we graag besproken zagen tijdens de constructieve dialoog. Om de kans te vergroten dat comitéleden hierover vragen zouden stellen, hadden we met de regering afgesproken dat zij LBT in haar openingsstatement zou opnemen. Met enig succes, staatssecretaris Sharon Dijksma eindigde haar statement met de grotere kwetsbaarheid van lesbische vrouwen voor gezondheidsproblemen door een gebrek aan maatschappelijke zichtbaarheid. Ook stelde ze dat de Nederlandse regering zich voortdurend inzet en blijft inzetten voor de gelijke behandeling van alle vrouwen, ongeacht hun seksuele voorkeur of gender identiteit.

Wij moesten als NGO's de comitéleden zo ver krijgen dat ze over LBT vragen zouden stellen. Wie zouden er onze bondgenoten kunnen zijn? Violeta Neubauer had ons tijdens de informele sessie afgelopen maandag al vragen gesteld over LBT en kwam daar later tijdens de lunch briefing nog op terug. Mijn ontmoeting met het Braziliaanse comitélid Silvia Pimentel na afloop van de presentatie over reproductieve rechten afgelopen maandag, bleek goud waard.

De hierboven genoemde problemen vallen onder artikel 12: gelijke toegang tot gezondheidszorg. Dat kwam ’s middags aan de orde, zodat we meer tijd voor lobby hadden. Björn van Roosendaal (COC Nederland) en ik spraken Silvia Pimentel in de lunchpauze. Haar antwoord: "Zet zo kort en bondig mogelijk jullie vragen op papier en dan zal ik ze toevoegen aan de vragen die ik sowieso onder dat artikel wil stellen."

Fantastisch klonken de vragen uit haar mond: welke maatregelen neemt de regering om de gezondheid van lesbische vrouwen te verbeteren? Worden er beleidsmaatregelen getroffen om verplichte sterilisatie van transgenders te stoppen en het plaatsen van borstimplantaten te vergoeden?

De antwoorden van de staatssecretaris waren helaas minder uitgesproken dan we van minister Plasterk hadden begrepen. Namelijk dat een wetsvoorstel in voorbereiding is om de sterilisatie-eis daadwerkelijk te schrappen. Over het niet vergoeden van borstimplantaten gaf de staatssecretaris een hele verhandeling over het terugdringen van ziektekosten, dat de vergoeding niet voor niets uit het basispakket was gehaald. Plasterk had laten weten dat vergoeding van borstimplantaten heroverwogen zou worden.

Van dit alles was echter niets terug te lezen in het (Engelstalige) persbericht over de Nederlandse sessie (zie Mediacenter, news archive, 27-01-2010. Tijd voor actie. We hebben het aangekaart bij de persredactie en het CEDAW secretariaat. Verder hebben we een aantal comitéleden ingeseind. Ook de website van OC&W maakte aanvankelijk geen melding van de specifieke LBT-passage in Dijksma’s toespraak. Na een seintje van ons is dat veranderd. Of de regering ook in Genève aan de bel heeft getrokken, zoals we hadden gevraagd, is ons onbekend.

Linda Mans

donderdag 28 januari 2010

Staatssecretaris Dijksma in gesprek met het Cedaw-Comité

Vol enthousiasme kweet staatssecretaris Dijksma zich van haar taak tijdens de Constructive Dialogue met het Cedaw-Comité op woensdag 27 januari. Het ministerie van OC&W had het tevoren al aangekondigd in een nieuwsbericht. Dijksma nam dit letterlijk. De meeste vragen die de leden van het CEDAW-Comité aan de regeringsdelegatie stelde beantwoordde ze zelf, al dan niet gebruik makend van de antwoorden die de ambtenaren uit de delegatie voor haar opschreven – wat dat betreft leek het wel op een overleg met de Tweede Kamer. Slechts een enkele keer gaf ze het woord aan Ferdi Licher (Directeur Emancipatie), die naast haar zat, of aan ambtenaren van andere departementen in de delegatiebanken. Deze taakverdeling had bijna onvermijdelijk tot gevolg dat de op de specifieke en concrete vragen van de Comitéleden vrij globale antwoorden vanuit de Nederlandse regering kwamen, vooral in de ochtendsessie. Dat ging in de middag sessie wat beter, het leek wel alsof de staatssecretaris en de ondersteunende ambtenaren wat beter op elkaar ingespeeld raakten. Bewonderenswaardig snel omdat ze van verschillende departementen kwamen. De antwoorden waren in de middagsessie wel concreter, maar niet altijd antwoord op de vraag. In sommige gevallen werd letterlijk herhaald wat al eerder in het schriftelijk antwoord op de schriftelijke vragen van het Cedaw-Comité was gemeld.

