donderdag 11 maart 2010

Concluding Observations ter inzage in de Tweede Kamer

Op 4 maart 2010 heeft staatssecretaris van Bijsterveld de Tweede Kamer geïnformeerd over de publikatie van de Concluding Observations van het CEDAW-Committee, ten onrechte ‘het verslag’ genoemd. Concluding Observations zijn het oordeel van het toezichthoudend Comité over de manier waarop Nederland uitvoering geeft aan het VN-Vrouwenverdrag. Dat heeft toch echt juridisch een zwaarder gewicht dan ‘verslag’. Overigens zal CEDAW over enige tijd op de OHCHR-website nog een verslag (Proceedings) over de bespreking met de regeringsdelegatie publiceren.
De staatssecretaris heeft er van afgezien de Concluding Observations bij de brief (zie vrouwenverdrag.nl) te voegen. Volstaan is met het ter inzage leggen bij het Centraal Informatiepunt van de Tweede Kamer en in algemene zin verwijzen naar de website van het Ministerie van OC&W. Ze kondigt aan nog voor het zomerreces met een kabinetsreactie “inhoudelijk op de punten van zorg van het CEDAW-comité en de aanbevelingen (te) reageren.”
Het lijkt aangewezen dat Kamerleden de staatssecretaris nog even herinneren aan de toezegging van haar voorganger als coördinerend bewindspersoon emancipatie (minister Plasterk) de Kamer ook een vertaling in het Nederlands te verstrekken. Dat kan dan bij het regeringsstandpunt gevoegd worden. Daarmee zou de regering meteen uitvoering geven aan een deel van de aanbevelingen van het CEDAW-Comité.

Het Netwerk VN-Vrouwenverdrag zal in ieder geval leden van de Tweede en Eerste Kamer uitnodigen voor de publieksbijeenkomst over de Concluding Observations in Utrecht op 9 april a.s. Daar kunnen ze dan meteen de publieksuitgave Vrouwenrechten in Nederland - enige vooruitgang, nog veel te doen over de schaduwrapportage en de concluding observations in ontvangst nemen. Deze publieksuitgave zal breed verspreid worden. Aanvraag en aanmelding voor de publieksbijeenkomst internwhr2@aimforhumanrights.nl.

Leontine Bijleveld

dinsdag 9 maart 2010

Nederland erkent plicht tot meer informatie over Vrouwenverdrag

Tijdens de 54ste Commission on the Status of Women vond een interactief panel over 30 jaar CEDAW plaats (zie ook blogspot WomeninNewYork). Tijdens dat panel gaf de Nederlandse regeringsdelegatie een statement af. Ik kon deze (nog?) niet vinden op de website van de PV in New York of van de Ministerie van OC&W. Een link is dus niet mogelijk – een samenvatting wel.
Charles de Vries (Directie Emancipatie) stelde dat de regering de aanbeveling van het CEDAW-Comité om gendermainstreaming te verbeteren ter harte had genomen. Hij doelde op de Concluding Observations naar aanleiding van de vierde regeringsrapportage in 2007 (link). The Committee recommended that one Government department be designated and actively take up the responsibility and leadership role in coordinating the use of the gender-mainstreaming strategy in policies and programs of all other Government departments, as well as to ensure effective monitoring and evaluation of results achieved.
De Vries zette uiteen welke stappen de regering had gezet, onder meer met de emancipatienota en dat de resultaten van de midterm review van elk departement binnenkort naar het parlement komen. Persoonlijk denk ik dat eenzelfde verhaal verteld had kunnen worden in een interactief panel waarin een lid van de Visitatiecommissie Emancipatie als expert optrad. Met dat verschil dat dan de credits naar de Visitatiecommissie waren gegaan.
Voor insiders was opmerkelijk dat De Vries niet verwees naar de meest recente Concluding Observations van het CEDAW-Comité die op 17 februari online gezet werden - zie het persbericht eerder op dit blogspot. Daaruit bleek namelijk dat het Comité weliswaar waardering heeft voor deze verbeteringen, maar nog niet tevreden is. Het maakt zich zorgen over het zeer beperkte gebruik van gendermainstreamings-instrumenten als Emancipatie Effect Rapportage en gender budgetting door de verschillende ministeries. Het Comité wil hoe dan ook een overzicht van de vooruitgang op dit terrein in de volgende regeringsrapportage.
De Vries’ interventie besloot met een opsteker voor de NGO’s: Having said this, I must admit that the Dutch government realizes very well that it could step up its own efforts to make the Convention known. That’s what our NGO’s and also the CEDAW committee have made us aware of.
Anje Wiersinga (Vrouwenbelangen/International Alliance of Women) kwam onmiddellijk naar me toe “die kunnen we in onze zak steken”. Nu nog even bedenken hoe we dit kunnen kapitaliseren, want het Netwerk VN-Vrouwenverdrag is nog naarstig op zoek naar middelen om de publieksuitgave “Vrouwenrechten in Nederland– enige vooruitgang, nog veel te doen. Hoe staat het met het VN-Vrouwenverdrag anno 2010?” te realiseren.