Hoe anders ging het bij de sessie van bijvoorbeeld de Verenigde Arabische Emiraten. Hoofd van de delegatie was een in het zwart geklede gesluierde vrouwelijke minister, die met haar optreden verschillende stereotypen ontkrachtte: consequent in (uitstekend) Engels pratend – en niet deels Arabisch zoals de Egyptische delegatie-leidster – stuurde ze als een generaal haar manschappen V/M aan. Bij elke vragenronde begon ze zelf en kondigde daarna aan welke geleerde dames en heren de andere vragen zouden beantwoorden. In de delegatie waren ook vertegenwoordigers van zogenaamde NGOs opgenomen, om kritische vragen van het Comité op voorhand te ontkrachten. Er is namelijk geen vrijheid van vereniging in de Verenigde Arabische Emiraten – dus geen vakbonden en de migrant domestic workers uit de verschillende Aziatische landen mogen niet eens een zeg Sri Lankese gezelligheidsvereniging oprichten. De betogen van de geleerde dames en heren gingen overigens, ondanks een indrukwekkend aantal verwijzingen naar wetsartikelen en andere referenties, meestal niet echt op de vragen in.

Hoewel op onderwerpen de antwoorden van de Nederlandse regering bekritiseerd kunnen worden – en dat zullen we in volgende blogs zeker doen – is de nadruk die Dijksma op het belang van het VN-Vrouwenverdrag legde bemoedigend.
Dat was in vorige rapportagecycli wel eens anders. Het biedt aanknopingspunten voor vrouwenrechtenorganisaties om de Nederlandse regering kritisch te blijven bevragen om de implementatie van het VN-vrouwenverdrag.

Leontine Bijleveld

zondag 24 januari 2010

Klaar voor de vuurdoop

Zaterdag en zondag (23 en 24 januari) hebben co-rapporteur Linda Mans, Hellen Felter (Tiye International) en ik voorbereidende training van IWRAW-Asia Pacific gevolgd. Zo'n training biedt deze NGO al sinds 1997 aan afgevaardigden van NGO's die hun CEDAW Schaduwrapportage willen toelichten aan het CEDAW-Comite. We bevonden ons in het gezelschap van drie vrouwen uit Botswana, twee uit Panama en een (oorspronkelijk Ierse) man die mee had gewerkt aan het schaduwrapport over de eerste rapportage van de Verenigde Arabische Emiraten. Daarnaast waren er maar liefst 12 deelneemsters (een man) uit Egypte.
We kregen alle ins en outs over de procedures te horen. De interesses van de verschillende leden van het CEDAW-Comite werden ons geduid. En we hebben geoefend. We slaagden er gedrieelijk in het te voren voorbereide statement binnen de 10 minuten tot een goed einde te brengen.
Toch kon hier en daar de tekst nog verhelderd, zodat de punten die door de deelnemers aan de publieksbijeenkomst op 24 november als prioriteit waren bijbehorende aanbevelingen uit de Schaduwrapportage tussen gevoegd, al gaan we die niet oplezen. De Comite-leden die de tekst ook op papier krijgen hebben dan snel scherp wat ze de regeringsdelegatie zouden moeten vragen als het aan ons ligt. Wie ons Oral Statement wil lezen kan dat via de website van de Vereniging voor Vrouw en Recht.
Wie wil oefenen met speeches binnen de tijd houden, hier is een link.