Leontine Bijleveld

maandag 1 maart 2010

LBT cadeautje voor rapporteur Violeta Neubauer


Vanochtend stonden we ouderwets actie te voeren: het uitdelen van de krant The New Times for Women voor de officiële opening van de 54ste vergadering van de Commission on the Status of Women in het VN-gebouw in New York. Een van de eersten die ik vanochtend tegen kwam in het portaal voor de vergaderzaal was ‘onze’ CEDAW-rapporteur Violeta Neubauer. Zij vertegenwoordigt nu de Sloveense regering bij de CSW.
Het was een hartelijk weerzien. Ik had een klein cadeautje voor haar meegenomen, om de waardering uit te drukken van de internationale LBT-community voor haar inspanningen om mensenrechten van lesbische, biseksuele en transgendervrouwen in de CEDAW-Concluding Observations te krijgen. Ruth Hopkins doet in het komende nummer van Wordt Vervolgd (Amnesty International) verslag van Neubauers wederwaardigheden.

Ik begreep dat de PV in Genève, de Permanente Vertegenwoordiging van het Koninkrijk der Nederlanden bij de Verenigde Naties, nog allerlei pogingen in het werk had gesteld om de Concluding Observations qua inhoud gewijzigd te krijgen. Met weinig succes, want het kon alleen om correctie van feitelijke onjuistheden gaan. Wel is gecorrigeerd dat Deputy Minister of Education, Science and Culture aan het hoofd van het Nederlandse deel van de delegatie stond, hoewel de oorspronkelijke titel van minister ontleend was aan de delegatielijst die de PV aan CEDAW had gestuurd (en er dus vanuit CEDAW’s perspectief geen sprake was van correctie). We konden elkaar maar kort spreken nu. Hopelijk zal daar later de komende weken nog gelegenheid voor zijn – de CSW duurt tot 12 maart. Van onze wederwaardigheden in New York doen Ama van Dantzig en ik, als vertegenwoordigers van WO=MEN Dutch Gender Platform, verslag op het WO=MEN-blogspot. Dat zal ook andere leden van WO=MEN aan het woord laten.

Leontine Bijleveld

PS: transgender vrouwen = volgens Microsoft Word voor Apple trancendeervrouwen

donderdag 18 februari 2010

Concluding Observations zijn gepubliceerd

De Concluding Observations van het CEDAW Comite zijn gepubliceerd. In het persbericht hierover geeft het Netwerk een reactie. Nederland moet meer doen om de rechten van vrouwen te waarborgen. Dit staat in de conclusies van het VN-Comité dat beoordeelt of staten voldoende uitvoering geven aan het VN-Vrouwenverdrag. Het Comité is bijvoorbeeld bezorgd over de voortdurende structurele ongelijkheid tussen mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt, blijkend uit de aanzienlijke loonkloof M/V, de grotere werkloosheid onder vrouwen, het toenemende (onvrijwillige) deeltijdwerk en het geringe aantal vrouwen in topposities. Nederland voldoet niet aan de verdragsverplichtingen door onvoldoende bescherming te bieden aan slachtoffers van vrouwenhandel. Het is niet toegestaan om hun bescherming afhankelijk te maken van meewerking aan strafrechtelijke vervolging van vrouwenhandelaars. Het Comité uit diepe bezorgdheid dat er nog steeds slachtoffers van vrouwenhandel in vreemdelingendetentie zitten. Het Comité stelde de conclusies en aanbevelingen op na op 27 januari in Genève uitvoerig met een grote regeringsdelegatie onder leiding van staatssecretaris Dijksma van gedachten te hebben gewisseld.

Het VN-comité is opvallend kritisch over Nederland, dat zich naar zijn mening te weinig gebonden acht aan het VN-Vrouwenverdrag. Het Comité noemt ook positieve punten, zoals preventie en bestrijding van eerwraak en vrouwenbesnijdenis. De belangrijkste bevindingen kort op een rij:
- Nederland moet er beter voor zorgen dat vrouwen niet gediscrimineerd worden, dit geldt voor lesbische vrouwen, maar ook voor migrantenvrouwen
- Alle slachtoffers van mensenhandel moeten opvang en bescherming krijgen, ook als zij geen aangifte willen of durven te doen,
- Nederland moet investeren in de empowerment van prostituees en eerst de risico’s onderzoeken van de invoering van een registratieplicht voor prostituees, bijv. voor de bescherming van hun privacy,
- Nederland moet zorgen dat slachtoffers van huiselijk geweld recht hebben op een gratis advocaat,
- Nederland moet transgenders niet langer verplichten zich te laten steriliseren en borstimplantaten voor transgender vrouwen vergoeden,
- Het aandeel vrouwen in de politiek, vooral op gemeentelijk en provinciaal niveau, moet omhoog,
- Nederland moet snel maatregelen nemen om de EU norm van 25 % vrouwelijke professoren te halen,
- Nederland moet ervoor zorgen dat meer vrouwen economisch onafhankelijk zijn door voltijd werk mogelijk te maken, door werkloosheid van vrouwen tegen te gaan en door de loonkloof tussen mannen en vrouwen te verkleinen,
- Vrouwen die als hulp in de huishouding en de zorg werken moeten dezelfde rechten krijgen als andere werknemers,
- Nederland moet huiselijk geweld en andere vormen van geweld tegen vrouwen erkennen als grond voor asiel,
- De inburgeringseis en de minimum inkomenseis voor gezinsvorming en gezinshereniging treffen migranten en vluchtelingenvrouwen onevenredig. Dit is in strijd met het vrouwenrechtenverdrag,
- Nederland moet onmiddellijk iets doen aan de hoge moedersterfte van asielzoeksters. Deze is vier keer hoger dan die van Nederlandse vrouwen,
- Nederland moet ongedocumenteerde vrouwen informeren over hun rechten en zorgen dat zij toegang hebben tot gezondheidszorg.

maandag 15 februari 2010

Geld voor vrouwenrechten organisaties?

Een verontwaardigd gemompel steeg op uit de banken met NGO-vertegenwoordigsters toen Ferdi Licher, Directeur Emancipatie, tegen het CEDAW-Comité zei dat meer dan de helft van de 54 organisaties, die het schaduwrapport hadden ondertekend subsidie van de regering ontvingen. Het Comité had opnieuw zijn zorg uitgesproken over de vermindering van subsidies voor vrouwenrechtenorganisaties en gender expertise centra en over de verschuiving van structurele financiering naar projectsubsidie. Het Comité onderkende, met een positieve noot, de voor de schaduwrapportage verleende project subsidie, maar wees er tevens op daaruit opgemaakt te hebben dat totstandkoming ernstig belemmerd was door de opheffing van de meeste expertise centra voor gender gelijkheid and vrouwenrechten, als gevolg van de subsidiestop.

Licher, die suggereerde dat de verleende subsidie structureel was, noemde subsidie voor Mama Cash – inderdaad een van de ondertekenaars, maar het verjaarscadeau ter gelegenheid van 25 jaar Mama Cash is uitdrukkelijk bedoeld voor de internationale activiteiten voor de verbetering van de positie van vrouwen en meisjes. Hij noemde ook de grote subsidie aan Women Inc., maar die behoorde niet tot de ondertekenaars, en aan de Nederlandse Vrouwenraad. Beide subsidies hebben overigens, voor zover bekend, niet het doel om de implementatie van het VN-Vrouwenverdrag te bevorderen.

Na afloop lieten Comité-leden zich door ons nader informeren: inderdaad zijn er onder de ondertekenaars meer organisaties die van de rijksoverheid geld ontvangen. De medefinancieringsorganisaties Cordaid, Hivos, Icco en OXFAM NOVIB bijvoorbeeld. Echter die krijgen geen geld om vrouwenrechten in Nederland te bevorderen of expertise over het VN-Vrouwenverdrag te verbreiden: het gaat om ontwikkelingsgeld. In de schaduwrapportage staat zelfs expliciet als punt van zorg benoemd dat er geen garantie voor de beoordeling van gender gelijkheid in de programma voorstellen in het nieuwe medefinancieringsstelsel is opgenomen (p. 28, voor wie het wil nalezen). Dus ander doel van de subsidie én gender expertise (of formatie t.b.v. daarvan) niet gegarandeerd. Iets soortgelijks geldt voor uiteenlopende organisaties als Vluchtelingenwerk, Art.1, Pharos en de Unie KBO.
Verder zijn er andere organisaties die subsidie voor het een of andere project hebben gekregen, waar bovendien lang niet altijd personeelskosten bij in begrepen zijn.

We hopen de Comité-leden duidelijk gemaakt te hebben dat de uitspraak van Licher met een flinke korrel zou genomen moet worden. Over de vraag naar de financiering van vrouwenorganisaties en expertise centra over provinciaal en lokaal niveau liet hij zich wijselijk niet uit. Ondergetekende had tijdens de informele NGO-sessie op eenzelfde vraag uitgelegd dat daar een vergelijkbare kaalslag had plaatsgevonden die zelfs in de hand is gewerkt door de verschuiving van de emancipatie-subsidiestroom van de rijksoverheid – in plaats van vrouwenrechten organisaties naar gemeenten en de 1001-krachtprojecten.