Leontine Bijleveld
co-rapporteur

maandag 30 november 2009

Noodzaak van uitgesplitste cijfers

Nog wat nagekomen berichten van de UNECE Beijing + 15. In een tweede bijdrage op maandagochtend revancheerde Kubic zich enigszins. Hij vatte het paper van het UNECE-secretariaat samen, waarin de balans werd opgemaakt van de implementatie van het Beijing Platform for Action. Dit is, net als de andere documenten voor de bijeenkomst, op de website van UNECE te vinden.
Algemene teneur van de evaluatierapporten Beijing + 15 is dat er op verschillende punten vooruitgang is geboekt, maar dat er er nog veel moet gebeuren om gender equality te bereiken. Kubic wees op de leemtes en betoogde dat statistiek een belangrijk hulpmiddel is, onmisbaar om goed beleid te kunnen uitvoeren. Zonder naar geslacht en leeftijd uitgesplitste cijfer kan gender mainstreaming niet van de grond komen. Hij pleitte dan ook voor versterken van ‘gender statistic programmes’. Dat klonk ons als muziek in de oren – in elke schaduwrapportage pleiten we immers voor ‘data disagregated according to gender and ethnicity’.
De volgende dag konden we het pleidooi van Kubic beter plaatsen: tijdens een side-event presenteerde UNECE de vernieuwde website gender statistics. Het gender statistiek team van UNECE biedt ook ander informatiemateriaal, zoals on-line trainingen en video’s.

Leontine Bijleveld

donderdag 26 november 2009

Schaduwrapportage 2009: Women's Rights - Some progress, many gaps




Eindelijk is het zover. Op 24 november hebben we tijdens de publieksbijeenkomst het eerste exemplaar van de schaduwrapportage VN-Vrouwenverdrag 'Women's Rights - Some progress, many gaps' uitgereikt aan Arjan Hamburger, mensenrechtenambassadeur voor Nederland. De deelnemers hebben met elkaar prioriteiten uit de rapportage bepaald, die we in ons mondelinge 'statement' tijdens de CEDAW-sessie eind januari 2010, gaan verwoorden. Willemien Ruygrok toonde zich daarbij een voortvarende dagvoorzitter.

In de schaduwrapportage geven Nederlandse organisaties commentaar op de wijze waarop de regering aan het VN-Comité verantwoording heeft afgelegd over de naleving van vrouwenrechten in Nederland. Marjan Wijers gaf een introductie over de werking van zo'n schaduwproces en hoe organisaties de schaduwrapportage voor eigen doelen kunnen inzetten. Nooit eerder onderschreven zoveel Nederlandse organisaties, 54 stuks, een schaduwrapportage. Daar zijn we erg blij mee. Dankzij het organiseren van kleinschalige expert meetings en individuele contacten hebben meer 'grassroots' organisaties een bijdrage kunnen leveren.

Als prioriteiten stellen de deelnemers aan de publieksbijeenkomst dat de regering niet serieus genoeg neemt dat het verdrag haar verplicht er voor te zorgen dat ánderen vrouwen niet discrimineren. Verder uiten ze kritiek op de lage status die het verdrag voor de regering lijkt te hebben. Ook wijzen de deelnemers erop dat de Nederlandse regering geen invulling geeft aan de verdragsverplichting om seksestereotypen actief tegen te gaan. Sterker nog: de regering bevestigt ze regelmatig - luister maar naar de recente debatten over inburgering en 'importbruiden'. Een ander kritiekpunt is dat het huishoudelijk personeel niet onder de sociale wetgeving valt - dat treft vrijwel alleen maar vrouwen. Bovendien vinden de organisaties dat de regering zich sterker moet inzetten om armoede onder vrouwen te bestrijden. Zo zijn alleenstaande moeders sterk oververtegenwoordigd onder de werkende armen en hebben oudere vrouwen minder kans vanuit werkloosheid her in te treden op de arbeidsmarkt dan mannen.

Behalve kritiek, delen we in de schaduwrapportage ook complimenten uit aan de regering. Positief is dat er meer financiering is van projecten voor lesbische en biseksuele vrouwen en transgenders - een groep waarover voor het eerst informatie is opgenomen in de schaduwrapportage.

Downloaden "Women's Rights - Some progress, many gaps"

Linda Mans

woensdag 4 november 2009

Investering in de nabije toekomst


Voor we ons uiteindelijk hebben opgegeven voor het Beijing+15 programma van het UNECE in Genève, hebben we ons afgevraagd of het een zinvolle investering zou zijn. Zouden er mensen aanwezig zijn om alvast aan te schieten over bevindingen uit de schaduwrapportage?

Ja, het bleek nuttig en leerzaam en het eventueel kunnen lobbyen in de wandelgangen was daadwerkelijk het geval. Zoals Leontine al schreef, hebben we zowel gesproken met de Nederlandse regeringsdelegatie (DCE), als met een lid van het CEDAW Comité.