De tijd zal leren of het CEDAW-Comité net als de vorige keer hier kritische opmerkingen over zal maken in zijn Concluding Observations.
Voor ons lijkt er in ieder geval voldoende aanleiding om het punt te agenderen voor het overleg van NGO’s met de regeringsdelegatie dat zal gaan plaats vinden nadat de Concluding Observations openbaar gemaakt zijn. Waarom wel in het buitenlands ‘subsidiebeleid’ erkennen dat ondersteunen van vrouwenrechten organisaties noodzakelijk is om het onderwerp op de politieke agenda te houden en in eigen land niet?

Leontine Bijleveld

zaterdag 6 februari 2010

Extra aandacht voor – oudere - vrouwen op het platteland?

Omdat het CEDAW-Comité tijdens de vorige ‘constructive dialogue’ gevraagd had naar het regeringsbeleid met betrekking tot vrouwen op het platteland (Art. 14), was er in de regeringsrapportageenige informatie opgenomen (p. 91 e.v.). In de Schaduwrapportage leverden de NGO’s kritisch commentaar (p. 73 e.v.): ten onrechte was geen aandacht besteed aan de grotere verschillen tussen mannen en vrouwen op het platteland, vergeleken met stedelijke omgeving. De participatie op de arbeidsmarkt van vrouwen is lager, maar de werkloosheid is hoger. Bij mannen is het omgekeerde beeld: de verschillen tussen mannen en vrouwen zijn groter op het platteland dan in de stad. De NGO’s wezen er op dat uit recente studies in opdracht van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) wel degelijk naar voren kwam dat vrouwen meer moeilijkheden ondervinden dan mannen op het platteland. Dat heeft echter nog niet tot een intensivering van beleid van minister Verburg geleid.
Ook wees de schaduwrapportage op toenemende vervoersproblemen die oudere vrouwen op het platteland ondervinden. Ze stoppen vaak eerder met fietsen dan mannen en hebben minder vaak een rijbewijs (of een auto), terwijl het openbaar vervoer veel minder goed is dan in stedelijke gebieden.

Het CEDAW-Comité, dat altijd alert is op specifieke problemen van specifieke groepen vragen, stelde vragen aan de Nederlandse delegatie, maar daarin was LNV niet vertegenwoordigd. Staatssecretaris Dijksma maakte van de gelegenheid gebruik zich als niet-randstedeling te presenteren: het is maar twee uur rijden van de Oostgrens, waar ze woont (Enschede), naar de zee waar ze werkt (Den Haag). Dat klopt, als je met de auto rijdt, vlakbij de A1 woont en niet in files verzeild raakt. Omdat ze ook wel voelde dat dit niet helemaal het antwoord was wat het Comité wilde horen, voegde ze er aan toe dat eenzaamheid en isolement onder oudere vrouwen inderdaad een probleem was, net als armoede. Maar dat het niet zo was dat deze problemen groter waren onder vrouwen op het platteland dan in de stad.

Daarmee deed de staatssecretaris ons inziens de problematiek van – oudere – vrouwen op het platteland te kort. Het was voorts onduidelijk op welke gegevens ze zich baseerde. Wegens tijdgebrek kon het Comité geen aanvullende vragen meer stellen. Het is daarom maar de vraag of er in de Concluding Observations specifiek aandacht aan wordt besteed, althans meer dan een algemeen verzoek een volgende keer adequatere informatie te geven over specifieke groepen. Het zou echter erg onbevredigend zijn als op deze manier het onderwerp geheel en al verdwijnt.
Daarom hoop ik dat de oudere vrouwen- en de plattelandsvrouwen organisaties met een vervolg zullen komen. Het moet toch mogelijk zijn Tweede Kamerleden te informeren en na te gaan of ze minister Verburg willen vragen een regeringsstandpunt te formuleren over de recente onderzoeken waaruit de grotere moeilijkheden van vrouwen op het platteland zijn gebleken? Mochten de nieuwe netwerken, ontstaan uit het schaduwproces daarbij behulpzaam kunnen zijn, dan valt dat vast wel te organiseren.

Leontine Bijleveld

donderdag 4 februari 2010

Openingsspeech staatssecretaris Dijksma nu online

Gisteren, 3 februari 2009, ontvingen we de openingsspeech van staatssecretaris Dijksma voor de sessie van 27 januari digitaal. Het document is meteen geplaatst op vrouwenverdrag.nl. Het is gisteren ook geplaatst bij het persbericht van OC&W en op de website van de Office of the United Nations High Commissioner for Human Rights.

Leontine Bijleveld