Carlien Scheele en Charles de Vries van DCE nodigden ons uit voor een diner maandagavond. Het werkt verhelderend om onderwerpen vanuit overheidsoptiek en NGO's te bespreken. Je hebt elk een eigen rol, maar je kan elkaar ook met informatie ondersteunen en elkaars inzet versterken.

Bij het overwegen of afreizen naar Genève de moeite waard zou zijn, speelde de vraag wie we er zouden kunnen ontmoeten. Zo hoopten we Violeta Neubauer, CEDAW rapporteur voor Nederland tijdens de komende sessie, tegen het lijf te lopen en al even te kunnen briefen over bevindingen in de schaduwrapportage. Ze was er en we hebben haar meteen aangesproken.

Afgelopen maandag hebben we haar de inhoudsopgave en lijst van aanbevelingen in de handen gedrukt en gevraagd of ze tijd had voor een gesprek. Dinsdagmiddag was het zover. Ze had de kopjes al gesneld en we kregen uitgebreid gelegenheid om over bevindingen van de NGO's in de schaduwrapportage uit te wijden. Ook vertelde ze over de meest recente ontwikkelingen binnen het CEDAW Comité.

We zijn tevreden. Het is een aardige en toegankelijke vrouw, die zich graag door NGO's laat informeren. Ze heeft ons haar adres gegeven en op basis van de schaduwrapportage die we haar spoedig toesturen, zullen we gelegenheid hebben om haar eventuele vragen alvast te beantwoorden. Dat zal zeker van pas komen tijdens de 45e CEDAW sessie in Genève eind januari.

Linda Mans

maandag 2 november 2009

Enhancing Women’s Political Participation

De UNDP organiseerde een side-event over politieke participatie van vrouwen tijdens de lunch. Accent lag vooral op de situatie in Oost Europa en de Commonwealth of Independent States, omdat de UNDP daar een groot project over dit onderwerp draait.
Vooral de presentatie van Sonia Lokar was aardig. Het zou enige aanknopingspunten kunnen bieden voor de activiteiten van Vrouwenbelangen en de vrouwen in de politieke partijen.
Lokar vertelde hoe het samenwerken in een regionaal netwerk de activiteiten in de verschillende landen stimuleerde.
Omdat de batterij van mijn MacBook bijna op is volsta ik voorlopig met een link naar de website van de UNDP waar de presentaties op gezet zijn.

Leontine Bijleveld

Opening Beijing + 15 Regional Review Meeting


De openingstoespraak van de Executive Secretary of the Economic Commission from Europe, de heer Jan Kubis, is erg plichtmatig - hij had niet eens in de gaten dat hij de eerste alinea twee maal voorlas. Daardoor hebben we gelegenheid even een snelle update op het blog te zetten.

Linda en ik zijn hier in Genève om te kijken of we al wat lobbywerk kunnen doen voor de schaduwrapportage VN Vrouwenverdrag. Dat lijkt goed te lukken. We hebben al contact gelegd met Violeta Neubauer. Zij zit in het CEDAW-Comité en is de rapporteur voor Nederland. Op de regionale voorbereidende bijeenkomst voor Beijng +15 hier in Genève vertegenwoordigt ze Slovenië. We hebben afgesproken om dezer dagen een langer gesprek te hebben. De samenvatting en de lijst van aanbevelingen uit de Schaduwrapportage aan het CEDAW-Comité hebben we haar al meegegeven.

Carlien Scheele vertegenwoordigt hier de Nederlandse regering. We ontmoetten haar toen ze op weg was naar de EU-coördinatie bijeenkomst. Later schoof ze bij ons aan in de cafetaria, waar we de laatste emails nog even lazen. Zo konden we haar mededelen dat met de ondertekening van de Schaduwrapportage door St. Ondersteboven de stand op 42 staat. Carlien was gepast onder de indruk.

Ook hebben we Sonja Lokar al ontmoet. Die zit straks, tijdens de lunch, in het panel van een door UNDP georganiseerd side-event ‘Enhancing Women’s Political Participation.’. Zij heeft de CEDAW-Schaduwrapportage in Slovenië gecoördineerd. Ook met haar gaan we later nog praten om ervaringen uit te wisselen.

Nu spreekt Caroline Hannan, Director van de Division of Advancement of Women. Dat is interessanter. Wordt vervolgd.

Leontine Bijleveld

vrijdag 16 oktober 2009

Onderschrijven Schaduwrapportage: oproep aan NGO's


De Schaduwrapportage VN-Vrouwenverdrag als reactie op de vijfde regeringsrapportage is klaar. Op een check na door een gekwalificeerde ‘native English’ eindredactie. We zijn blij met alle input van betrokken NGO's en/of individuele deskundigen via expert meetings, per mail of telefoon.

Op 15 oktober heeft het Netwerk VN-Vrouwenverdrag haar achterban per (elektronische) brief uitgenodigd de schaduwrapportage te onderschrijven, met daarbij de voorlopige versie van de Schaduwrapportage. We hopen op veel positieve reacties, die - net als bij de vorige rapportage - een breed draagvlak tonen vanuit 'civil society'.

Mocht u als NGO geen uitnodiging voor ondertekening hebben ontvangen, maar wel het doel van de Schaduwrapportage onderschrijven? Stuur een mailtje naar Loeky Droesen, secretariaat Netwerk VN-Vrouwenverdrag: l.droesen@aimforhumanrights.org

Linda Mans

vrijdag 12 juni 2009

23 juni constructieve dialoog tussen NGO's en DE

Het Netwerk VN-vrouwenverdrag is zeer verheugd dat de Directie Emancipatie (DE) heeft ingestemd met het voorstel van het Netwerk gezamenlijk een bijeenkomst te organiseren over de List of Issues & Questions. Het CEDAW-Comité had nadere vragen gesteld aan de de Nederlandse regering. We berichtten daarover op 27 maart. De antwoorden moeten uiterlijk half september naar Genève worden gestuurd.
DE zal de daarbij betrokken ambtenaren van alle departmenten uitnodigen en het Netwerk zal de uitnodiging verspreiden onder zoveel mogelijk vrouwenorganisaties, NGO's en andere geïnteresseerden. Ook de Commissie Gelijke Behandeling zal worden uitgenodigd.
Vanwege de vakantie-periode is gekozen voor 23 juni 15 - 17 uur (Op het Ministerie van OC&W in Den Haag. Dat is kort dag, maar hopelijk staat het geanimeerde deelname niet in de weg.

Met een dergelijke aanpak hoopt het Netwerk VN-Vrouwenverdrag dat het beeld als zou de verhouding tussen Netwerk en de emancipatie ambtenaren zuur zijn weg te nemen. Verschillende kamerleden spraken daar hun zorgen over uit in het overleg met Minister Plasterk.
Verschil van mening hoeft waardering voor elkaars inzet niet in de weg te staan. Onderkenning van elkaars verschillende verantwoordelijkheden en van de noodzaak elkaars taal te leren verstaan kan ghelpen.
Zie ook de Opinie die Margreet de Boer, met Marjan Wijers pen- en woordvoerder over de vorige schaduwrapportage VN-vrouwenverdrag in het Tijdschrift voor Genderstudies.

Leontine Bijleveld

dinsdag 7 april 2009

VN-vrouwenverdrag Schaduwrapportage en Kunst

Het Netwerk VN-vrouwenverdrag werd recent benaderd met een zeer interessante vraag. Zou een kunstenaar, Sanja Ivenkovic gebruik mogen maken van onze vorige schaduwrapportage, “Taking Women’s rights seriously?” voor het maken van een installatie. Toen het Netwerk VN-vrouwenverdrag werkte aan de samenstelling van het schaduwrapport hadden we niet kunnen voorzien dat het op deze manier zou kunnen worden gebruikt, maar we gaven natuurlijk toestemming. Op 18 april aanstaande opent tentoonstelling, genaamd Urgent Matters, in zowel het van Abbe Museum in Eindhoven en BAK, basis voor actuele kunst, in Utrecht. We ontvingen de onderstaande beschrijving over het gebruikt van ons rapport.

“Het rapport wordt als een installatie van rode papieren proppen getoond op beide locaties - het werk vormt eigenlijk de rode draad door beide tentoonstellingen. Bij het Van Abbemuseum zal de voorpagina op twee verschillende locaties te zien zijn (met alle informatie over het rapport en jullie organisatie) en bij BAK een keer. We zijn er nu mee bezig en het gaat er echt super uit zien! Nogmaals bedankt voor jullie hulp!”

Voor meer informatie verwijzen we naar de websites van
Van Abbe Museum; en BAK.

Loeky Droesen, (aim for human rights voert het secretariaat van het Netwerk VN-vrouwenverdag)